Tibetaanse monnik

 

klik hier om menu te activeren

 

 

 

Over het karrenspoor
Tingri, 22 oktober 2001 (door M)

Vanuit zijn ooghoeken ziet het paard dat de man op de bok zijn zweep rondzwaait. De zweep op het paard neer laten komen kan hij -gelukkig- achterwege laten, want het paard gaat al in galop. In de kleine houten kar heeft het paard een buitengewoon vrachtje, namelijk vier toeristen die graag het buitenleven van Tibet willen proeven. Verder...

PSB en andere snotneuzen
Lhatse, 19 oktober 2001 (door M)

We hebben nog maar net alle bagage het hotel in gebracht, wanneer Nima, de gids die van de Chinese overheid verplicht mee moet op onze trip naar de grens met Nepal, onze kamer komt binnenstormen. 'Waarom luisteren jullie nooit naar me', roept hij. 'Nu staat de politie beneden en ze hebben mijn licentie ingenomen.' Verder...

Yakdrollen en bugles
Tsetang, 15 oktober 2001 (door M)

Nadat we Yumbulagang, het oudste fort van Tibet gelegen op een rots, beklommen hebben, stappen we in de jeep om verder naar Podrang te rijden. Net erbuiten vinden we een mooi plekje voor onze picknicklunch. Door de thermoskan heet water, meegenomen uit het hotel, hebben we behalve Tibetaanse broodjes met smeerkaas of appeljam ook koffie en thee. Het smaakt allemaal buitengewoon goed. Verder...

Via de Jokhang naar het nirvana
Lhasa, 13 oktober 2001 (door Rob)

De grootste trekpleister van Lhasa is zonder twijfel de Jokhang Tempel. Gelegen in het oude deel van Lhasa heeft dit gebouw van oudsher een grote aantrekkingskracht op pelgrims uit alle delen van het Tibetaanse plateau. Omdat ons hotel om de hoek bij de Jokhang is kunnen we de verleiding niet weerstaan om elke dag wel even te gaan kijken. Verder...

Tibet, land van begrensde mogelijkheden
Lhasa, 10 oktober 2001 (door Rob)

Het dak van de wereld, zo wordt Tibet vaak aangeduid. Wie het aandurft om de wereld van deze hoogte te aanschouwen zal menig obstakel op zijn pad moeten trotseren. Verder...

Het Potala paleis in Lhasa

Over het karrenspoor
Tingri, 22 oktober 2001 (door M)

Vanuit zijn ooghoeken ziet het paard dat de man op de bok zijn zweep rondzwaait. De zweep op het paard neer laten komen kan hij -gelukkig- achterwege laten, want het paard gaat al in galop. In de kleine houten kar heeft het paard een buitengewoon vrachtje, namelijk vier toeristen die graag het buitenleven van Tibet willen proeven.

Hoewel de mogelijkheid van het afhuren van een paardenkar aangegeven staat in de Lonely Planet, is het zeker geen standaard toeristenattractie in Tingri. De eerste mannen met paardenkar die we aanspreken, reageren bijzonder afwijzend. Maar dan ontmoeten we een commerciële Tibetaan, die begrijpt dat er geld te verdienen valt. Na flink onderhandelen wordt er afgesproken dat we voor 80 yuan naar 3 dorpen gereden worden en terug, een rit van zo'n vijf uur. We zijn erg benieuwd wat voor paardenkar het wordt, want daarvoor moeten we samen met een jonge Tibetaan naar de andere kant van het dorp lopen.
Terwijl wij yakboterthee aangeboden krijgen in het huis van de jongen, wordt er een paard, een kar en een bestuurder geregeld. Tot ons groot genoegen ziet deze laatste er heel traditioneel uit met zijn haar in vlechten om zijn hoofd gedraaid en in beide oren een oorbel, gemaakt van een stukje draad, een turkoois- en een koraalsteentje.

