'Blijkbaar
was de teleurstelling van onze gezichten af te lezen...'
'Nee,
dit hotel houdt geen rekening met vrouwelijke gasten. Sterker
nog, die zijn er eigenlijk nooit...'
'Het
verhaal gaat dat de profeet Abraham hier in een grot is geboren...'
'Als
ook de vader en moeder het huis binnen komen, slaat de sfeer
om...'
'M
had gisteren al een duivenklodder opgevangen, naar men zegt
een teken van geluk...'
'Ik
krijg het benauwd en wil de doek van mijn hoofd aftrekken!'
'We
gaan meteen terug naar het hotel om de rugzakken op te halen en
laten daar een zeer beduusde hotelmanager achter'
Theeën
in Kizkalesi. Kizkalesi, 25 mei 2001 (door M) Het verkeer raast voorbij. Op een stoeprand in het kustplaatsje
Kizkalesi zitten wij, temidden van onze bagage, te genieten
van een bekertje thee en koffie. Verder...
Slapen
op het dak? Urfa, 27 mei 2001 (door M) Stel je eens voor: je bent op bezoek in Sanliurfa, de
stad van de profeten. Je bent een pelgrim uit het middenoosten.
Je hebt zeker niet teveel geld en daarom probeer je een
zo goedkoop mogelijke overnachting te regelen. Verder...
Urfa,
stad van Abraham en vogelpoep. Urfa, 28 mei 2001 (door Rob)
Wij zijn neergestreken in de karavanserai van Sanliurfa.
Hier hebben wij afgesproken met de 25-jarige Necali. De
vorige dag liepen wij hem tegen het lijf en hij bood spontaan
aan om ons zijn stad te laten zien. Verder...
Het
begin van een gesluierd bestaan. Dogubeyazit, 4 juni 2001
(door M) Met een schaar in de hand en genietend van het mooie
uitzicht op de berg Ararat probeer ik me voor te stellen
hoe het zal zijn in Iran. Snel begin ik de voering uit mijn
zojuist aangeschafte allesverhullende jas te knippen. Verder...
De
lange weg naar Nemrut Kahta, 29 mei 2001 (door M&P) Eén van de meest bijzondere bezienswaardigheden in Oost-Turkije
zijn de stenen hoofden op de berg Nemrut. Uiteraard wilden
ook wij deze van dichtbij bekijken. Verder...
Theeën
in Kizkalesi. Kizkalesi, 25 mei 2001 (door M) Het verkeer raast voorbij. Op een stoeprand in het kustplaatsje
Kizkalesi zitten wij, temidden van onze bagage, te genieten
van een bekertje thee en koffie.
Het
lijkt een vreemde situatie, maar onderstreept alleen de vriendelijkheid
en gastvrijheid van de Turken.
In
de bus van Anamur naar Kizkalesi kregen wij, zoals te doen gebruikelijk
in de luxe lange afstandsbussen, thee, koffie of fris aangeboden.
Omdat ik zelf juist van slappe thee hou en de Turkse
versie meestal vrij sterk is, verheugde ik mij op het bekertje
heet water en het bijbehorende theezakje.
De steward had niet veel haast. Pas toen wij bijna vier uur onderweg
waren, kwam hij langs met de plastic bekertjes, theezakjes en
oploskoffie. Vervolgens werden in een rustig tempo een aantal
flessen Fanta aangebroken. En toen hij eindelijk toe was aan de
heet waterronde, kwamen wij juist aan in onze plaats van bestemming.
Blijkbaar
was de teleurstelling van onze gezichten af te lezen. Want nadat
de steward onze rugzakken uitgeladen had, kregen wij ieder alsnog
een bekertje heet water in onze handen gedrukt.
Het was voor het eerst dat wij een onbekende uitzwaaiden.
Slapen
op het dak? Urfa, 27 mei 2001 (door M) Stel je eens voor: je bent op bezoek in Sanliurfa, de
stad van de profeten. Je bent een pelgrim uit het middenoosten.
Je hebt zeker niet teveel geld en daarom probeer je een
zo goedkoop mogelijke overnachting te regelen.
En die vind je: boven op het dak van een goedkoop hotel
staan een dertigtal ijzeren bedden waar je samen met je
collega-pelgrims (allen mannen) de nacht kunt doorbrengen.
Afgezien van deze in-de-buitenlucht-slaapplaatsen heeft
het hotel ook nog zeven kamers. Al deze gasten hebben samen
drie staantoiletten, twee wasbakken en één douche tot hun
beschikking. Dat is niet veel, maar ach, zo mannen onder
elkaar lukt dat allemaal wel.
