Tamang

 

klik hier om menu te activeren

 

 

 

Staakt het vuren abrupt beëindigd
Kathmandu, 29 november 2001 (door Rob)

Op 23 november tegen elf uur 's avonds schrik ik wakker van een enorme knal. "Wat was dat?", vraag ik aan M, die nog wat aan het lezen is. Ze haalt haar schouders op. Omdat er verder geen ongebruikelijke geluiden te horen zijn, vermoedt zij dat er een grote rotsblok van de berg is komen zetten. Verder...

Ssstttttt!
Thakurdwara, 20 november 2001 (door M)

Wanneer we na een vermoeiende bustocht aankomen in Anbasa, moet ik heel nodig naar het toilet. In dit dorp, dat niet meer is dan wat hutjes op een kruispunt van wegen, verwacht ik geen w.c. aan te treffen. Gauw kruip ik achter wat bosjes. Voorzichtig, om niet op een van de termietenheuvels te gaan staan, zoek ik een plekje. Terug bij Pok en de bagage voel ik iets over mijn been omhoog kruipen. Verder...

Drie dagen Kali Gandaki
Pokhara, 14 november 2001 (door Rob)

"All forward!" klinkt het van achter uit de raft. "More power....more power!" Wij peddelen uit alle macht. Dan schreeuwt de gids "right back!", niet veel later gevolgd door: "left back!". Dit is het praktijkonderdeel van de stoomcursus raften voor beginners die wordt afgesloten met het commando: "peddle in the middle". Gelijktijdig zwaaien wij de nog druppelende peddels naar het midden van de boot, waarna we deze onder het uitbrengen van een luid "yehoeeeeee" weer terugbrengen in positie. Verder...

Tot as zult gij wederkeren
Kathmandu, 1 november 2001 (door M)

Onze aandacht wordt getrokken door een geluid van huilende vrouwen. We kijken in de richting van het gehuil, maar zien alleen wat mannen bij een opgestelde stapel hout staan. Pashupatinath is klaar voor de eerste crematie van vandaag. Verder...

Over geiten, godinnen en appeltaart
Kathmandu, 27 oktober 2001 (door Rob)

Met een ferme slag wordt de kop van de geit gescheiden van de romp. Het onthoofde deel van het eens zo levendige beestje valt met een doffe klap op de bebloede plavuizen. Dit alles onder het oog van een enorme menigte die zich speciaal voor de gelegenheid in feestelijke kleding heeft gehuld. Verder...

Zonsopkomst gezien vanaf Sarangkot

Staakt het vuren abrupt beëindigd
Kathmandu, 29 november 2001 (door Rob)

Op 23 november tegen elf uur 's avonds schrik ik wakker van een enorme knal. "Wat was dat?", vraag ik aan M, die nog wat aan het lezen is. Ze haalt haar schouders op. Omdat er verder geen ongebruikelijke geluiden te horen zijn, vermoedt zij dat er een grote rotsblok van de berg is komen zetten.

Wij bevinden ons in Gorkha, een klein plaatsje tussen Kathmandu en Pokhara. Als wij de volgende ochtend op het dakterras aan het ontbijt zitten, komt de enigszins aangeslagen hotelmanager naar ons toe. "Hebben jullie gisteravond die knal gehoord?", vraagt hij opgewonden. Nog voordat wij kunnen antwoorden, vervolgt hij zijn betoog: "Er is een bom ontploft bij de politiepost!". M en ik worden er stil van. Nog geen vijfhonderd meter van ons hotel is een bom ontploft! Alsof dit nog niet erg genoeg is vertelt de manager ons dat er gisterenavond tientallen bommen zijn ontploft door heel Nepal. Voor zover bekend zijn bij deze aanslagen tenminste 39 politiemannen gedood. Het blijkt het werk te zijn geweest van de maoïsten. Deze extremistische groepering is in 1995 gevormd na talloze opsplitsingen in de Nepalese communistische partij. Hun doel is het vestigen van een communistische republiek ten koste van de huidige Hindu monarchie. Om hun ideeën kracht bij te zetten hebben de maoïsten nooit geweld geschuwd. De laatste tijd zag het ernaar uit dat er een dialoog op gang leek te komen tussen de regering en de communisten. Met de recente aanslagen hebben de rebellen het vier maanden geleden ingestelde staakt het vuren over boord gegooid. De 'People's War' heeft inmiddels al aan meer dan 1.600 mensen het leven gekost.