En dan kan het avontuur beginnen. Nog wat onwennig stappen we op de kar, die precies groot genoeg is voor vier volwassenen. De houten rand waar we op zitten is zo smal, dat mijn opblaaskussentje niet van dienst kan zijn. Er zijn geen wegen naar de dorpen waar wij naartoe willen. Enkel een zandpad met een duidelijk karrenspoor. Het is een oase van rust waar wij in terecht komen, dat wil zeggen zolang wij maar niet in een dorp zijn. Want daar zijn wij duidelijk de attractie van de dag (of misschien wel van de week, of van de maand?). Onze paardenkar
In Shegar, het eerste dorp op onze tocht, stoppen we bij een meertje, dat gebruikt wordt als koelkast. Op blote voeten en met haar rok opgestroopt haalt een vrouw grote, zware zakken graan uit het ijskoude water. Wanneer we even met haar man praten, die bij de kar staat waar het graan op geladen moet worden, komt ze er ook bij. Opeens voel ik iets op mijn rug. De vrouw probeert haar door en door koude handen te warmen aan mijn fleecetrui, die bijna gloeit van de warmte van de zon. Alsof de man gedachten kan lezen, vraagt hij of we cola willen. Cola? Zou ik het wel echt goed verstaan hebben? Een van de kinderen wordt weggestuurd en komt al snel terug met twee blikjes echte cola. Natuurlijk moeten we flink afdingen, zoals bij alles waar je je zinnen op hebt gezet in Tibet.
We springen weer op de kar en door een luid 'chu chu' komt het paard weer in beweging. In een prachtig landschap van caramelkleurige bergen met daarachter de Mount Everest en andere besneeuwde Himalayatoppen gaan we op weg naar het volgende dorp.

In Sala staat een vrouw langs de weg in een kalkmengsel te roeren. Verderop zijn twee mannen daarmee een huis aan het verven. Verfrollers of kwasten zijn daar niet bij nodig. De kalk wordt in een gieter gedaan en net onder het dak op de muur uitgegoten. Dat daarbij ook de grond voor een deel gekalkt wordt, is blijkbaar niet erg. De huizen hier zijn versierd met een korte rode en blauwe streep, die hier en daar verticaal vlak onder het dak is aangebracht. Het is net de Franse vlag.
Een oud vrouwtje met wel 1000 rimpels komt haar huis uitgeschuifeld. Ze wijst op haar ogen en geeft aan dat ze er veel last van heeft. Ze denkt dat mijn bril haar wel kan helpen, maar dat lijkt mij niet zo'n goed idee. Zoals vaker Tibetanen van ons verwachten denkt ook zij dat wij wel een medicijn voor haar hebben. Helaas, verder dan een kapotte zonnebril komen we niet. Ondanks dat hij nog maar één glas heeft, accepteert ze hem wel.
Als we foto's maken van wat dorpstafereeltjes begint jong en oud tot onze verbazing en ergernis 'money, money' te roepen. Het maakt het dorpje meteen een stuk minder vriendelijk. De diverse 'modellen ' moeten genoegen nemen met een droog koekje.

Uit de verte zien we dat men in Injum al klaar is met de jaarlijkse kalkbeurt van de huizen, die plaats vindt nadat de oogst binnen is gehaald. Onder een prachtige blauwe lucht -nergens is de lucht zo blauw als in Tibet- blinken de huizen ons tegemoet. De bestuurder ment het paard tot op het schoolplein. Voor we het weten worden we omringd door zo'n 100 gillende kinderen. Even denk ik gek te worden van al die herrie. De anderen proberen foto's te maken, maar dat lukt nauwelijks omdat de kinderen steeds dichter bij de lens komen.
Een van de leraren wenkt ons om in de lerarenkamer plaats te nemen. Met zijn boekje 'How to learn Tibetan' en veel gebarentaal proberen we te communiceren. Zo komen we er achter dat dit een lagere school is voor zo'n 150 kinderen in de leeftijd van 7 tot 12 jaar en dat er 9 leerkrachten zijn. Omdat we inmiddels erg hongerig zijn en deze dorpjes geen eetgelegenheden hebben, willen we instantnoedels kopen. De leraar wijst ons de weg naar een winkeltje. Het opvallende is dat hij de kinderen, die nog altijd op het schoolplein zijn, met een simpel handgebaar rustig krijgt. In dit deel van de wereld weten ze nog wat respect is!
Nadat we onze noedels verorberd hebben, is het tijd voor de terugweg. Over hetzelfde pad hobbelen we richting Tingri, waarbij we weer vele andere paardenkarren en ruiters tegenkomen. Door de ondergaande zon hebben de caramelkleurige bergen nu een mooi honingtintje.

