Gevangen
in Bangkok Bangkok, 2 mei 2002 (door Rob)
Als we na een busrit van een uur op het vliegveld van Bangkok
aankomen, is de incheckbalie van Eva Air nog onbemand. Volgens
de mensen van de informatiestand wordt pas twee uur voor vertrek
begonnen met inchecken. We hebben daardoor nog alle tijd om
ons op te frissen en onze bezwete t-shirts te verruilen voor
schone. Als ook de 'economy' balie is bemand zijn wij de eerste
die onze rugzakken op de band leggen. Dan begint onze nachtmerrie.
Verder...
Kerst
op Ko Chang Bang Bao, 26 december 2001 (door M)
Wanneer we teruglopen van het strand, komt Steve, een van
de andere gasten, ons al tegemoet. 'Ken je de traditie dat
mensen ruzie maken met kerst?', vraagt hij. 'Toch niet jij
en Helen......?' 'O nee', antwoordt hij direct. 'Nee, het
zijn Nang en Pom. Ze heeft hem zelfs met zijn pistool bedreigd,
gelukkig was het niet geladen. Maar er stond zo veel haat
in haar ogen, ze had hem kunnen vermoorden. En nu is ze op
weg naar Bangkok.' 'Maar waarom, wat is er gebeurd?', vraag
ik nog. 'Nang is ondeugend geweest, en meer dan eens', is
het antwoord. Verder...
Hel op aarde Kanchanaburi, 11 december 2001 (door Rob)
Het is midden op de dag als de schuifdeuren van de goederenwagon uit Singapore piepend en knarsend open schuiven. Sergeant infanterie J.P. Wijga knijpt zijn ogen dicht voor het felle licht. Even ziet hij niets, hij hoort enkel het indringende gekrijs van de Japanse soldaten die hij sinds zijn internering intens is gaan haten. Verder...
Gevangen
in Bangkok Bangkok, 2 mei 2002 (door Rob)
Als we na een busrit van een uur op het vliegveld van
Bangkok aankomen, is de incheckbalie van Eva Air nog onbemand.
Volgens de mensen van de informatiestand wordt pas twee
uur voor vertrek begonnen met inchecken. We hebben daardoor
nog alle tijd om ons op te frissen en onze bezwete t-shirts
te verruilen voor schone. Als ook de 'economy' balie is
bemand zijn wij de eerste die onze rugzakken op de band
leggen. Dan begint onze nachtmerrie.
Nadat de vriendelijke dame vertwijfeld een paar minuten
door onze paspoorten heeft gebladerd, vraagt ze ons het
visum voor de Verenigde Staten aan te wijzen. Glimlachend
vertellen wij haar dat we uit Nederland komen, en
Nederlanders hebben geen visum nodig. Of we dan kunnen aantonen
dat we Amerika weer binnen dertig dagen zullen verlaten.
Dit is ons nog nooit gevraagd. We vertellen haar dat we
over land verder willen trekken naar Mexico. Hierop fronst
zij haar wenkbrouwen. Ze weet er duidelijk geen raad mee.
Ze lost het op door ons naar haar supervisor te sturen,
een paar balies verder.
De supervisor is een forse man van een jaar of veertig.
Hij vertelt ons opnieuw het hele verhaal. Geen visum en
ook geen aantoonbaar bewijs dat we de Verenigde Staten weer
gaan verlaten binnen dertig dagen.....dan kunnen wij u helaas
niet laten inchecken. Om zijn verhaal kracht bij te zetten
draait hij het nummer van iemand bij de ambassade van de
VS in Bangkok en geeft mij vervolgens de hoorn. De man,
een welbespraakte Amerikaan, verklaart dat de luchtvaartmaatschappij
zich er van moet vergewissen dat passagiers de Verenigde
Staten binnen de gestelde termijn weer zullen verlaten.
Doen zij dit niet en de desbetreffende passagier wordt de
toegang tot het land geweigerd, dan krijgen zij een boete
aan hun broek. Het wordt mij gaandeweg duidelijk dat wij
zonder visum en met slechts een enkeltje op zak dus niet
erg sterk staan. We hopen de situatie te redden door te
melden dat we wel degelijk beschikken over een ticket naar
een bestemming buiten de Verenigde Staten. Via internet
hebben we namelijk een retourtje Miami-Curacao geboekt.