Vanaf het dakterras van ons hotel zien wij dat het leven in Gorkha normaal op gang komt. Wij hebben dan ook geen reden om eerder terug te gaan naar Kathmandu. Later op de dag passeren wij een stuk of twaalf zwaar bewapende militairen. Ze lopen achter elkaar, opmerkzaam om zich heen kijkend. De camouflagekleuren op hun gezichten doen een beetje gek aan zo midden in het dorpje.

De volgende dag in Kathmandu lezen wij in de krant dat de regering overweegt de staat van beleg af te kondigen. Twee dagen later is het inderdaad zover. Krantenkoppen in NepalHet leger heeft nu meer mogelijkheden om (vermeende) terroristen direct aan te pakken. Mensen kunnen zonder enige vorm van proces 90 dagen vastgezett worden. Dit alles is duidelijk niet voor niets, want ook na 23 november vinden er nog dagelijks aanslagen plaats en zijn er schermutselingen tussen leger en maoïsten. In een paar plaatsen in het uiterste westen van Nepal is een avondklok ingesteld.
In Kathmandu zien wij dat 's avonds op verschillende plaatsen in de stad auto's gecontroleerd worden door gewapende agenten. Behalve de zichtbare aanwezigheid van veel meer uniformen op straat is van enige onregelmatigheden of paniek niets te merken. Het is dat wij al een afspraak hebben in Bangkok, anders zouden wij gerust nog een tijdje in Nepal zijn gebleven.
Toeristen zijn tot op heden nooit betrokken Bord, gezien in Thamelgeweest bij de acties van de maoïsten. De reden hiervoor kan zijn dat toerisme een belangrijke bron van inkomsten is, ook voor de maoïstische achterban. Er wordt ook wel beweerd dat bureaus die trekkings organiseren in de gebieden waar maoïsten actief zijn smeergeld betalen, zodat hun onwetende cliënten veilig en ongestoord van hun trektocht kunnen genieten.
Het is duidelijk dat de recente gebeurtenissen potentiële toeristen zal afschrikken. Dit jaar was toch al een dieptepunt in bezoekersaantallen door de ontwikkelingen rond de koninklijke familie en de oorlog in Afghanistan. Laten we hopen dat de rust snel wederkeert, want Nepal is echt een heerlijk land om in te reizen.

Terug naar boven

Ssstttttt!
Thakurdwara, 20 november 2001 (door M)

Wanneer we na een vermoeiende bustocht aankomen in Anbasa, moet ik heel nodig naar het toilet. In dit dorp, dat niet meer is dan wat hutjes op een kruispunt van wegen, verwacht ik geen w.c. aan te treffen. Gauw kruip ik achter wat bosjes. Voorzichtig, om niet op een van de termietenheuvels te gaan staan, zoek ik een plekje. Terug bij Pok en de bagage voel ik iets over mijn been omhoog kruipen.