Terug naar boven

PSB en andere snotneuzen
Lhatse, 19 oktober 2001 (door M)

We hebben nog maar net alle bagage het hotel in gebracht, wanneer Nima, de gids die van de Chinese overheid verplicht mee moet op onze trip naar de grens met Nepal, onze kamer komt binnenstormen. 'Waarom luisteren jullie nooit naar me', roept hij. 'Nu staat de politie beneden en ze hebben mijn licentie ingenomen.'

Nima smeekt ons bijna met hem mee te gaan en uit te leggen aan de politie dat we best naar een hotel willen dat wel een buitenlandersvergunning heeft. Bij de receptie aangekomen zien we twee jonge Tibetanen staan, behorend tot de categorie 'opgeschoten knullen'. Ik kan me niet voorstellen dat deze twee, gekleed in spijkerbroek/trui en trainingspak, politie-agenten zijn. Blijkbaar zien ze dat aan me, want ze beginnen meteen met badges te zwaaien.

Op dringend verzoek van onze chauffeur en gids hebben we besloten te overnachten in Lhatse en niet in Sakya, het dorpje dat we deze middag bezocht hebben. Het hotel waar de jeep stopte beviel ons echter niet. Op eigen houtje zijn we verder het dorp ingetrokken. De eerste twee hotels vonden we te duur, maar het derde hotel waar we binnen stapten, genaamd Education Hotel, bood ons goede kamers voor een goede prijs. Helaas 'vergat' de Chinese eigenaar ons te melden dat hij geen buitenlandersvergunning heeft.

Nadat Nima overlegt heeft met de Tibetaane agenten, begint hij nog harder te jammeren: 'De PSB is inmiddels ingelicht. We moeten nu wachten tot ook zij hier zijn.'
De PSB, de afkorting staat voor Public Security Bureau, is het officiële politie-orgaan waar toeristen normaal gesproken mee te maken hebben. Daarnaast opereert er in Tibet ook een geheime politie, waar zich veel Tibetanen bij hebben aangesloten. Hierover hadden we al gelezen, maar konden ons er niet echt een voorstelling bij maken. Inmiddels begrijpen we dat deze twee knullen, zijnde geheime politie, ons met bagage een 'verkeerd' hotel in hebben zien gaan en alarm hebben geslagen. Dat er in Lhatse maar drie hotels zijn waar buitenlanders terecht kunnen, staat nergens aangegeven. We vinden het erg jammer voor Nima dat zijn gidslicentie is ingenomen, maar het is natuurlijk wel duidelijk dat hij ons op zijn minst had kunnen inlichten over de strenge regels in Lhatse in plaats van thee te drinken met zijn vrienden van het hotel.