Alvorens naar Mexico te gaan willen wij daar een paar vrienden
en bekenden opzoeken. De tickets zijn naar het adres van
onze vrienden in San Francisco opgestuurd. We proberen de
supervisor zover te krijgen om mee te gaan naar een internetgelegenheid
op het vliegveld om hem de bevestiging van deze tickets
te laten zien, maar de man weigert. Wij worden ongeduldig
en de adrenaline begint zich meester te maken van ons lichaam.
Voor de zoveelste maal leggen we de situatie uit aan de
supervisor die inmiddels duidelijk met andere zaken bezig
is. Om van het gezeur af te zijn komt hij met de volgende
oplossing. Als onze vrienden in San Francisco nu meteen
zouden bellen met het lokale kantoor van Eva Air en daar
bevestigen dat zij tickets hebben op onze naam, dan zou
hij ons mee laten gaan. Als een speer rennen we naar het
telecomcentrum. Met kloppend hart draai ik het nummer van
onze vrienden, waarbij ik me realiseer dat het op dit moment
daar 01.00 uur 's nachts is. Nadat we na duizend excuses
voor het uit hun bed bellen de situatie hebben uitgelegd
en het telefoonnummer van Eva Air hebben doorgegeven, gaan
we terug naar de man die ons lot in handen heeft. We kunnen
niets meer doen dan wachten. De tijd vliegt voorbij en we
worden steeds ongeduldiger. Na drie kwartier meldt de supervisor
dat het telexbericht aangeeft dat Eva Air SF nog steeds
geen telefoontje heeft ontvangen. Hierop besluit ik het
betreffende nummer zelf te bellen. In plaats van een operator
krijg ik een antwoordapparaat. Vloekend keer ik terug bij
de supervisor. We zijn laaiend. Onze enige uitweg is geblokkeerd
doordat we het verkeerde telefoonnummer hebben doorgekregen.
De man kijkt ons verschrikt aan en zegt dat hij 'security'
gaat bellen als we niet kalmeren. Al onze hoop op een goede
afloop is nu verdwenen. Het is inmiddels 17.30 uur, de geplande
vertrektijd van vlucht BR 202 naar San Francisco.
Teneergeslagen keren we terug naar downtown Bangkok. We
kunnen maar niet geloven dat dit ons werkelijk is overkomen.
Om een einde te maken aan onze depri-stemming besluiten
we die avond een bioscoop op te zoeken. De animatiefilm
'Ice Age' blijkt een goede keuze.
De volgende ochtend staan we vroeg bij de ambassade van
de VS. Nadat we alle formulieren hebben ingevuld stappen
we het kantoortje binnen. De portier vraagt of we de visumfee
al hebben betaald. 'Nee', is ons antwoord, 'maar we hebben
dollars bij ons!' De man schudt zijn hoofd en vertelt ons
dat dit alleen op het postkantoor kan worden betaald. Hier
voegt hij aan toe dat het vandaag 1 mei is, dag van de arbeid,
wat betekent dat deze gesloten is. We vragen hem of we met
een medewerker van de ambassade kunnen overleggen. Hierop
draait hij een nummer en geeft ons de hoorn. De dame die
we aan de lijn hebben heeft eveneens weinig opbeurends te
vertellen. De hele procedure kan twee dagen duren maar ook
twee weken. Hier hebben we dus weinig aan. We besluiten
om over te gaan naar plan B, het kopen van een extra ticket.
We gaan terug naar het reisbureau waar we onze tickets Bangkok-San
Francisco hebben gekocht. Het meisje dat ons daar had geholpen
is zichtbaar verbaasd over onze verschijning. Nadat we haar
het hele verhaal hebben uitgelegd gaat zij aan de slag.