Niet aanstellen, denk ik eerst nog, maar dan wordt het gekriebel toch echt te erg. Temidden van alle mensen steek ik mijn hand in mijn broek en voel iets bij de rand van mijn onderbroek. Het is een zwart wormachtig beest. Onder het uitroepen van een gilletje sla ik het van mijn hand af. Drie Nepalezen, die het schouwspel staan te bekijken, komen niet meer bij van het lachen. Het is mijn eerste kennismaking met een bloedzuiger.
En het zal niet de laatste zijn. De volgende dag maken we, onder begeleiding van een gids, een junglewandeling door het Royal Bardia National Park. We zijn nog maar net op weg wanneer de gids stil houdt. Pas dan horen ook wij een vrij hard geluid van krakend hout. 'Elephant?', fluistert hij. We zien op flinke afstand takken van bomen wild door elkaar geschud worden. 'Yes, elephant', fluistert de gids weer. En we zien inderdaad iets dat lijkt op de kop van een olifant. Maar dan zien we ook mensen, die de olifant commanderen. Het is dus geen wild exemplaar, maar een die ingezet wordt om werkzaamheden te verrichten.
We lopen verder, richting de rivier, waar vooral in de vroege ochtend het groot wild, zoals neushoorns, tijgers en olifanten, water komt drinken. Onderweg vertelt de gids hoe te reageren mochten we een van deze beesten tegenkomen. Erg geruststellend om te weten dat je een tijger vooral moet blijven aankijken en niet moet wegrennen! Op een stuk waar de rivier droog ligt, steken we hem over. Lopend over de losse keien produceren we met z'n drieën zo'n lawaai, dat ik me niet kan voorstellen dat er nu nog bij ons in de buurt wild te bekennen is.
De tocht wordt een stuk spannender als we ons een weg moeten banen door het hoge gras, phanta genaamd. Er is wel een paadje, maar daar groeit de soms wel drie meter hoge phanta ruim overheen. Met beide armen ongeveer 20 cm. voor ons gezicht banen we ons er een weg door. De phanta gaat op een gegeven moment over in struikgewas. Het is nog helemaal nat van de ochtenddauw en al snel zijn ook onze broekspijpen en mouwen behoorlijk vochtig. Dit is blijkbaar het klimaat waar de bloedzuiger zich erg thuis voelt, want als ik iets door mijn sok heen voel prikken, heeft er zich alweer een vastgezogen. En pas dan zien we dat er zich meerdere exemplaren op onze broekspijpen bevinden. Ik krijg terstond medelijden met de in korte broek geklede Nieuwzeelander die we vanmorgen bij de entree van het park ontmoetten. Af en toe klimt de gids in een boom in de hoop groot wild te kunnen ontdekken. Maar tevergeefs. Wel zien we verschillende soorten herten en apen.
Wanneer we, zittend op de grond, genieten van onze meegebrachte lunch, horen we een niet thuis te brengen geluid op ons afkomen. Snel sta ik op. Ik zie twee olifanten vlak bij ons. 'Pak je tas', roep ik naar Pok. Pas daarna zie ik dat de olifanten bestuurd worden. Al zijn het Olifant in Bardia National Parkdan geen wilde, het is een prachtig gezicht die zware kolossen even later de rivier over te zien steken.
Op vele plekken wijst de gids ons op voetsporen van tijgers en neushoorns. Naar zijn zeggen zijn sommigen zelfs vrij vers. De eigenaren laten zich echter niet zien. Maar of we dat echt erg vinden? Alleen de gids lijkt aan het eind van de dag teleurgesteld te zijn.

Opnieuw volgt er een dag van stil zijn en hooguit zachtjes fluisteren, wanneer we aanmonsteren voor een tocht over de Karnalirivier. Met nog twee passagiers en twee gidsen, die ook voor het roeien en sturen zorgen, lijken we de rivier alleen voor ons te hebben. Maar dat is een misverstand. Dichtbij de oever zijn vijf otters met elkaar aan het spelen. De gidsen peddelen uit alle macht, zodat wij ze wat beter kunnen bekijken. Uiteindelijk neemt de stroom ons mee en worden wij bekeken door vijf zwarte koppies die net boven het water uitsteken.
Heel in de verte zien we dertig, veertig, misschien wel vijftig zwarte vogels bij het water staan. Omdat ze nog wel erg ver weg zijn, kijk ik zomaar een beetje om me heen. Vele onderwerpen, waar ik wel een gesprek over zou kunnen beginnen, borrelen op in mijn hoofd, maar stemmen zijn nu niet gewenst. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de gids druk gebaren. Ik kijk naar rechts en zie twee eenden met een oranje buik aan de kant. Is dat nou zo bijzonder? Dit gebied zit vol met dergelijke eenden. Pas dan zie ik dat de grijze boomstam naast hen geen boomstam is, maar een echte gharial krokodil!!! Alsof hij aanvoelt dat wij wel van een showtje houden, krult hij zijn staart, draait zich om en gaat half in het water liggen, met zijn vreemde bek, die de vorm heeft van een hele smalle platliggende zaag, in onze richting. Heel voorzichtig naderen we hem tot op minder dan een meter afstand. Ik verfoei nu het geluid dat mijn camera maakt, maar kan het niet laten wat foto's te nemen. gharial krokodilHet beest voelt toch wat onraad. Hij verdwijnt steeds verder in de rivier tot we hem niet meer kunnen zien. Ik heb er opeens geen behoefte meer aan om te voelen hoe koud het water is.
Terwijl we verder dobberen, is het heerlijk genieten van het zonnetje, dat nu steeds krachtiger begint te stralen. We worden constant gewezen op vaak mooi gekleurde vogels. Ze moeten er een bijzonder oog voor ontwikkeld hebben, want het is opnieuw een van de gidsen die als eerste drie waterschildpadden ontdekt. Ze staan achter elkaar met hun koppen in dezelfde richting op een uit het water stekend stuk hout. Wanneer we ze passeren, plonzen ze een voor een de rivier in.
Eindelijk, in de loop van de middag, mogen we onze stemmen laten horen. We leren dat dolfijnen juist gek zijn op menselijk geluid, vooral hoge fluittonen. Op de tweede plek waar we dat demonstreren hebben we geluk. Een kleine, geheel zwarte, zoetwaterdolfijn duikt regelmatig over het water. Het is een prachtig gezicht en een waardige afsluiter van een bijzondere boottocht.