Op
een avond sta je samen met nog een stuk of drie vrienden
rondom de twee wasbakken je gereed te maken voor het avondgebed.
Dat is een heel ritueel: behalve gezicht, handen, nek en
oren mogen ook de voeten niet overgeslagen worden. En net
wanneer je, helemaal kromgebogen -in hemd en onderbroek-
je voet in de wasbak hebt, stapt er een buitenlandse vrouw
uit het douchehok.
Nee, dit hotel houdt geen rekening met vrouwelijke gasten.
Sterker nog, die zijn er eigenlijk nooit. Behalve dan die
Nederlandse, die samen met haar vriend in deze drukke warme
stad persé goedkoop wilde overnachten.
Urfa, stad van Abraham en vogelpoep
Urfa, 28 mei 2001 (door Rob) Wij zijn neergestreken in de karavanserai van Sanliurfa.
Hier hebben wij afgesproken met de 25-jarige Necali. De
vorige dag liepen wij hem tegen het lijf en hij bood spontaan
aan om ons zijn stad te laten zien.
Necali is net afgezwaaid uit dienst en wil nog een paar weken
genieten van zijn vrijheid. Hij oogt modern maar al snel blijkt
dat hij erg traditioneel is. Hij is drie jaar geleden uitgehuwelijkt
aan zijn nicht. Zoals hij zelf zegt, de keuze is voor 75% gemaakt
door zijn familie. Na een çay (thee) vertrekken wij via de kleurrijke
bazaar naar het oude deel van Sanliurfa. Deze stad, door de meesten
kortweg Urfa genaamd, heeft een grote aantrekkingskracht op pelgrims
van verschillende religies.
Het verhaal gaat dat de profeet Abraham hier in een grot is geboren.
Abraham heeft de eerste tien jaar van zijn leven in deze grot
doorgebracht, omdat de Asyrische tiran Nemrut bij decreet had
bepaald dat alle nieuwgeborenen moesten worden omgebracht. Andere
legendes vertellen dat de profeet Job een tijdje in Urfa heeft
gewoond.
Necali
leidt ons verder door de smalle steegjes van zijn stad. De lemen
huizen dateren uit de middeleeuwen. Wij komen aan bij een grote
vijver (Gölbasi) die barstensvol vette karper zit. Dit is de plek
waar Abraham het gevecht aanging met Nemrut. De vlammen waarmee
Nemrut te lijf ging, werden op bevel van God veranderd in water
(nu de vijver) en het vuurhout in karpers. Men zegt dat deze vissen
heilig zijn. Iedereen die ze opeet zal terstond blind worden.
Terwijl
wij de klim maken naar de citadel (fort), regelt Necali lunch
voor ons. Boven aangekomen lacht Mehmet ons vriendelijk toe. Hij
is een vriend van Necali wat voor ons het voordeel heeft dat wij
geen entree hoeven te betalen. Necali komt terug met vijf heerlijke
platte broden waarop gesmolten kaas ligt vermengt met suiker.
Ze zijn nog te warm om beet te pakken. Heerlijk! Later voegt zich
een andere Mehmet bij ons. Deze Mehmet hebben wij de vorige avond
ontmoet in het park en is ook een vriend van Necali. Voor een
Turk, of liever Koerd, heeft hij al aardig wat gereisd. Hij is
helemaal hoteldebotel van een Belgisch meisje uit Leuven. Zijn
kijk op de wereld is helder en modern. De verschillen in opvatting
tussen Necali en Mehmet zijn opvallend.
Met
z'n vieren gaan wij per taxi naar Harran, op nog geen tien kilometer
van de Syrische grens. Dit dorpje is bekend van de lemen bijenkorfhuisjes.
De typische vorm van deze huisjes schijnt de koele lucht in de
zomer langer vast te houden. Twee kleurrijk geklede meisjes nodigen
ons uit om thee te komen drinken. Uiteraard worden ons handgemaakte
sieraden getoond en M wordt aangeboden om een gewaad aan te trekken.
Zij slaat dit aanbod af. Als ook de vader en moeder het huis binnen
komen, slaat de sfeer om. Wij worden gevraagd om een financiële
bijdrage. De biljetten die ik ze toestop blijken niet voldoende
gezien de klakkende tonggeluiden van senior. Necali maakt zich
hier druk over terwijl wij er eigenlijk om moeten lachen.