Als eerste moet natuurlijk geregeld worden dat we zo snel
mogelijk weer op een vlucht naar San Francisco kunnen. Dat
is zo in orde, we kunnen morgen weer mee met Eva Air. Maar
dan komt het. Alle vluchten van de komende 30 dagen vanuit
Amerika richting
Bangkok zijn al volgeboekt. Dan bekijken we de mogelijkheid
van het omzetten van ons enkeltje in een retourtje. Dit
zou nog wel lukken maar dan krijgen we bij annulering van
de terugvlucht, want dat is natuurlijk onze intentie als
we eenmaal in Amerika zijn, slechts een schijntje terug.
We vragen haar of het dan mogelijk is een vlucht te boeken
van bijv. New York naar Amsterdam, zodat we een bewijs hebben
Amerika te zullen verlaten.. Dit is wel mogelijk maar tegen
een absurd hoog tarief. We zetten de financiële consequenties
van deze mogelijkheid naast die van het retourtje Bangkok-San
Francisco. Onder de streep blijkt het toch voordeliger te
zijn om te kiezen voor de optie New York-Amsterdam. Dan
komt de laatste hobbel. Omdat we morgenochtend vroeg vertrekken
heeft het reisbureau niet meer de tijd om de tickets aan
te maken. De enige manier om deze voor ons zo belangrijke
documenten tijdig te bemachtigen is om ze zelf te gaan ophalen
bij Singapore Airlines. Het is inmiddels al na vieren, het
meisje van het reisbureau is uren voor ons bezig geweest,
waardoor we nog een krap uur de tijd hebben. Gelukkig is
het kantoor van deze luchtvaartmaatschappij snel te bereiken
met de skytrain. De medewerkster daar vertelt ons bezorgd
dat het volle tarief moet worden betaald en dat er geen
korting mogelijk is. Het zou voor ons voordeliger zijn deze
tickets in de Verenigde Staten te kopen. Als ook zij bevestigt
dat de tickets geannuleerd kunnen worden, overhandigen we
met plezier onze credit card.
De volgende ochtend staan we met kloppend hart opnieuw bij
de incheckbalie van Eva Air. We weten dat we dit keer alle
benodigde documenten bij ons hebben, maar zijn pas gerustgesteld
als we de instapkaarten in handen hebben. Twee dagen later
dan gepland komen we aan in San Francisco.
Kerst
op Ko Chang Bang Bao, 26 december 2001 (door M)
Wanneer we teruglopen van het strand, komt Steve, een van
de andere gasten, ons al tegemoet. 'Ken je de traditie dat mensen
ruzie maken met kerst?', vraagt hij. 'Toch niet jij en Helen......?'
'O nee', antwoordt hij direct. 'Nee, het zijn Nang en Pom. Ze
heeft hem zelfs met zijn pistool bedreigd, gelukkig was het
niet geladen. Maar er stond zo veel haat in haar ogen, ze had
hem kunnen vermoorden. En nu is ze op weg naar Bangkok.' 'Maar
waarom, wat is er gebeurd?', vraag ik nog. 'Nang is ondeugend
geweest, en meer dan eens', is het antwoord.
Wat een onheilstijding. Behalve dat het heel triest is voor
Nang en Pom zelf, gooit deze gebeurtenis ook ons hele kerstprogramma
in het water. Nang en Pom beheren met zijn twee?n het hutjescomplex
waar we zijn neergestreken. Zonder Pom in de buurt kan Nang
niet weg en dus kan de Christmas sunset cruise vanmiddag met
Nang als kapitein geen doorgang vinden. En erger nog, geen Pom
betekent geen kokkin en dus geen kerstdiner..... En we dachten
het nog wel zo goed geregeld te hebben. Omdat we met Pok zijn
ouders en mijn moeder juist de kerstdagen op een eiland zouden
doorbrengen, wilden we proberen er iets speciaals van te maken.
Begin december waren wij zelf al op Ko Chang en aangezien de
hutjes van Blue Wave prima bevielen, hebben we meteen gereserveerd
voor de kerst. Met Steve en Helen, die er toen ook al waren,
en met Pom is gepraat over een sunset cruise op Nang's visserskotter,
een gezamenlijk kerstdiner en uitwisseling van cadeautjes. Daartoe
zouden wij allemaal voor een aardigheidje zorgen. Omdat wij
de ouders hiermee wilden verrassen, hebben wij voor vijf cadeautjes
gezorgd.
