Kerk in Leon

 

klik hier om menu te activeren

 

 

 

Zullen ze het redden?
San Juan del Sur, 20 november 2002 (door M)

Bij aankomst meldt één van de parkwachters ons dat er al een zeeschildpad op het strand is. Samen met hem lopen we naar de donkere schaduw op het witte zand. Met haar achterpoten, misschien kunnen we beter spreken van zwemvinnen, graaft het enorme beest een gat van zo'n 75 centimeter diep. Wanneer de schildpad stopt en stil ligt, is ze eieren aan het leggen. 'Willen jullie dat zien?', vraagt de parkwachter. Verder...

'Twee of niets'
San Juan del Sur, 19 november 2002 (door Rob)

We zijn nog maar net de baai uit of er klinkt een luid geratel. Een van de hengels die Carlos, de kapitein van het door ons gecharterde bootje, zojuist heeft uitgeworpen staat wel heel krom. Terwijl het geratel alsmaar luider wordt, kijken we elkaar vertwijfeld aan. Wat nu? Carlos gebaart ons snel actie te ondernemen. Verder...

Met de fiets de grens over
Leon, 1 november 2002 (door Rob)

Als de stofwolk die onze bus heeft voortgebracht enigszins is verdwenen, zien we een rood-wit gestreepte slagboom. Dit moet de grens met Nicaragua zijn. Aan de rechterkant van de slagboom staat een klein huisje waarvoor een dikke man met zijn cowboyhoed over het gezicht een dutje doet. Een aantal knoopjes van zijn smoezelige khaki overhemd zijn los waardoor een enorme bolle behaarde buik is waar te nemen. Met een vriendelijk 'buenos tardes' proberen we een gesprek te starten. Verder...

Uitzicht vanaf Leon Viejo


Zullen ze het redden?
San Juan del Sur, 20 november 2002 (door M)

Bij aankomst meldt één van de parkwachters ons dat er al een zeeschildpad op het strand is. Samen met hem lopen we naar de donkere schaduw op het witte zand. Met haar achterpoten, misschien kunnen we beter spreken van zwemvinnen, graaft het enorme beest een gat van zo'n 75 centimeter diep. Wanneer de schildpad stopt en stil ligt, is ze eieren aan het leggen. 'Willen jullie dat zien?', vraagt de parkwachter.

Ik vraag me af of ik hem wel helemaal begrepen heb, maar tot mijn grote verbazing knielt de parkwachter bij de Eitjes van de schildpadachterkant van de schildpad en begint daar met zijn blote handen een gat te graven. Niet veel later hebben we, bijgelicht door een zaklantaarn, uitzicht op iets wat mij bijzonder privé lijkt voor een schildpad. We kunnen zien hoe de eieren -het zijn net pingpongballen- uit het lichaam komen zetten en in het zand vallen. Als ik vraag hoeveel eieren per keer gelegd worden, is het antwoord 'ongeveer 8 dozijn, oftewel 96!
Vervolgens wordt het nest bedekt. De schildpad maakt ronddraaiende bewegingen om zo met haar zwemvinnen zand in het gat te krijgen. Met de onderkant van haar schild en gebruik makend van haar gewicht stampt ze het zand aan. Op die manier hoopt ze dat andere dieren niet door hebben dat er eieren onder het zand liggen. Voor de mens echter is heel zichtbaar dat zich hier een nest bevindt: de ronddraaiende bewegingen laten een heel duidelijk spoor achter. Na haar noeste arbeid schuifelt de schildpad over het strand terug naar de zee. Haar taak is volbracht.