Terug
in Urfa wil ik nog de grot van Abraham bezoeken. Er is een
aparte ingang voor mannen en vrouwen. Na het uittrekken
van mijn schoenen stap ik de kleine moskee binnen. Ik ben
de enige. De moskee zelf is niet echt bijzonder. Volgens
onze Rough Guide is de moskee nogal 'reverential', maar
daar merk ik niet zo veel van. De grot is te zien vanuit
een ander kamertje. De vloer van deze ruimte is voor een
kwart bedekt met parket en voor de rest met plastic matten.
In deze kamer ben ik alleen met een gezette Turk. Van hem
moet ik van het heilige water drinken, net zoals hij doet.
De grot is weinig boeiend. Als ik een paar minuten later
wil opstaan, legt de man de rechterhand op mijn schouder.
Zijn andere hand pakt het ijzeren hek beet dat deze kamer
scheidt van de grot. Dan begint hij wat te prevelen. Ik
ga ervan uit dat hij bezig is met een gebed. Wat kan ik
doen? Ik besluit om het maar even aan te zien. Gelukkig
duurt het niet lang. M had gisteren al een duivenklodder
opgevangen, naar men zegt een teken van geluk. Zou deze
ceremonie hetzelfde betekenen voor mij?
Na
de middagthee eten wij met z'n vieren nog een kebab bij
een stalletje op straat. Zittend op een laag krukje, omringd
door penetrant verkeerslawaai, wordt de kebab aangeleverd
in een grote dunne tortilla. Op het eveneens lage tafeltje
staan hete pepers, uien, munt- en selderijblaadjes en zout.
Naar eigen smaak klein te snijden en toe te voegen. Dan
is het tijd om afscheid te nemen. Morgen reizen wij verder
naar Kahta.
Het
begin van een gesluierd bestaan, Dogubeyazit, 4 juni 2001
(door M) Met een schaar in de hand en genietend van het mooie
uitzicht op de berg Ararat probeer ik me voor te stellen
hoe het zal zijn in Iran. Snel begin ik de voering uit mijn
zojuist aangeschafte allesverhullende jas te knippen.
Hier
in Dogubeyazit moest het er dan toch van komen: het kopen
van een lange jas die ik gedurende de weken in Iran altijd
zal moeten dragen. In dit stoffige dorpje stappen wij een
modern uitziende kledingwinkel binnen. In tegenstelling
tot in Nederland wordt hier eerst de mannenmode getoond.
Via een smalle trap worden wij naar de eerste verdieping
geloodst. Het uitroepen van het woord 'Iran' en wijzen op
mijzelf is voor de verkoopster voldoende. Direct wordt een
lange zwarte jas tevoorschijn getoverd. Voor ik het weet
krijg ik ook een zwarte nylon hoofddoek omgespeld. Het zweet
breekt mij uit. Het
is dan wel vrij warm in de winkel, maar in Iran zal het
zeker niet minder zijn. Ik krijg het benauwd en wil de doek
van mijn hoofd aftrekken. Is het alleen de warmte of misschien
ook het besef dat ik er de komende weken zo uit MOET zien?
Ondanks
dat de prijs van L.40 miljoen naar 25 miljoen wordt teruggebracht,
wil ik dat ding niet. Ik probeer nog een glimlach te tonen,
stamel 'tesekkür ederim'en ren de winkel uit. Een beetje
tot mijn positieven gekomen bedenk ik mij dat ik alleen
al om over de grens te komen zo'n soepjurk moet hebben.
En dan doe ik toch (behalve een dunne lange broek) alleen
een bh aan, zoals Pok eerder voorstelde! En misschien mag
je tegenwoordig inderdaad wel je tenen laten zien en hoef
je geen warme sokken aan, zoals de Australische die wij
in Urfa tegenkwamen vertelde.
In
de tweede kledingzaak lijkt het een stuk minder warm. Helemaal
achterin hangen de soepjurken. Dit keer krijg ik een donkerblauwe
aan. Hoewel het 'one size fits all' is, zijn de mouwen te
kort. Maar volgens de verkoper zal dat in Iran geen probleem
zijn. Ze kunnen dus niet tegen enkels maar wel tegen polsen,
denk ik bij mezelf. Voor L.20 miljoen (NLG 50) is de jas
van mij.
Details:
Het is een jas met gigantische schoudervullingen en veel
plooien vanuit de schouders. Geen enkele ronding zal dus
meer zichtbaar zijn. Hij is van donkerblauwe, zwaar katoenen
stof met een kunststof voering (die er inmiddels is uitgeknipt).
Hij kan (en moet) tot aan de hals gesloten worden en reikt
tot ver onder de knieën.