Nog verbijsterd van het nieuws spreken we met Steve af dat we
om 19.00 uur met z'n allen in het dorp zullen gaan eten. Gisteren
bij aankomst was er niets dat wees op dit drama. Als
oude bekenden werden we door Pom en Nang onthaald. Pom vroeg
meteen op samenzweerdige toon of we wel voor cadeautjes hadden
gezorgd en meldde dat vrijwel alle andere gasten ook mee zouden
doen. Aan het eind van de middag werd het terras, waar alle
maaltijden geserveerd worden, door ons in kerstsfeer gebracht.
Zowel wij als de ouders hadden, zonder elkaar in te lichten,
kerstversiering meegebracht. Er werd zelfs gezorgd voor een
meer dan twee meter hoge kerstboom, bestaande uit vers gekapte
bamboestammen!
Een ochtendje strand maakt toch wel hongerig en dus lopen we
door naar onze hutten om het zout van onze lichamen te spoelen
en ons klaar te maken voor het onderdeel dat vandaag wel doorgang
kan vinden, namelijk lunchen in het nabijgelegen vissersdorpje
Bang Bao. Omdat we de rest van de middag opeens 'vrij' hebben,
gaan we daarna ook nog uitgebreid koffie en thee drinken in
de plaatselijke chia-shop.
's Avonds zitten we met 18 man in een restaurantje. De eigenaar,
helemaal overdonderd door zo'n grote groep, haalt alles uit
de kast en wordt steeds enthousiaster. De ene na de andere indrukwekkende
vis wordt getoond en er wordt ons verteld hoe dat klaargemaakt
kan worden. Ik heb mijn keuze snel gemaakt. We hoeven maar even
om ons heen te kijken of de eigenaar staat al naast ons. Om
half negen, halverwege het diner, roept hij dat het nu happy
hour is en cocktails voor de halve prijs te verkrijgen zijn.
Het volume van de geluidsinstallatie wordt steeds harder gezet
en er is er één die luid meezingt en staat te
swingen op de oubollige jaren zestig en zeventig nummers: de
eigenaar! Tussendoor maakt hij foto's en alle dames krijgen
een bloem van een orchidee, die persé achter het oor
geplaatst moet worden. We zijn het er allemaal over eens: dit
is een heel bijzonder kerstdiner.
Toch willen we tegen tienen terug naar de kerstboom, want de
pakjes wachten. Nang, die duidelijk met z'n ziel onder zijn
arm loopt, is nog wakker en heeft gelukkig de generator, die
normaal gesproken maar tot 22.00 uur aan is, niet uitgezet.
Onder het genot van een Lambrusco-achtig drankje, dat Pok en
ik van het vasteland hebben meegesleept, worden lootjes met
nummers uitgedeeld en de kerstkaarsjes worden aangestoken. Met
de wind die ritselt door de bamboekerstboom als achtergrondmuziek
worden vervolgens de genummerde cadeautjes uitgepakt, soms onder
grote hilariteit. Het is Nang die het meest passende cadeau
ontvangt: een speelgoedpistool!
NB. De volgende dag weten we zeker dat ook in Thailand het leven
één grote soap kan zijn. Rond 18.00 uur is Pom
terug! Niet eerder zagen we Nang zo gelukkig en vooral zo lief
zijn voor Pom.....
Hel
op aarde Kanchanaburi, 11 december 2001 (door Rob)
Het is midden op de dag als de schuifdeuren van de goederenwagon
uit Singapore piepend en knarsend open schuiven. Sergeant infanterie
J.P. Wijga knijpt zijn ogen dicht voor het felle licht. Even
ziet hij niets, hij hoort enkel het indringende gekrijs van
de Japanse soldaten die hij sinds zijn internering intens is
gaan haten.