Als teken van goede wil halen wij alvast onze bagage uit de kamers en gaan daarmee op de stoep staan wachten. Er ontstaat een heftige discussie tussen de drie inmiddels gearriveerde PSB-agenten, Nima, de hoteleigenaar en de geheime politie. Helaas verstaan we er niets van; het is allemaal Tibetaans of Chinees en Nima heeft nu even geen tijd om te vertalen. Blijkbaar is het wel interessant, want binnen de korste keren staat er een man of dertig in een rondje om ons heen om van het geheel mee te genieten. Dan gebaart Nima dat wij met onze bagage naar de overkant van de straat moeten. Maar daar zijn wij het niet mee eens; eerst willen wij de 100 yuan terug die wij betaald hebben voor de overnachting. Wat dan gebeurt, verbaast ons allemaal. De Chinese hoteleigenaar weigert ons geld terug te geven en ondanks dat hij fout was -hij had ons niet als gast mogen accepteren- grijpt de PSB niet in. Maar waar de hoteleigenaar niet op rekent, is ons geduld. Wij hebben alle tijd van de wereld en blijven rustig staan. De hoteleigenaar verweert zich door aan te geven dat wij vrijwillig bij hem naar binnen zijn gestapt. Hij heeft ons op geen enkele wijze gelokt.
Opnieuw wordt er flink gediscussieerd. De zon is inmiddels onder en ik voel goed hoe het steeds kouder wordt. Ik kijk naar het restaurantje tegenover het hotel waar het misschien niet veel warmer is, maar waar we wel lekker onze magen kunnen vullen. Alhoewel, dat is eigenlijk maar de vraag. Wat we eerder tijdens onze reis door China en Tibet niet hebben meegemaakt, bestaat hier in Lhatse: buitenlanders mogen maar bij een beperkt aantal restaurants aanschuiven. Hadden we niet toch beter in Sakya kunnen overnachten, vraag ik me stilletjes af.

Juist wanneer we op het punt staan voor 100 yuan hotelinventaris mee te nemen, is daar opeens de doorbraak. Hoe en door wie het voor elkaar gekregen is, weet ik niet. Maar plotseling krijgen we ons geld overhandigd. Eén ding is ons bijzonder duidelijk: in dit dorp heb je geen keus en daarom gaan we terug naar het eerste hotel. Het heeft zelfs een voordeel, namelijk een eigen restaurant. Kunnen we daar onze vingers in ieder geval niet aan branden.....

NB Of de hoteleigenaar een boete heeft gekregen, is ons onbekend. Nima kreeg zijn licentie niet direct terug. De twee snotneuzen zaten later aan het tafeltje naast ons te eten en Nima ging er semi-amicaal bij zitten. Dat kwam op ons heel vreemd over. Was het een lijmpoging?

Yakdrollen en bugles
Tsetang, 15 oktober 2001 (door M)

Nadat we Yumbulagang, het oudste fort van Tibet gelegen op een rots, beklommen hebben, stappen we in de jeep om verder naar Podrang te rijden. Net erbuiten vinden we een mooi plekje voor onze picknicklunch. Door de thermoskan heet water, meegenomen uit het hotel, hebben we behalve Tibetaanse broodjes met smeerkaas of appeljam ook koffie en thee. Het smaakt allemaal buitengewoon goed.

Dit is de tweede dag van een 10-daagse jeeptocht naar de grens met Nepal. Door de permitregelingen van de Chinese overheid is dit bijna de enige manier om door Tibet te reizen. Omdat het vrij duur is, delen we de kosten met drie reisgenoten: Marian, José en Christian. We hebben het geluk dat het erg goed klikt tussen ons vijven. Ondanks de lange duur van de tocht zullen we toch ook hele dagen in de jeep door moeten brengen.

Vandaag willen we graag verder de Yarlungvallei in. Er ontstaat een felle discussie met de chauffeur, die niet verder wil rijden. Maar wij zijn toch de klant en wij hebben toch betaald voor die dure jeep? Service is echter een woord dat veel Tibetanen niet kennen en de chauffeur blijft bij zijn standpunt: in de permit zijn verdergelegen plaatsen niet opgenomen en dus rijdt hij er NIET naar toe! Gelukkig krijgen we hem nog wel zover dat hij ons aan het eind van de middag wil komen ophalen.