We zijn op het strand van La Flor, een natuurreservaat bewaakt door parkwachters en het leger, in het zuiden van Nicaragua. Hier tracht men de populatie van de paslama-schildpad, die zoals alle waterschildpadden met uitsterven bedreigd wordt, in stand te houden. Ieder jaar tussen juli en januari komen duizenden paslama's uit verre wateren als pelgrims naar La Flor en andere stranden aan de Grote Oceaan om 's nachts in het zand hun eieren te leggen. De paslama is één van de kleinere schildpadsoorten: een volwassene is zo'n 90 centimeter lang en weegt 45 kilo. Paslama's kunnen 200 jaar oud worden. De vruchtbare leeftijd is vanaf hun 15e tot hun 150e. De vrouwtjes ovuleren drie tot vier keer per jaar en komen daarvoor altijd naar het strand waar ze zelf uit het ei zijn gekropen. De bevruchting, die plaats vindt in zee, is afdoende voor twee ovulaties!
Zeven tot acht keer per jaar vindt er een uniek fenomeen plaats: gedurende drie à vier opeenvolgende nachten komen de schildpadden massaal het strand op. Tijdens zo'n mega-komst ontvangt La Flor gemiddeld 3.000 schildpadden. Een enkele keer zelfs 12.000!
Het gehele traject van het strand opkomen, ovuleren en terugkeer naar de zee neemt slechts drie kwartier in beslag. Afhankelijk van de sterkte van de zon worden de eieren in 45 tot 60 dagen 'uitgebroed'. Van iedere duizend gelegde eieren bereiken maar tien babyschildpadjes het water en slechts één à twee zullen volwassen worden. De ongeboren en babyschildpadjes hebben vele natuurlijke vijanden, zoals vossen, honden, coyotes, mieren, vogels en krabben. Volwassenen zijn vooral in trek bij haaien. De grootste bedreiging echter is de mens.
De parkwachters van La Flor zorgen ervoor dat er geen eieren opgegraven worden en er geen schildpadden gevangen worden. Daarnaast pakken ze de babyschildpadjes op die overdag uit het ei kruipen. Door de vele vogels en krabben is hun overlevingskans vrijwel nihil. Tegen de avond worden ze bij de rand van het water geplaatst.
Een groot deel van de plaatselijke bevolking leefde voorheen van de schildpaddenvangst en -eieren. Als compensatie voor hun medewerking ontvangen zij nu 10% van de gelegde eieren. Dit zijn de eieren die te dicht bij de zee gelegd zijn en door het water toch geen overlevingskans zullen hebben.

We zijn op het strand gaan zitten op ongeveer 10 meter van het water. In het schijnsel van de maan -gelukkig is het bijna volle maan- zien we regelmatig een schildpad bij de vloedlijn, maar heel vaak gaan ze terug de zee in. Een normaal proces, volgens de parkwachter. Hij verwacht dat deze nacht het begin zal zijn van een mega-komst. Overdag hebben hij en zijn collega's al vele kopjes boven het water gezien, een goed teken.
Naarmate het later wordt komen er inderdaad steeds meer schildpadden het land op. Het is een fantastisch gezicht, die gigantische beesten -behorend in de zee, die alleen om eieren te leggen eventjes het strand bezoeken. Tot twee keer toe loopt er één tot op een paar meter van ons. Onze aanwezigheid Paslama schildpadschijnt ze niet te deren. Dan zien we recht voor ons een donkere vlek bij de waterlijn. Zou ze echt hier het strand op komen? De schildpad houdt ons in spanning door een tijdje te twijfelen, maar komt dan toch echt het water uit. We blijven roerloos zitten en verwachten dat ze om ons heen zal schuifelen. Dat doet ze echter niet. Het massieve beest nadert ons tot op minder dan een meter en blijft dan stil staan. Ik durf bijna geen adem meer te halen. Ze lijkt te wachten tot wij opzij gaan, dus schuiven we een beetje op. Ze beweegt zich weer iets verder en maakt dan een licht briesend geluid. 'Ze wordt toch niet agressief', flitst door mijn hoofd. Maar niets is minder waar. Vlak langs ons vervolgt de schildpad haar weg en hoger op het strand begint ze een gat te graven.
Een hele bijzondere belevenis. Het liefst zou ik hier de hele nacht blijven zitten, maar het is al ver na twaalf uur en het vervoer terug plus de overige passagiers wachten....
Teruglopend tellen we zeker 30 schildpadden op het strand. En het is nog vroeg. Dieper in de nacht worden er nog veel meer verwacht.

Alsof de avond nog niet mooi genoeg is geweest, mogen we nog een verrassing meemaken. De parkwachter denkt wat te zien en richt er zijn zaklantaarn op. Het is een zojuist uit het ei gekropen schildpadje! Nog geen 5 centimeter groot tracht het de weg naar de zee te vinden. Gedesoriënteerd door het licht van de zaklantaarn loopt het de verkeerde richting uit. We mogen het oppakken -het is echt kleiner dan je handpalm- en zetten het bij het water. Door de golven wordt het beestje een paar keer teruggeduwd, maar dan is het toch echt weg. De strijd om te overleven gaat door.