Terug naar boven

Drie dagen Kali Gandaki
Pokhara, 14 november 2001 (door Rob)

"All forward!" klinkt het van achter uit de raft. "More power....more power!" Wij peddelen uit alle macht. Dan schreeuwt de gids "right back!", niet veel later gevolgd door: "left back!". Dit is het praktijkonderdeel van de stoomcursus raften voor beginners die wordt afgesloten met het commando: "peddle in the middle". Gelijktijdig zwaaien wij de nog druppelende peddels naar het midden van de boot, waarna we deze onder het uitbrengen van een luid "yehoeeeeee" weer terugbrengen in positie.

De wekker hadden we deze ochtend ingesteld op 06.15 uur maar dat bleek overbodig. Tegen 5.00 uur bereikten ons kreunende geluiden van onder ons raam. Naast het hotel bevindt zich een bouwsel dat dienst doet als woonhuis maar wat in Nederland meteen als onbewoonbaar zou worden verklaard. De kreunen hielden maar aan. Toen werd het stil en niet veel later klonk het geluid van een pasgeboren baby. Bij het openschuiven van de gordijnen konden we nog net zien hoe de lakens en kussens werden opgeruimd door een behulpzame buurvrouw. Of zou het de vroedvrouw zijn geweest? Nog een beetje beduusd van hetgeen zich onder ons raam had afgespeeld, gingen we gepakt met een klein rugzakje op weg naar het verzamelpunt. We konden het niet laten even naar binnen te kijken bij onze buren. Door de openstaande deur zagen wij de vrouw des huizes zitten met een compleet ingepakt babietje op schoot.

Vanuit Pokhara is het nog drie uur rijden naar het beginpunt van ons raftavontuur op de heilige rivier Kali Gandaki. Hier wordt ons getoond hoe we onze persoonlijke spullen waterdicht moeten inpakken. Omdat de rode kunststof zak volgens de deskundigen slechts 97% waterdicht is krijgen wij ook nog een grote plastic zak uitgereikt. Dan is het tijd voor de veiligheidsinstructies. Er wordt ons nogmaals verzekerd dat je geen ervaren rafter hoeft te zijn voor de Kali Gandaki. Purna, de 23-jarige tripleider, geeft aan hoe je de peddel moet vasthouden. Ook laat hij zien wat te doen mocht je uit de boot vallen. In dat geval is er altijd wel een kayak in de buurt die je kan vastgrijpen. Maar het belangrijkste is wel: 'DON'T PANIC!'. Met deze geruststellende gedachte zetten we een helm op, trekken het reddingsvest aan en pakken een peddel.
Onze groep bestaat uit 17 voornamelijk onervaren toeristen in drie rafts, drie kayakers, vier stuurmannen, een raft met keukenspullen en een keukenhulpje. Wij delen de raft met Marc en Janine uit Australië en Hans en Dorien uit Limburg. Onze stuurman is de 19-jarige broer van Purna, Chettri.

vlnr Hans, Janine, Marc, Chettri, Dorien, M en Pok

Nog geen vijf minuten na vertrek geeft hij in gebroken Engels te kennen dat we meer power moeten leveren omdat we het anders niet zullen redden in de versnellingen. Op datzelfde moment zie ik niet ver van ons vandaan de eerste witte koppen op het water. De sterke stroming voert ons snel in die richting en de commando's vliegen ons om de oren. Ik zit links voor op de raft en krijg de volle lading water over me heen wanneer de boot een flinke duik naar beneden maakt. Elke versnelling of 'rapid' van enige betekenis heeft een naam gekregen. De zojuist gepasseerde versnelling draagt de naam Little Brother. Zoals te verwachten duurt het niet lang of we zitten midden in Big Brother. Het water komt van alle kanten. De raft lijkt onbestuurbaar. Iedereen is nu drijfnat. Onze stuurman blijft commando's geven: "left back!.....all forward!....more power!". Dan komen we weer in rustiger vaarwater en klinkt het commando: "peddle in the middle!". We hebben het gered. Geen van ons is uit de raft gevallen.
Tegen 15.30 uur komen wij aan bij een klein strandje. Hier wordt ons kamp opgebouwd. De eenvoudige tenten staan binnen een paar minuten overeind. Een peddel doet dienst als tentpaal. Nog voordat we allemaal droge kleren aan hebben, heeft de Nepalese crew al popcorn gemaakt en wordt er warme rumpunch geschonken. Tegen 18.00 uur staat het diner gereed: frietjes, spaghetti met saus en een groentecurry. Het smaakt voortreffelijk. Na de koffie en thee zoeken de meesten hun tenten op. Het is dan nog geen acht uur.