En zo begint een 'opgedrongen' wandeltocht in een vallei waar de dorpjes vrij dicht bij elkaar liggen. Door de velden lopen wij van dorp naar dorp. Overal worden we vriendelijk begroet met 'Tashidele'. Men is hard bezig binnengehaalde oogsten te verwerken. Baby's en kleuters zijn op de ruggen van hun moeders of grootmoeders vastgebonden. Paarden en yaks worden gemaand in rondjes over geoogste aren te lopen. Verderop gooien vrouwen met grote rieken de platgetrapte gerst in de lucht om zo het kaf van het koren te scheiden.
Kinderen verzamelen yakdrollen in grote juten zakken. Een tenger, oud vrouwtje lengt de drollen aan met water en verdeelt ze in gelijke porties. PoepkoekenVervolgens plakt ze de klodders yakpoep op een muur waar de poepkoeken door de zon gedroogd zullen worden. Haar handafdrukken staan er nog duidelijk in. De gedroogde poepkoeken worden gebruikt als brandstof. Twee mannen die juist de laadbak van hun tractor geleegd hebben, willen ons een lift geven. Helaas gaan ze de verkeerde kant uit.
Aan de oever van een rivierstroompje gaan we even zitten. Na het eten van een paar appels wordt er een zak bugles (made in China!) geopend. Een oud mannetje staat, leunend op zijn schop, dit tafereel gade te slaan. We wenken hem dichterbij te komen. Op het moment dat we hem de bugles voorhouden doet hij zijn hoed af en gebaart daar wat in te doen. Pok neemt zijn schop over, zodat hij er wat van kan eten. Na een paar hapjes gelooft de oude man het wel en met een grote zwaai wordt de hoed met inhoud weer op het hoofd geplaatst!

In een volgend dorpje staan er in een mum van tijd een stuk of 10, 12 kinderen om ons heen. Allemaal willen ze graag op de foto. Wanneer het resultaat op een digitale camera wordt getoond, worden ze nog enthousiaster en roepen er nog meer kinderen bij. Nadat Marian en José wat 'kunstjes' hebben gedaan (ik stond laatst voor een poppenkraan en twee emmertjes water halen, in woord en beeld) gaan we verder. De hele horde kinderen loopt met ons mee. En wanneer de weg dood loopt, wijzen ze ons een alternatieve route. Eén van de meisjes, Tseringi, pakt mijn hand stevig vast, alsof ze hem nooit meer los zal laten. Voor we het weten staan we weer op de velden, waar mannen en vrouwen hard aan het werk zijn. Door een man en twee prachtige pikzwarte yaks, die versierd zijn met rode lintjes, wordt het M aan de changland omgeploegd. Er achteraan loopt een vrouwtje met een heel verweerd gezicht om zaad in de goten te strooien. Door weer anderen wordt het ingezaaide goed bedekt met kluiten aarde.
Zodra ze ons zien, bieden ze ons wat te drinken aan. We verwachten thee te krijgen. Tot onze verbazing krijgen we een jerrycan chang voor onze neus, zelfgemaakt bier gebrouwen van gerst. Ik twijfel even om mijn mond aan de fles te zetten, maar bedenk dan dat alcohol alle bacteriën doodt. En het smaakt nog ook! Even verderop geven Tseringi en drie andere meisjes een show. Ze zingen een aantal Tibetaanse kinderliedjes en dansen erbij. Helaas moeten wij weer verder. Terug naar de plek waar de chauffeur ons op zal komen halen.

NB Klik op de twee links in deze tekst om korte filmpjes te zien.

Terug naar boven

Via de Jokhang naar het nirvana
Lhasa, 13 oktober 2001 (door Rob)

De grootste trekpleister van Lhasa is zonder twijfel de Jokhang Tempel. Gelegen in het oude deel van Lhasa heeft dit gebouw van oudsher een grote aantrekkingskracht op pelgrims uit alle delen van het Tibetaanse plateau. Omdat ons hotel om de hoek bij de Jokhang is kunnen we de verleiding niet weerstaan om elke dag wel even te gaan kijken.

