Over
de kip en het ei San Cristobal de las Casas, 29 juli 2002 (door M)
Nog voor we de kerk instappen, komt de geur van wierook ons
al tegemoet. Binnen is de geur zelfs bijna verstikkend. We
zijn van tevoren gewaarschuwd dat we mogelijk ongebruikelijke
rituelen zullen aantreffen. Wat mij vooral in eerste instantie
bevreemd is de grote hoeveelheid toeristen in de kerk, die
zonder enige blijk van respect tussen de mensen en hun rituelen
door lopen. Walgelijk! Tijdens een mis in een reguliere katholieke
kerk loop je toch ook niet naar voren om het altaar te bekijken.
De lokalen zelf zijn inmiddels zo gewend aan de toeristenstroom,
dat ze niet eens opkijken. Verder...
Guelaguetza Oaxaca, 25 juli 2002 (door M)
Drie meisjes, gekleed in felgekleurde minirokjes, en een jongetje,
allen hooguit 5 jaar oud, staan in een rij naast elkaar op
het podium. Nog voor de muziek start, begint het jongetje
zijn dansje te oefenen. Terwijl hij zijn knieën stijf
houdt, probeert hij zijn heupen te bewegen. Het ziet eruit
als een marionettenpop met te weinig touwtjes. Zodra de merenguemuziek
ingezet wordt, doen ook de meisjes mee. Zij weten duidelijk
wel hoe ze hun heupen moeten bewegen. Helaas heeft maar één
van de vier kleintjes de ingestudeerde combinatie in het hoofd.
De rest kijkt vooral af en is daardoor iedere keer net een
paar tellen te laat. Toch krijgen ze een hartelijk applaus.
Ze hebben één groot voordeel: door hun leeftijd
vallen ze nog in de categorie 'schattig'. Verder...
El
Mundial San Cristobal de las Casas, 1 juli 2002 (door Rob)
Vorig jaar zomer kregen we per email het bericht dat 'onze
jongens' onder leiding van Van Gaal, zich schandelijk niet
hadden gekwalificeerd voor het wereldkampioenschap voetbal
in Korea en Japan. Het verwerken van deze kater kostte weinig
moeite. Op reis zou dit voetbalfestijn toch minder intens
beleefd kunnen worden dan in Nederland. Desalniettemin werden
wij regelmatig door mede-reizigers met de neus op de feiten
gedrukt. Opmerkingen als 'Dutchies everywhere, but not ....'
waren aan de orde van de dag. Verder...
Vliegende mannen Acapulco, 19 juni 2002 (door M)
Acapulco. De stad die de grootvader van Mexico's badplaatsen wordt genoemd. Bij de naam Acapulco herinner ik mij twee dingen: een rondvaart op een boot met een heuse piraat en een man die hoog vanaf een rots in ondiep water dook.
Blijkbaar hebben deze twee evenementen grote indruk op me gemaakt toen ik als klein meisje samen met mijn moeder en broer voor de eerste keer Mexico bezocht. Verder...
Over
de kip en het ei San Cristobal de las Casas, 29 juli 2002 (door M)
Nog voor we de kerk instappen, komt de geur van wierook
ons al tegemoet. Binnen is de geur zelfs bijna verstikkend.
We zijn van tevoren gewaarschuwd dat we mogelijk ongebruikelijke
rituelen zullen aantreffen. Wat mij vooral in eerste instantie
bevreemd is de grote hoeveelheid toeristen in de kerk, die
zonder enige blijk van respect tussen de mensen en hun rituelen
door lopen. Walgelijk! Tijdens een mis in een reguliere katholieke
kerk loop je toch ook niet naar voren om het altaar te bekijken.
De lokalen zelf zijn inmiddels zo gewend aan de toeristenstroom,
dat ze niet eens opkijken.