Als ik de volgende dag de tent uit kruip zie ik het grootste deel van de groep al met een beker dampende thee of koffie in de hand. Niet veel later wordt een krachtig ontbijt geserveerd met roereieren en pap. Het vooruitzicht dat we binnen afzienbare tijd weer de koude klamme reddingsvesten aan moeten is niet erg aanlokkelijk. De eerste zonnestralen die ons kamp bereiken, worden dan ook met open armen ontvangen.

Onze boot gaat als eerste door de Refund. Als wij deze rapid met goed gevolg hebben doorstaan kijk ik om en zie de onderkant van een raft. "Kijk daar!", roep ik naar de anderen terwijl ik met mijn hand naar de Refund wijs. De raft van Purna is omgeslagen. Naast de donkergrijze onderkant van de boot zie ik een aantal rode helmpjes. Een van de opvarende weet zich, geheel volgens de instructies van de vorige dag, vast te klampen aan een kayak. De rest houdt zich vast aan de raft. Purna en een paar anderen trekken de boot weer recht waarna ze de oever opzoeken. Vincent, een 23-jarige Nederlander, zoekt trillend een rots op om even te zitten. Van zijn reisgenoot horen wij dat hij klem heeft gezeten tussen de raft en een rots. Hij is daardoor iets te lang onder water geweest. Later die avond zal blijken dat Purna de raft expres heeft laten omslaan. Wij hebben onze stuurman meteen maar duidelijk gemaakt dat wij het veel spannender vinden om juist niet om te slaan
Tussen de versnellingen door is er voldoende tijd om van de prachtige natuur te genieten. Omdat de Kali Gandaki rivier in verbinding staat met een waterkanaal dat tussen twee bergen stroomt, waarvan de toppen zich 8.000 meter boven zeeniveau bevinden, kwalificeert de kloof waar wij doorheen varen als een van de diepste ter wereld. M aan het werkDe steile hellingen zijn prachtig groen. Overal waar je kijkt zie je bomen. Regelmatig staan er hoog op de helling kinderen ons toe te zwaaien, terwijl er in de verste verte geen huizen of wegen zijn te bekennen. Twee lefgozertjes van een jaar of tien laten zelfs hun broek zakken als we langs varen, waardoor we zicht krijgen op twee paar bruine billetjes. Dit leidt tot grote hilariteit, vooral onder de Nepalese crew.
Dan varen we naar een klein strandje waar wij worden verzocht hout te sprokkelen voor het kampvuur. De voorkeur gaat uit naar grote stronken. Als de lading hout, die groot genoeg is om een hinduïstische crematie mee uit te voeren, is vastgesjord aan de materiaalraft, gaan we weer verder. Zonder kleerscheuren komen we ook door de laatste versnelling van vandaag. Het opbouwen van ons kampement gaat zowaar nog sneller dan de vorige dag. Anderhalf uur later zitten we aan de maaltijd die bij het kampvuur wordt verorberd. Het vuur zorgt voor een behaaglijke en aangename atmosfeer. Vlak voordat de eersten hun slaapzakken willen opzoeken maakt Purna ons duidelijk dat hij een leuk spelletje weet. Marc en Janine, onze bootgenoten uit Australië, zijn de klos. Een opscheplepel wordt met een touwtje bij Marc iets boven de knieën gehangen. Bij Janine wordt op dezelfde plek een deksel vastgemaakt. Ook zonder de uitleg van Purna is ons al volstrekt duidelijk wat de bedoeling is. Marc laat zich niet kennen en gaat aan de slag waarop Janine lacherig reageert met: "what are you doing?". De reactie van Marc is veelzeggend: "I am trying to bang you!!!". De jeugdige crew krijgt geen genoeg van het spelletje en lacht het hardst. Na dit spelletje volgen er nog een paar raadsels waarbij het gezonde verstand maar beter kan worden uitgezet. Als de rest al lang op een oor ligt, gaan M en ik ook maar naar onze tent. Het is dan net half elf.