De bouw van de tempel is begonnen in het jaar 638 in opdracht van koningin Bhrikuti uit Nepal, één van de vrouwen van koning Songtsen Gampo. Deze grootheid was de eerste koning die regeerde over een verenigd Tibet. De bouw van de tempel had heel wat voeten in aarde, want op de plek waar het bouwwerk zou verrijzen moest eerst een meer worden drooggelegd. Omdat Bhrikuti ook de kosten voor haar rekening nam, had zij bij de bouw een aardige vinger in de pap. Het feit dat de hoofdpoort gesitueerd is aan de westzijde, de kant van Nepal, kan dan ook geen toeval zijn.

Volgens goed buddhistisch gebruik lopen alle pelgrims met de klok mee om de Jokhang. In hun handen hebben zij vrijwel allemaal een molentje op een stok. Man met bidwielDit zijn bidwielen die zorgvuldig draaiende worden gehouden. In de molentjes zit een papierstrook met gebeden die door het ronddraaien de hemel in worden geslingerd. Op diverse plaatsen in Lhasa en ook binnen in de Jokhang zijn grotere vaste gebedswielen te vinden die stuk voor stuk door de pelgrims in beweging worden gebracht. Zo'n pelgrimstocht langs gebedswielen wordt 'kora' genoemd. Menigeen loopt maar liefst 108 maal, een heilig getal voor buddhisten, hetzelfde parcour. De kora rondom de Jokhang is een van de leukere, zowel voor pelgrims als voor toeristen. De smalle straatjes zijn namelijk aan beide kanten voorzien van witte marktkramen. De waar die wordt aangeboden is divers: gebedswielen, gebedsvlaggen, offermateriaal, kleding, sieraden en andere prullaria. Zo gaat een rondje Jokhang nooit vervelen! Naast de lopers zijn er ook de dweilers. Dit zijn pelgrims die zich al biddend op de grond storten, weer opstaan en hetzelfde ritueel een meter verder weer herhalen. De bewegingen die ze maken zijn altijd hetzelfde. Eerst worden de samengevouwen handen boven het hoofd gehouden, dan voor de borst en als laatste voor de buik. Afhankelijk van de leeftijd storten ze zich dan meer of minder sierlijk languit op de grond in de richting van de tempel. Per ronde dweilen ze zeker een paar honderd maal over de grond. Om hun sobere kleding toch enigszins te beschermen dragen ze vaak een leren voorschoot. Omdat ook de handen kwetsbaar zijn worden deze beschermd door houten blokjes. Als je dichterbij zo'n dweilroutinier komt kun je goed zien dat het voorhoofd een grijsachtig eeltplekje heeft ter grootte van een rijksdaalder. Dit is het gevolg van het telkenmale aantikken van het straatgraniet. Voor de Jokhang, aan de zijde van het Barkhorplein, zijn het voornamelijk vrouwen die zich vanuit dezelfde Biddende vrouwpositie telkens op de grond werpen. Om hun lange jurken op z'n plek te houden, binden zij deze met een touwtje om de enkels. Maar wat bezielt deze mensen eigenlijk? Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden is naar alle waarschijnlijkheid een jarenlange studie van het buddhisme nodig. Wat ik tot nu toe begrepen heb van deze religie, is dat het allemaal te maken heeft met 'verdienste'. Hoe meer punten je scoort tijdens dit leven, hoe groter de kans dat je terug mag komen als mens in een volgend leven. Met eventuele bonuspunten maak je kans om terug te keren als mens met aanzien, bijvoorbeeld als hoge lama. De hoofdprijs is echter het bereiken van het paradijs, het 'nirvana'. Wie daar terecht komt is verlost van alle incarnaties. Om aan punten te komen, lopen de meeste pelgrims de verschillende kora. Meer punten zijn begrijpelijkerwijs te behalen als je de kora dweilend aflegt. Behalve met deze meer fysieke vormen kun je ook punten bijeen sprokkelen door geld te geven aan bedelaars en andere hulpbehoevenden.