We zijn in San Juan Chamula, een dorpje in Chiapas, waar de
bevolking bestaat uit Tzotzils, afstammelingen van de bekende
Maya's. Toen de Spanjaarden destijds Mexico veroverden, vonden
ze het erg belangrijk de indiaanse bevolking te bekeren tot
het katholieke geloof. In San Juan Chamula
is dat maar ten dele gelukt. De kerk, gelegen aan het plein
waar op zondag de wekelijkse markt gehouden wordt, ziet er
aan de buitenkant absoluut katholiek uit. Eenmaal binnen vraag
je je af of je wel echt die kerk bent ingegaan. Kerkbanken
zijn er niet. Vanuit het midden van het plafond lopen er doeken
die boven aan de muren zijn vastgemaakt. De vloer ligt bezaaid
met dennetakjes, die de geur van de weelderig gebrande wierook
zou moeten neutraliseren. Zou het zonder dennetakjes dan nog
erger zijn?
Het volgende dat opvalt zijn de vele smalle witte kaarsen
die in keurige, perfecte rijtjes brandend op de betegelde
vloer staan. Bij ieder rijtje kaarsen staan, zitten of zijn
groepjes mensen geknield aan het bidden, meestal hardop. De
onderkant van een volgende kaars wordt even in de vlam gehouden
en dan, onder het gemummel van wat gebeden, op de grond geplakt.
Ook worden er rijen kaarsen geplaatst bij de beelden van heiligen,
die in vitrinekasten langs de muren van de kerk zijn te vinden.
Bij ieder beeld staat een aanduiding met de naam van de heilige.
Sommige heiligen hebben een secondant, dan zijn er twee beelden,
zoals bijvoorbeeld San Pablo Mayor en San Pablo Menor. De
achterliggende gedachte is dat als de één 'bezig'
is, de ander benaderd kan worden. Vrijwel alle beelden hebben
kleine spiegeltjes (maximaal drie) omgehangen gekregen, zodat
kwade geesten gereflecteerd worden. Bij het bidden tot een
heilige worden er niet alleen kaarsen geplaatst, maar wordt
er vaak ook een pot met brandende wierook langs de vitrinekast
gehaald. Bij sommige beelden zijn bloemen geplaatst, maar
absoluut de meeste bloemen zijn te vinden helemaal voor in
de kerk, waar een groot beeld van San Juan Bautista (Johannes
de Doper) staat, de heilige die door de Chamula's het meest
aanbeden wordt. Voor het beeld, over vrijwel de gehele breedte,
staat een houten tafel vol met glazen waarin kaarsen branden.
Dichtbij de uitgang waar een rijtje kaarsen inmiddels is opgebrand,
is een man met iets wat lijkt op een plamuurmes de restanten
weg aan het krabben. De mannen die dit werk doen hebben allemaal
een witte tuniek aan, eigenlijk meer een rechthoekige wollen
lap met in het midden een gat waar hun hoofd door steekt.
De lap wordt verder op zijn plaats gehouden met een leren
riem.
In de kerk worden ook zuiveringsrituelen uitgevoerd om bijvoorbeeld
zieke mensen beter te maken. We zien een curandera, de plaatselijke
medicijnvrouw, met een levende kip bewegingen maken om het
lichaam van een jongetje. Op deze manier wordt zijn lichaam
geschoond en gaan de kwade geesten over in de kip. Daarna
wordt de kip, zonder pardon, de nek omgedraaid. Ik kijk gauw
even de andere kant op, maar het kind, voor wie dit soort
praktijken duidelijk de gewoonste zaak van de wereld zijn,
speelt zelfs nog even met de stuiptrekkende vleugeltjes. Soms
wordt er met een ei om het lichaam bewogen, dat daarna stukgegooid
wordt. Aan de vorm van de dooier kan de curandera zien wat
er aan de hand is.
Een klein indianenmeisje komt binnen met een plastic zak vol
cola. Even vraag ik me af waarom ze met boodschappen naar
de kerk komt, maar herinner me dan dat cola en andere koolzuurhoudende
dranken gebruikt worden om flink te kunnen boeren. Ook een
manier om kwade geesten het lichaam uit te krijgen. Een andere
drank die veel genuttigd wordt, ook in de kerk, is posh, sterk
alcoholisch, gebrouwen van suikerriet. Bij sommige rituelen
krijgen zelfs kleine kinderen al een slokje. Jong geleerd,
oud gedaan. Geen wonder dat er zoveel alcoholisten tussen
de Chamula's zijn.