De kloof is volledig gehuld in een dikke mist als wij de volgende ochtend wakker worden. Pas na het ontbijt komt de zon er een beetje doorheen. Onder het uitbrengen van kleine verwensingen trekken we de vochtige kleren weer aan en stoppen de rest van onze bagage in de waterproof zakken. Als alle boten zijn bepakt, zoeken we voor de laatste maal onze raft op. Gelukkig is de mist dan grotendeels verdwenen. Ook vandaag is er weer genoeg te zien: watervallen, hangbruggen en kleine nederzettingen. Bijzonder grappig zijn ook een stuk of tien adelaars die als sprinkhanen naar hoger gelegen delen hoppen. Het is vast nog te vroeg voor ze om te vliegen. Zal wel met thermiek te maken hebben!?
Twee uur later komen we aan bij de stuwdam waar jongetjes met kleine schoudertasjes ons al staan op te wachten. "Coca Cola? Fanta?", roepen zij in koor als wij met onze plunje naar de bus lopen. Ze zijn zo aandoenlijk dat menigeen alleen daarom al een flesje van ze afneemt. Ook Hans heeft na twee dagen genoeg van het gezuiverde rivierwater met sinaasappelsmaak en koopt een colaatje. Het jongetje zegt niet terug te hebben van 50 rupees (NLG 1,50). Hij lost dit op door Hans nog een flesje in zijn hand te duwen. Ondertussen heeft de crew voor de laatste keer een maaltijd bereid. Terwijl wij ons te goed doen aan de tonijnsalade en witte bonen in tomatensaus laden de Nepalezen de bus in. Er staat ons dan nog een helse vijf uur durende busrit te wachten over hobbelige, deels onverharde, wegen.

Terug naar boven

Tot as zult gij wederkeren
Kathmandu, 1 november 2001 (door M)

Onze aandacht wordt getrokken door een geluid van huilende vrouwen. We kijken in de richting van het gehuil, maar zien alleen wat mannen bij een opgestelde stapel hout staan. Pashupatinath is klaar voor de eerste crematie van vandaag.

Pashupatinath is de belangrijkste Hindutempel van Nepal waar vele pelgrims, inclusief de kleurrijk beschilderde sadhus (heilige mannen) op af komen. Ook is Pashupatinath een populaire plaats om gecremeerd te worden. Aan de oever van de heilige Bagmatirivier zijn direct tegenover de tempel twee crematieplekken voor rijken en mensen van koninklijke afkomst en ten zuiden daarvan zes plekken waar de gewone man gecremeerd kan worden.
We nemen plaats op de andere oever van de rivier, zodat we een goed zicht hebben op wat er gebeuren gaat. Het is waarschijnlijk het vroege tijdstip, het is pas 06.45 uur, dat ons behoedt voor de aanwezigheid van andere toeristen. Hoewel een crematie in de buitenlucht de gewoonste zaak van de wereld is hier en we zeker niet de enigen zijn die toekijken, voelen we ons toch een beetje voyeurs.
Door twee mannen wordt de dode op een brancard van bamboe uit het achtergelegen gebouw gedragen. Over de dode is een wit laken gedrapeerd met daarop in de breedte slingers van aaneengeregen oranje bloemen. Ook de vrouwen, die wij eerder hoorden huilen, komen nu te voorschijn. De overledene wordt een paar keer om de brandstapel heen gedragen, gevolgd door alle aanwezigen, alvorens de brancard erop geplaatst wordt. De bamboebrancard wordt afgebroken en weggehaald en net als de bloemenslingers de rivier ingegooid. Vele nabestaanden knielen bij de rivier, wassen hun handen en doen wat druppels op hun hoofd. Met wat van het heilige water in de handpalm lopen ze terug naar de brandstapel om dit over het bedekte hoofd van de dode vrouw te sprenkelen. De man die het proces begeleidt -gekleed in t-shirt en korte broek (!)- maakt stro nat in de rivier en bedekt de vrouw hiermee. Alle aanwezigen lopen nog eenmaal langs de dode en bestrooien haar met wat witte bloemblaadjes.
Tegelijkertijd wordt aan de voet van de brandplaats hard gewerkt. Met blote handen halen twee mannen niet geheel opgebrande blokken uit de rivier en gooien die naar de andere oever. Boven op het gebouw achter de crematieplaatsen wordt een radio keihard aangezet. De plechtigheid gaat ondertussen gewoon door. Dat het de crematie van een jonge vrouw betreft, weten we zeker wanneer we zien dat de laatste ceremoniële handelingen door een jongetje van hooguit 5 jaar worden uitgevoerd. Dit moet haar jongste zoon zijn. Schijnbaar onbewogen zet hij, begeleid door een volwassen man, met een brandend stuk stro de opgestapelde blokken op verschillende plekken in vuur.jongen steekt het vuur aan De aanwezigen, de mannen links en de vrouwen rechts, staan op een paar meter afstand te kijken. Dan begint het jongetje hartverscheurend te huilen. Met gemak overstemt hij het geluid van de radio. Het is alsof hij nu pas beseft welk ritueel hier plaats vindt. Terwijl het vuur, opgepord door de man in de korte broek, steeds groter wordt, vertrekken alle nabestaanden. Het gehuil van het jongetje weerklinkt in mijn hoofd en ik krijg het er nog kouder van. Gebiologeerd blijf ik naar het vuur staren. Op een gegeven moment zakt de brandstapel wat in elkaar en tot mijn grote verbazing zie ik er een voet uitsteken. Een indrukwekkende ceremonie wordt daarmee opeens heel luguber. Voor mij het moment om weg te lopen. Wanneer ik een tijd later een blik werp op deze crematieplaats, zie ik nog net dat de asrestanten de rivier in geveegd worden.