Als de zon in de namiddag de verweerde gezichten van de pelgrims voorziet van een zachte gloed, komt er een ander soort pelgrims op de Jokhang af: de fotografen. Stuk voor stuk hebben ze professioneel materiaal in handen. Een klikklaktoestel zie je hier niet. Gespitst op dat ene plaatje staan ze naast elkaar opgesteld, hun camera's in de aanslag. Lukt het niet meteen om dat Tibetaanse vrouwtje met vlechten tot op de enkels te fotograferen? Geen nood, waarschijnlijk komt ze nog wel een paar keer langs. Ze is waarschijnlijk alleen in Lhasa voor de bedevaart en een rondje of 108 rond de Jokhang is minimaal. Beter voor haar en de fotografen is echter een veelvoud van dit getal.

Terug naar boven

Tibet, land van begrensde mogelijkheden
Lhasa, 10 oktober 2001 (door Rob)

Het dak van de wereld, zo wordt Tibet vaak aangeduid. Wie het aandurft om de wereld van deze hoogte te aanschouwen zal menig obstakel op zijn pad moeten trotseren.

Een kleine 20 minuten later dan gepland vertrekt de airbus vanaf het vliegveld van Chengdu naar Lhasa. In eerste instantie wilden wij per trein naar Golmud om vandaar per bus naar Lhasa af te reizen. We wisten op dat moment al dat een 'legale' busreis Y2400 (NLG 800,=) zou kosten. Ook hadden we vernomen dat 'illegale' reizigers bij ontdekking een boete krijgen van Y500 per persoon. Wij waren dan ook aangenaam verrast toen we hoorden dat een vlucht maar Y2700 kostte. Rekening houdend met de reiskosten naar Golmud is vliegen naar Lhasa dus niet alleen goedkoper maar ook nog eens een stuk comfortabeler dan de befaamde 'once in a lifetime' busreis. Inbegrepen bij de reissom zijn drie overnachtingen in een dorm en tevens een groepstour van drie dagen met gids.

Een dag voor vertrek gingen we nog even langs het reisbureau om te vernemen of er nog wijzigingen waren opgetreden. En ja hoor, de vorige dag was er een nieuwe regel ingesteld. Elke reiziger naar Tibet moest voor vertrek al in het bezit zijn van een retourticket. Dit kon overigens ook een veel goedkoper busticket zijn naar Golmud à raison van Y300 (NLG 100,=) per persoon. Tevens werd ons bij het reisbureau verteld dat onze permit slechts drie dagen geldig was. Als we meteen hierna Tibet zouden verlaten dan kregen we de Y300 terug. Ook het meisje van het reisbureau bij wie wij geboekt hadden vond dit allemaal erg onredelijk. Ze adviseerde ons zelfs maar niet te gaan. Ze zou ons zo het bedrag dat we hadden aanbetaald teruggeven, zonder inhouding van commissie!
Uitzicht op meer
Bij aankomst in Lhasa wordt de groep, waartoe ook wij officieel behoren, afgezet bij het centraal gelegen Snowland Hotel. Al snel komen we er achter dat we niet gebonden zijn aan de restrictie van slechts drie dagen Tibet. Als je eenmaal in Lhasa bent kun je zo lang blijven als je Chinese visum geldig is.
Het is wel even schrikken als we horen dat alleen voor Lhasa, het Nam Tso meer en het Gandenklooster geen permit nodig is. Voor elke andere bestemming in Tibet moeten we dus een vergunning trachten te krijgen. Als we bij een willekeurig reisbureau informeren wat de mogelijkheden zijn voor Samye en Tsetang in de Yarlungvallei, krijgen we te horen dat alleen het F.I.T.-reisbureau bevoegd is om permits aan te vragen voor deze plaatsen. Omdat er dus geen concurrentie is op deze markt hangen zij daar een prijskaartje aan van maar liefst 3.000 yuan, omgerekend 1.000 gulden, voor een tweedaagse tour. Als je maar één dag wil kost het slechts 2.600 yuan! En dan te bedenken dat de permit zelf maar 150 yuan kost. De mevrouw van F.I.T. zei hierbij dat deze prijs vooral wordt bepaald door de belastingen die zij moeten afdragen (!?).
Een paar dagen later komen wij een Frans stel tegen die zonder permit naar de Yarlungvallei zijn gegaan. Zij vertellen ons dat ze in de Yarlungvallei wat aanvaringen hebben gehad met militairen en de PSB (Public Security Bureau). Ze hebben geen boete hoeven betalen. Op internet (de Thorntree op de sitevan Lonely Planet) hebben wij daarentegen ook verhalen gelezen van mensen die na het betalen van een forse boete rechtsomkeerd moesten maken. De hoogte van de boete is veelal afhankelijk van de stemming van de desbetreffende PSB-pief.