Terug naar boven

'Twee of niets'
San Juan del Sur, 19 november 2002 (door Rob)

We zijn nog maar net de baai uit of er klinkt een luid geratel. Een van de hengels die Carlos, de kapitein van het door ons gecharterde bootje, zojuist heeft uitgeworpen staat wel heel krom. Terwijl het geratel alsmaar luider wordt, kijken we elkaar vertwijfeld aan. Wat nu? Carlos gebaart ons snel actie te ondernemen.

Met Jeff, een gezette 23-jarige Canadees en Jenn, een Australische van Schotse afkomst, hebben we een vistripje op zee geregeld. Hoewel ik vroeger wel eens heb gevist, is dit de eerste keer op open zee.
We gunnen Jenn de eer om de eerste vis binnen te halen. Terwijl Jeff de lijn van de andere hengel op haalt om te voorkomen dat de twee lijnen verstrengeld raken, neemt Carlos een stok met flinke haak in zijn hand. Als de vis vlakbij de boot is slaat Carlos met een ferme klap zijn haak in de vis. Er is geen ontkomen meer aan. Als ook het haakje uit de mond is gepulkt verdwijnt hij in de koelbox.

Niet veel later ratelt hetzelfde molentje weer. Nu ben ik aan de beurt. Een beetje onwennig begin ik aan de taak om de lijn binnen te halen. Eerst de hengel langzaam optrekken, dan laten vieren en gelijktijdig zoveel mogelijk draad op het molentje draaien. Nadat ik deze handelingen een aantal malen heb uitgevoerd zie ik de vis, ditmaal een 'bonito', aan de oppervlakte komen. Hem wacht eenzelfde lot als de eerste vis. Na een minuut of tien is Jeff aan de beurt. Hij weet een makreel binnen te halen.

Vis met zijn eerste buitOndertussen varen we langs de prachtige kust van Zuid-Nicaragua. In de verte is Costa Rica waar te nemen. Telkens als Carlos een zwerm vogels boven het water ziet, stuurt hij de boot naar dezelfde plek. De logica is als volgt: waar vogels zijn is kleine vis en die zijn op hun beurt weer prooi voor grote vis. Na een periode van betrekkelijke stilte beginnen plotseling beide molentjes te ratelen. Jenn ligt op het voordek van de zon te genieten en ik grijp bij het horen van het geratel naar mijn camera voor wat actie shots. Dit betekent dat Carlos zelf in actie moet komen. 'Oh yes!', roept Jeff. 'This is a big one!' Hij moet zich tot het uiterste inspannen om de buit binnen te halen. Ook Carlos moet hard werken. Een paar tellen later stopt Carlos er abrupt mee. Er is duidelijk iets anders aan de hand. De vermeende grote vis van Jeff is niets anders dan een net wat niet zichtbaar was aan de oppervlakte. Onze kapitein zet de motor in z'n achteruit en vaart langzaam naar de plek waar de beide haken in het net zitten. Zorgvuldig, zonder het net te beschadigen, weet hij ze los te krijgen waardoor wij onze trip weer kunnen vervolgen.

Na anderhalf uur varen is het tijd om terug te keren. Vooral Jeff kan er geen genoeg van krijgen. Hij stelt voor om een competitie te houden. Degene die als eerste een vis binnenhaalt krijgt een biertje van de ander. Uiteraard ga ik akkoord. Dan begint het wachten. De hengels die normaal in een soort van standaard zitten worden nu door ons ter hand genomen om meteen te kunnen reageren. 'Trrrrrrrrrrrrrrrrr', het is het molentje van Jeff. Een paar minuten later wordt onze vangst aangevuld met een makreel. 'Double or nothing?', grijnst hij naar mij. Als ik accepteer en de volgende vis zal vangen staan we quite....anders krijgt hij twee biertjes van me. Ik ga wederom akkoord. Ditmaal is het geluk aan mijn zijde. Ook de tweede ronde eindigt in remise. Tijd voor een derde ronde is er niet, want we varen het haventje van San Juan del Sur weer in waarmee ons tripje eindigt. Van de buit krijgen wij de drie makrelen, ieder zeker 60 centimeter lang. De andere 15 vissen zijn voor Carlos.