Buiten het tempelcomplex genieten we van een ontbijt bestaande uit Indiaasgetinte hapjes. Teruggekomen zien we dat naast een van de twee crematieplekken voor rijken op de grond een lijk is neergelegd. Het moet een hele dikke man geweest zijn, want onder het witte laken steekt zijn buik fors omhoog. Dat ook hij nog vrij jong is wordt zichtbaar als drie vrouwen bij het afscheid nemen het laken van zijn gezicht halen. Ik schat de man halverwege de veertig. Vanaf het overdekte 'terras' achter de crematieplekken, waar de meeste nabestaanden op de grond hebben plaats genomen, klinkt zo nu en dan een klagerig gehuil. Rond 10.00 uur heeft de zon de plek bereikt waar de man ligt. Tegen mijn verwachting in wordt hij daar niet weggehaald. Dat men in Nepal anders omgaat met de dood blijkt ook uit het feit dat op nog geen meter afstand het gewone leven zijn doorgang blijft vinden. Vele mensen lopen van of naar de ingang van de tempel vlak langs het lijk. Kinderen spelen op de treden naar de rivier. De straatveegster bezemt vuil en stof tot vlak langs de man. Ook de vele apen trekken zich er niks van aan en klimmen met veel gekrijs op en over de stapel hout die reeds klaar staat.
Pas om 12.00 uur komt er enige actie. De al hoge brandstapel wordt verhoogd met nog wat houtblokken. Gadegeslagen door vele tientallen toeristen die zich tegenover de brandplaats hebben opgesteld wordt de dode, zoveel mogelijk bedekt door het laken, door drie man van de 'begrafenisonderneming' gevoelloos uitgekleed. Het is wel duidelijk dat hij nog de kleding draagt van het moment dat de dood hem overviel. Voordat de kleren de rivier ingegooid worden, controleert men de zakken.dode man Dan wordt er rode kleurstof op het voorhoofd van de man gedaan. Daar overheen wordt een strook papier met gebeden gelegd. Ook over het witte laken wordt kleurstof gestrooid. Vervolgens wordt het geheel bedekt met een oranjekleurige doek van glanzende stof en nog dikkere slingers van oranje bloemen. Ik hou mijn adem in als de man naar de tien meter verderop gelegen brandstapel getild wordt. Gelukkig gaat dat goed. Direct worden de bloemenslingers, die nog maar net over hem gelegd waren, in de rivier gegooid. Ook hier besprenkelen nabestaanden de dode met water uit de heilige rivier. Wanneer de man compleet bedekt is met stro, wordt zijn oudste zoon - duidelijk overmand door emoties - rond de brandstapel geleid en moet hij het vuur aansteken. De vrouwen staan inmiddels weer onder het afdak. Nauwelijks tien minuten later zijn de nabestaanden al weg. Alleen de 'begrafenisondernemer' bekommert zich nog om de man. Hij zal ervoor zorgen dat het vuur flink blijft branden, tot er niets van over is.