Begin april 1943 werd vanuit Tokio een order uitgevaardigd om
voorbereidingen te treffen om 7.000 krijgsgevangenen te verplaatsen
per trein. Als reden werd opgegeven dat de voedselsituatie in
Singapore aan het verslechteren was. In de andere plaats zou
het veel beter zijn, vooral ook voor de zieken.
Sergeant Wijga grijpt het weinige wat hij nog bezit vast en
springt met zijn kameraden uit de trein. Als ze voor het station
staan opgesteld, wordt hen tot ieders verbazing duidelijk gemaakt
dat hun nieuwe bestemming nog een aantal dagen lopen is. Alle
spullen die niet door hen zelf gedragen kunnen, worden dienen
achter te blijven. Ook de mannen die niet fit zijn, zullen mee
moeten.
De tocht door het moeilijk begaanbare jungleterrein van noordoost
Thailand verloopt in vijftien etappes. Het regenseizoen heeft
inmiddels zijn intrede gedaan. Hevige buien zorgen ervoor dat
het toch al moeilijke terrein nog zwaarder wordt. Sergeant Wijga
ziet met lede ogen aan hoe de onfitte mannen door de bewakers
worden geslagen en geschopt om ze maar vooruit te krijgen. Tweeëneenhalve
week na vertrek bereiken ze hun bestemming en worden ze ondergebracht
in verschillende kampen. Met dertig andere krijgsgevangenen
wordt sergeant Wijga ondergebracht in een veel te kleine hut
van bamboe. Het dak ontbreekt waardoor de hevige tropische regenbuien,
die in dit seizoen aan de orde van de dag zijn, vrij spel hebben.
Tijd om
bij te komen van de uitputtende mars krijgen ze niet, want de
Japanse ingenieurs hebben haast. Hun opdracht is binnen enkele
maanden een spoorlijn aan te leggen van Thailand naar Birma.
Deze lijn zal dienst gaan doen als aanvoerroute bij de verdere
expansie richting het westen. Begin 1900 hadden de Britten al
een studie gemaakt voor een dergelijke spoorlijn. Hun conclusie
was destijds dat het betreffende junglegebied te ge?soleerd
en te onherbergzaam was voor een dergelijke klus. De Japanners
hebben echter iets wat de Britten niet hadden: een enorme hoeveelheid
vervangbare arbeidskrachten, bestaande uit krijgsgevangenen.
Sergeant Wijga wordt ingezet bij de bouw van een brug over de
Kwai rivier. Al snel hoort hij van de gruwelen van een paar
kilometer verderop. Daar wordt dag en nacht door voornamelijk
Australische gevangenen gewerkt aan het uithakken van een kloof.
Over een afstand van een kilometer moet daar een pas worden
gehouwen waar de trein doorheen moet kunnen. De plek wordt door
iedereen met afgrijzen de Hellfire Pass genoemd. Wie de broodmagere
werkers daar ziet in het schijnsel van fakkels en toortsen weet
hoe deze illustere benaming is ontstaan.
Met schoppen, hamers, pikhouweels, stalen handboren en rieten
manden om de stenen en grond af te voeren werd 415 kilometer
rails aangelegd in slechts zestien maanden. Naar schatting 16.000
geallieerde krijgsgevangenen en maar liefst 90.000 tot 100.000
werkers (koelies) uit Thailand, Maleisië, Indonesië
en Birma lieten het leven gedurende de aanleg van de Birma-spoorlijn.
De lijn heeft twintig maanden dienst gedaan totdat de geallieerden
in 1945 de inmiddels wereldberoemde brug over de River Kwai
bombardeerden.
Dit verhaal heb ik geschreven na een bezoek
aan de Hellfire Pass met het erbij gelegen museum en het lezen
van diverse bronnen (waaronder 'Report of Condition of P.O.Ws
in Thailand', opgemaakt in februari 1944 door majoor Cyril Wild,
te vinden op www.ean.co.uk).
Sergeant J.P. Wijga is één van de 2.830 Nederlandse
militairen die het leven heeft gelaten tijdens de brute werkzaamheden
aan de 'Dodenlijn'. Zijn graf is te vinden op het Geallieerde
Oorlogskerkhof van Kanchanaburi.