Ook voor de befaamde 'Friendship Highway' richting Nepal is officieel een permit nodig. Gelukkig ben je voor deze trip niet gebonden aan F.I.T. Dat wil zeggen, de meeste andere bureaus vertrekken zonder permit en vragen deze pas aan in Shigatze. Naar horen zeggen is de PSB in deze plaats een stuk vriendelijker dan in Lhasa. Ze geven hier zelfs permits af aan individuele reizigers voor de normale prijs van 150 yuan. Dit is dus een mogelijkheid om richting Nepal te gaan met openbaar vervoer.
Gedurende ons verblijf in Lhasa komen wij Marian en José tegen, twee Nederlanders die wij eerder in Gilgit (Pakistan) hebben ontmoet. We spreken met hen af samen naar Nepal te reizen om zodoende de kosten van een jeep te delen. Ook Christian, onze Belgische kamergenoot uit Chengdu, wil met ons mee. Overeenstemming over het reisschema is zo gevonden. Wij besluiten om een 10-daagse tour te boeken en ook Samye en de Yarlungvallei in het schema op te nemen. Dit betekent wel dat we het alleen via F.I.T. kunnen regelen in verband met de permit voor Samye en de Yarlungvallei. Overigens moet je bij het boeken van de trip precies aangeven waar je wil overnachten. Dit komt ook als zodanig op de permit. Wie hiervan afwijkt kan rekenen op problemen met de PSB.
De tour wordt ons aangeboden voor 8.500 yuan (567 gulden per persoon). Een bijkomend voordeel van het boeken via F.I.T is dat wij de 300 yuan, die wij in Chengdu bovenop de reissom moesten betalen, terug krijgen. Dit drukt de prijs per persoon met 100 gulden. Bij een zekere David kunnen wij dezelfde trip regelen voor slechts 6.500 yuan. De enige adder onder het gras hier is dat we op illegale wijze naar Samye en de Yarlungvallei gaan. Omdat José en Marian al in Golmud een boete van 500 yuan hadden opgelopen wordt dit alternatief van tafel geveegd. Wij boeken aldus bij F.I.T. De vertrekdatum wordt gezet op zondag 14 oktober. Een dag voor vertrek krijgen we de chauffeur en gids te zien. Het lijken sympathieke Tibetanen. Helaas is dit schijn. Gedurende onze tiendaagse tocht krijgen we het regelmatig met ze aan de stok. Het besef dat wij betalen voor de trip en dan tenminste willen bepalen waar en hoe vaak gestopt wordt is de heren vreemd. Op dag zeven blijkt bij een controlepost dat de licentie van onze gids is verlopen. Hij mag niet verder van de arrogante Chinese militairen. Zonder gids vervolgen wij de tocht door het prachtige en afwisselende Tibetaanse landschap. Toch zijn we blij als we op dag tien het grensplaatsje Zhangmu bereiken. Onnodig te zeggen dat het geen zwaar afscheid is!

Terug naar boven