Terug naar boven

Over geiten, godinnen en appeltaart
Kathmandu, 27 oktober 2001 (door Rob)

Met een ferme slag wordt de kop van de geit gescheiden van de romp. Het onthoofde deel van het eens zo levendige beestje valt met een doffe klap op de bebloede plavuizen. Dit alles onder het oog van een enorme menigte die zich speciaal voor de gelegenheid in feestelijke kleding heeft gehuld.

Gisteren zijn we na een vermoeiende tiendaagse jeeptocht door Tibet aangekomen in Nepal. Vanaf de grens is het dan nog drie uur rijden naar Kathmandu. Met onze drie reisgenoten hadden we de afspraak gemaakt om bij aankomst in de hoofdstad meteen op zoek te gaan naar appeltaart. Op weg naar Freakstreet, een straat waar alle hippies zich in vervlogen tijden ophielden, kwamen we oog in oog met de nieuwe koning van Nepal. Er vielen ons twee dingen op: 1) Apple pie bij Snowmande koning reed zelf en 2) niemand van de toeschouwers zwaaide met vlaggetjes of toonde enig enthousiasme. Waarschijnlijk omdat onze gedachte bij appeltaart waren, deed de koninklijke stoet ook ons erg weinig. Wat een periode van gedwongen niet snoepen (puur en alleen omdat er in Tibet geen westerse zoetigheid is te krijgen) al niet doet! Bij Snowman ging onze droom in vervulling.

Het is vandaag de negende dag van het Dasainfeest, één van de grootste festivals in Nepal. We beginnen met een wandeling over het Durbar Square. Het is een drukte van jewelste bij de vele tempels. Bij de kleine Maru Ganesh tombe staat een lange rij mensen geduldig hun beurt af te wachten om een klein schaaltje voedsel te offeren. In de directe omgeving zijn grote plassen bloed waar te nemen. Bij de Bhagwati tempel aan de noordzijde van het plein zien we hoe een fietsriksja wordt volgestopt met onthoofde geiten. De karkassen zonder kop doen zo onwerkelijk aan dat wij karkas wordt in riksja gegooidons hoofd niet eens afwenden. Niet ver hier vandaan staan wat auto's geparkeerd met de motorklep omhoog. Op de bumpers en ook op de motor is wat bloed aangebracht met daar bovenop wat oranje bloemetjes. Tussen andere onderdelen zijn wierookstokjes aangebracht. Ik denk even terug aan de taxirit van de vorige dag. De jonge bestuurder reed alsof hij bezig was met een autorally in bergachtig gebied. Dat we niet frontaal op een tegenligger zijn geknald leek mij gisteren nog een wonder. Nu zie ik het ineens in een heel ander perspectief.
Er zijn sinds gisterenavond alleen al in Kathmandu honderden geiten en buffels geofferd. Het is niet voor niets dat ze deze nacht Kala Ratri ('Zwarte Nacht') noemen. Het 15 dagen durende Dasainfestival waarin we zijn terecht gekomen, is inmiddels aanbeland bij een fase waarbij wordt geofferd aan de godin Durga. De overwinning van Durga op de kwade krachten, vermomd in de verschijning van buffeldemoon Mahisasura, staat centraal. Dat dit gepaard gaat met grootschalige slachtingsrituelen is inherent aan het feit dat Durga, gek genoeg, een bloeddorstige godin is.

De volgende dag hebben wij onder andere afgesproken met Kees en Karen, een Nederlands stel dat we eerder al in China waren tegengekomen. Wij zijn al aan de late kant als we midden in een soort processie belanden. Een grote menigte loopt achter een dansende man aan die is uitgedost als een god. In zijn hand heeft hij een houten zwaard dat symbolisch is voor het wapen dat godin Durga gebruikte bij het uitschakelen van de buffeldemoon. Het geroffel op de trommels, die worden meegevoerd, geven het geheel een mysterieus sfeertje. Een klein kwartier later dan gepland treffen we de anderen in Thamel. Deze wijk is misschien het beste te vergelijken met Zandvoort in de zomer. Van Dasain is hier helemaal niets te merken.

Terug naar boven