Ruwe bolster blanke pit Miami, 11 mei 2002 (door M)
'Oh nee', roept Pok, nadat hij de deur van de auto heeft dichtgeslagen. Ik kijk verschrikt om, maar kan zo op het eerste gezicht niet ontdekken wat er aan de hand is. Hij zwaait met de autosleutel en stamelt 'de sleutel'. Dan snap ik het. Om hem niet te verliezen hadden we de sleutel van het hotel vastgemaakt aan die van de auto. Doordat de auto niet helemaal in orde was, zijn we vanmiddag teruggegaan naar het verhuurbedrijf en hebben we een andere auto meegekregen. Bij het inruilen is natuurlijk ook de bijbehorende autosleutel ingeleverd. Met onze hotelsleutel daaraan vast...... Verder
Ruwe
bolster blanke pit Miami, 11 mei 2002 (door M)
'Oh nee', roept Pok, nadat hij de deur van de auto heeft
dichtgeslagen. Ik kijk verschrikt om, maar kan zo op het eerste
gezicht niet ontdekken wat er aan de hand is. Hij zwaait met
de autosleutel en stamelt 'de sleutel'. Dan snap ik het. Om
hem niet te verliezen hadden we de sleutel van het hotel vastgemaakt
aan die van de auto. Doordat de auto niet helemaal in orde was,
zijn we vanmiddag teruggegaan naar het verhuurbedrijf en hebben
we een andere auto meegekregen. Bij het inruilen is natuurlijk
ook de bijbehorende autosleutel ingeleverd. Met onze hotelsleutel
daaraan vast......
Het is al tien uur 's avonds. Het goedkope hotelletje heeft
geen permanent bezette receptie en is nu dan ook gesloten. Het
nummer dat gebeld mag worden in geval van nood -en dat is dit
wel, lijkt ons zo- geeft geen gehoor. We weten dat het kantoor
van het autoverhuurbedrijf tot 18.00 uur open is, daar naartoe
gaan heeft dus geen enkele zin. Hoewel we er niks van verwachten
bellen we naar het filiaal op de luchthaven. Zij raden ons aan
om ons morgenochtend om 08.00 uur te melden bij het plaatselijke
kantoor. We zouden natuurlijk naar een van de vele andere hotels
op Miami Beach kunnen rijden, een kamer boeken en inderdaad
morgenochtend de boel regelen. Maar, en daarom hebben we nu
een groot probleem, morgenochtend moeten we al om 07.00 uur
op het vliegveld zijn om in te checken op de vlucht naar onze
volgende bestemming. En dan toch het liefst met al onze bagage,
die nu in een niet te openen hotelkamer staat.
Ten einde raad kloppen we aan bij de kamer vlak boven de receptie
in de hoop dat daar de eigenaar woont. Vanachter de deur, die
op niet meer dan een kier wordt open gezet, klinkt wat gegrom.
'Do you work in this hotel?' vraagt Pok vriendelijk. 'No, I
live here, just like you', snauwt een rauwe mannenstem. Het
is een wat vreemd hotel. Dat er ook kamers/appartementen permanent
verhuurd worden, verbaast ons niks. Ondanks de onvriendelijke
en afwijzende toon van achter de deur legt Pok uit wat er aan
de hand is en vraagt hij de bewoner of hij misschien weet wie
ons verder kan helpen. De man, een latino van begin 40, haalt
zijn buurman erbij die ons aanraadt bij de schoonmaakster aan
te kloppen. Zij zou een masterkey bezitten en woont aan de achterkant
van het complex. Helaas, het door de heren aangewezen appartement
wordt niet bewoond door de schoonmaakster. En het appartement
waar de eigenaar zou wonen -we twijfelen toch een beetje of
de heren dat wel bij het rechte eind hebben- daar is duidelijk
niemand thuis. Tegen
beter weten in proberen we of de deur van onze kamer toevallig
niet op slot is. Ook het raam zit goed dicht, maar ik weet dat
shutters (zie foto) vaak toch te openen zijn. Met een grote
veiligheidsspeld probeer ik tussen één van de
glazen ruitjes beweging te krijgen. Ondertussen probeert Pok,
als een echte Sonny Crockett (Miami Vice), met een andere veiligheidsspeld
(wat ik al niet in mijn tas heb zitten!) in het slot te morrelen.
We kunnen gelukkig nog om de situatie en vooral om onszelf lachen.
Dan komt onze latino met een groot slagersmes naar buiten. Vanachter
de gordijnen heeft hij ons gadegeslagen en al snel geconcludeerd
dat wij prutsers zijn op dit gebied. 'You have to start with
the bottom one', zegt hij tegen mij met zijn doorleefde stem,
op een toon alsof ik een lang geleden geleerd lesje vergeten
ben. Hij plaatst het mes tussen de shutter en de houder en in
een mum van tijd is de eerste ruit er al uit. 'I think you need
three, huh', volgt er, en ik maak daar uit op dat ik straks
door het gat de kamer in mag duiken. Voor de tweede en derde
ruit is het mes al niet eens meer nodig. Behendig worden ze
uit de houders gehaald. Achter de shutters zit een metalen muskietennet,
dat de man flink verbuigt. Meteen wringt hij zichzelf door de
opening naar binnen. Even later komt hij door de deur naar buiten
gestapt. Lang leve de deuren die je zonder sleutel van binnen
uit op slot doet! Wij beginnen de man direct te bedanken, maar
daar heeft hij nog geen tijd voor. Eerst de ruiten terug plaatsen.
Hij vertelt dat hij pas één dag in het complex
woont en wil duidelijk geen problemen met de huisbaas. Uit beleefdheid
vragen we of de man wat wil drinken -de gare kamer heeft wél
een kitchenette met koelkast- maar hij bedankt totdat Pok hem
een biertje aanbiedt. Dat heeft toch wel zijn interesse. Zittend
aan het tafeltje in onze kamer vertelt hij zijn levensverhaal.
George, zoals hij zich voorstelt, komt oorspronkelijk van Cuba.
Op zijn zestiende zat hij al vast als politiek gevangene, naar
eigen zeggen. Als politiek vluchteling is hij 5 jaar later naar
de V.S. gekomen. Hij is getrouwd geweest -het was niet de juiste
vrouw voor hem- en heeft vier kinderen, overigens had hij er
ook al eentje op Cuba. Ook in de V.S heeft hij gezeten, 7 jaar
maar liefst, omdat hij had gedeald. Het is al weer een jaar
geleden dat hij vrij gekomen is, en hij verzekert ons dat hij
dat vooral zo wil houden. Tegenwoordig verdient hij zijn brood
met de op- en verkoop van auto's. Toen hij Pok voor het hotel
zag lopen en hij vervolgens bij hem aanklopte, was hij bang
dat het politie was. En daar wil hij niks mee te maken hebben.
Dan pakt hij z'n biertje en zegt dat hij ons niet langer tot
last wil zijn. We verzekeren hem juist heel blij met hem te
zijn en vooral met wat hij voor ons gedaan heeft. Hij wil nog
weten waar wij vandaan komen. Nederland zegt hem niks, maar
als we dat verduidelijken met 'the country of Heineken' zien
we een blik van herkenning. 'Heineken is my favourite beer',
krijgen we te horen. En dan wil hij toch echt terug naar zijn
appartement.
Het loopt tegen middernacht. Hoog tijd om de rugzakken in te
pakken.