De kkokploegOmdat er genoeg vis is voor zeker tien man, nodigen we een aantal andere reizigers uit om met ons mee te eten. We spreken af in Casa Oro, een echte backpackersplaats, waar we gebruik kunnen maken van de gezamenlijke keuken. Voorwaarde is dan wel dat iedereen op zijn of haar manier participeert in het geheel. M, overduidelijk de meest ervaren kok, neemt de coördinatie op zich. Jeff bekommert zich over de vis die gedeeltelijk nog moet worden schoongemaakt. Tegen zes uur kunnen we aan tafel waar we ons de makreel 'al la barbacoa' goed laten smaken. De biertjes zijn voor eigen rekening! (zie ook dit filmpje).

Terug naar boven

Met de fiets de grens over
Leon, 1 november 2002 (door Rob)

Als de stofwolk die onze bus heeft voortgebracht enigszins is verdwenen, zien we een rood-wit gestreepte slagboom. Dit moet de grens met Nicaragua zijn. Aan de rechterkant van de slagboom staat een klein huisje waarvoor een dikke man met zijn cowboyhoed over het gezicht een dutje doet. Een aantal knoopjes van zijn smoezelige khaki overhemd zijn los waardoor een enorme bolle behaarde buik is waar te nemen. Met een vriendelijk 'buenos tardes' proberen we een gesprek te starten.

Voordat we in dit deel van de wereld terecht kwamen, had ik het idee dat het er min of meer op deze wijze aan toe zou gaan. Niets is minder waar!
Als de deur van de bus open gaat, worden we belaagd door een leger geldwisselaars en 'fietstaxichauffeurs'. Zij maken ons duidelijk dat de grenspost van Nicaragua een paar kilometer verderop ligt. Voor een kleine fooi willen ze ons er wel naartoe brengen. Na het omwisselen van een paar dollar in cordobas besluiten we gebruik te maken van de fietsdienst. Omdat 'fooi' een relatief begrip is wat kan leiden tot verrassingen achteraf, spreken we met een van de jongens een vast bedrag af. Nog voordat we akkoord zijn heeft hij onze rugzakken al in het bakje van zijn fiets gelegd om te voorkomen dat een ander er met ons vandoor gaat.

Na 50 meter stoppen we bij het grenskantoor van Honduras voor ons exitstempeltje. Dan begint het harde werken voor onze amigos. De De fietsdienstgrenspost ligt aan de andere kant van de rivier en om er te komen moeten we een brug over. Nu begrijpen we waarom ze met hun tweeën de taak op zich hebben genomen om ons naar de andere kant te brengen. Eén van de knullen is afgestapt om rennend de fiets vooruit te duwen. Uit medeleven bieden we aan af te stappen, maar daar willen ze niets van weten. Aangekomen op het hoogste punt zien we ver beneden ons een aantal mannen op paarden de rivier, die op deze plaats de grens tussen Honduras en Nicaragua is, oversteken. Het blijken smokkelaars te zijn van vooral tabakswaren. Erg lang kunnen we niet naar het tafereel kijken want we gaan steeds harder bergafwaarts. Behendig wordt ons bakkie naar de grenspost van Nicaragua gemanouvreerd.

Terwijl één van de makkers bij de fiets en onze bagage blijft, gaat de andere met ons mee naar binnen. Service van de zaak zullen we maar zeggen. Omdat de stroom is uitgevallen is de man aan de andere kant van het loket amper zichtbaar. Hij geeft ons ieder een wit formuliertje waarop we onze gegevens moeten invullen. De kosten bedragen 7 US dollar per persoon. Ik geef de man een briefje van twintig en kijk verbaasd op als ik een briefje van tien terug krijg. Ook onze jeugdige begeleider ziet dat wij een voordeel hebben van vier dollar. Voor hem reden om, zodra we weer op de fiets zitten, te azen op een goede fooi.

Hoewel we inmiddels zijn aangekomen op Nicaraguaans grondgebied zijn we er nog niet. Dat heet, de bussen vertrekken vanaf een plek die nog eens een kilometer verderop is. Voordat we hier aankomen moeten we door een flinke modderpoel waar onze fietsdienst aardig wat moeite mee heeft. Dan komt het aan op afrekenen. We geven hen het afgesproken bedrag en een flinke fooi, die ze met een brede glimlach in ontvangst nemen. Hard werken moet beloond worden, nietwaar? Een half uur later vertrekt onze bus richting Leon.

Terug naar boven