De
lange weg naar Nemrut Kahta, 29 mei 2001 (door M&P) Eén van de meest bijzondere bezienswaardigheden in Oost-Turkije
zijn de stenen hoofden op de berg Nemrut. Uiteraard wilden ook
wij deze van dichtbij bekijken.
Volgens
onze Rough Guide 2000 is Adiyaman de juiste plaats waar
vandaan een tour geregeld kan worden. Na een voorspoedige
2,5 uur durende rit per dolmus komen wij aan in Adiyaman.
Al snel vinden we een redelijk hotel. De hotelmanager is
zichtbaar verheugd dat zich zowaar twee gasten aandienen
in zijn overigens vrij lege hotel.
Wij
lopen door het centrum, enigszins verbaasd dat wij geen
andere toeristen tegenkomen. We worden toch wat ongerust
als ook nergens bordjes met het opschrift 'Tours' of 'Nemrut'
te zien zijn. Omdat het inmiddels al tegen het middaguur
loopt en onze magen aardig beginnen te knorren, besluiten
we daar eerst maar wat aan te doen. We kopen wat ekmek (brood)
en peynir (kaas) bij de plaatselijke kruidenier. Komkommer
krijgen we gratis van de groentenboer. Omdat er geen betere
plek te vinden is, gaan we op een stoeprand zitten, uiteraard
in de schaduw. Voor de mannen bij het kebabkraampje is dit
een doorn in het oog. Zij bieden ons spontaan hun krukjes
aan. Ook krijgen we een glaasje çay (thee) aangeboden. De
plaatselijke VVV bevestigt onze vermoedens: vanuit Adiyaman
worden geen tours meer aangeboden.
Er
zijn domweg niet genoeg toeristen. Vanuit Kahta is bezichting
van Nemrut wel mogelijk. Er zit dus niets anders op dan
naar Kahta te reizen. We gaan meteen terug naar het hotel
om de rugzakken op te halen en laten daar een zeer beduusde
hotelmanager achter.
Na
een kleine 3 kwartier worden we door de dolmus afgezet bij
het door ons uitgezochte hotel in Kahta. De chauffeur probeert
ons te strikken voor een tour naar Nemrut. Omdat wij nog
altijd hopen op meer toeristen waarmee een busje (en dus
ook de kosten) gedeeld kunnen worden, slaan wij zijn aanbod
af.
Uiteindelijk
zitten we toch maar met z'n tweeën in een busje van het
hotel. Veel toeristen zijn er in deze tijd van het jaar
nog niet dus moeten wij ons schrap zetten voor de kosten
die aardig in ons budget hakken. De weg naar de Nemrutberg
biedt mooie uitzichten op o.a. het Atatürk Stuwmeer. De
laatste 12 kilometer voert over een onverharde weg vol gaten.
Er kan niet harder gereden worden dan 15 km per uur. De
chauffeur weet ons te melden dat hij elk jaar nieuwe banden
nodig heeft. Wij kunnen ons daar iets bij voorstellen. Uiteindelijk
komen we aan bij de parkeerplaats. Maar daarmee zijn we
er nog niet. Het laatste deel naar boven moeten wij zelf
klimmen over losse stenen. Steunend en kreunend komen wij
na 20 minuten aan bij het terras met de hoofden, althans
dat denken wij. Er zijn echter maar een paar hoofden te
bespeuren. Als wij onze Rough Guide er nog eens bijnemen
wordt het ons al snel duidelijk. Wij zijn aangekomen aan
de oostzijde van het
comlex dat tussen 64 en 38 BC moet zijn gebouwd door Antiochus
I Epiphanes, zoon van Mithridates I Cllinicus. Voor de liefhebber,
laatstgenoemde is de stichter geweest van het Commagene
koninkrijk, een afsplitsing van het Seleucid rijk.
De
westzijde voldoet meer aan onze verwachtingen. De ondergaande
zon geeft de hoofden een mooie oranje-achtige gloed. Het
geheel maakt een grote indruk op ons. Minder blij zijn we
met de ijzige wind die op deze hoogte (2150 meter) waait.
Hadden we onze fleece truien maar meegenomen! Een kwartier
voor zonsondergang is voor ons de lol ervan af. Wij kijken
nog eens goed naar de beelden en zetten de afdaling in.
In het restaurantje annex soevenirshop nemen wij nog een
warme thee. De chauffeur vraagt ons of wij er bezwaar tegen
hebben als een stel jongens een lift krijgen. Als wij bij
het busje aankomen blijkt deze al gevuld te zijn met 7 militairen.
Wij vragen de chaufeur wat hij zou doen als wij het er niet
mee eens zouden zijn? De chauffeur lacht en zegt niets.