Een kerk, die er aan de buitenkant uitziet als zovelen, heeft
binnenin duidelijk andere gewoonten en gebruiken. Er worden
geen missen gehouden, maar iedereen komt er om op persoonlijke
titel te bidden of een zuivering uit te (laten) voeren. Alleen
voor het dopen van baby's wordt de hulp van een priester ingeroepen.
En de Chamula's krijgen veel kinderen, waardoor dat massale
bijeenkomsten zullen zijn.
San Juan Chamula is een autonoom dorp met eigen regels, eigen
rechtspraak en rechters en zelfs een eigen gevangenis. Het
gemeenschapsleven is het belangrijkste: er is één
partij en één kerk. Chamula's die protestant
zijn geworden, zijn uit de gemeenschap verstoten en wonen
nu noodgedwongen in de grotere steden, zoals San Cristobal
de las Casas. Het land is van de gemeenschap. Rechten op een
perceel gaan van vader op zoon. Mannen van buiten worden niet
toegestaan in het dorp te wonen. Vrouwen wel, maar alleen
door te trouwen met een Chamula. Trouwen gebeurt overigens
via eenjaarscontracten waarbij het de gewoonste zaak van de
wereld is dat mannen meerdere vrouwen hebben. Wanneer een
contract niet vernieuwd wordt, blijven de kinderen automatisch
bij de moeder.
Ook aan de kleding van de vrouwen is te zien dat eenheid hoog
in het vaandel staat. Zonder uitzondering, en dat begint al
vaak bij de allerkleinsten, wordt een dikke lap van zwarte,
geweven ruwe wol gebruikt als rok. De lap wordt bij elkaar
gehouden met een roze-rode band die om hun middel is gebonden.
Verder dragen ze een bloes met korte mouwen, vrijwel altijd
wit of blauw van kleur, gemaakt van een stof die op satijn
lijkt. Aan de bovenkant is de bloes afgezet met band of borduur
en heeft wat knoopjes bij de hals. Door die opening wordt
met het grootste gemak regelmatig een borst tevoorschijn gehaald
om een kind te voeden dat in een omslagdoek om het bovenlijf
van de moeder hangt. Het haar wordt gedragen in twee vlechten
met vaak kleurige linten en soms aan de uiteinden een roze-rode
wollen kwastje. De mannen echter dragen gewone moderne broeken
en overhemden met soms daarover de eerder genoemde witte tuniek
of een zwarte variant.
Op de begraafplaats is aan de kleur van het kruis dat op het
graf is geplaatst te zien welke leeftijdscategorie het betreft:
een wit kruis voor kinderen, een zwart kruis voor ouderen
en een blauw kruis voor overige volwassenen. Van een Mexicaanse
gids had ik begrepen dat ook bij begrafenissen teruggegrepen
wordt naar rituelen die afstammen van Mayagebruiken. Zo krijgt
de dode voedsel mee voor tijdens de reis naar het hiernamaals
en wordt de oudste hond van de familie gedood en meebegraven,
omdat hij de weg zou kunnen wijzen naar het hiernamaals.
Het zou een goede verklaring kunnen zijn waarom er zo ongelooflijk
veel honden rondlopen in San Juan Chamula. Bij ons tweede
bezoek aan dit dorp heb ik dit nog even geverifieerd. De mannen
aan wie ik dit voorlegde begonnen direct keihard te lachen.
Ze vonden het een mooi verhaal, maar het behoort niet tot
hun gebruiken.
Drie meisjes, gekleed in felgekleurde minirokjes, en een
jongetje, allen hooguit 5 jaar oud, staan in een rij naast
elkaar op het podium. Nog voor de muziek start, begint het
jongetje zijn dansje te oefenen. Terwijl hij zijn knieën
stijf houdt, probeert hij zijn heupen te bewegen. Het ziet
eruit als een marionettenpop met te weinig touwtjes. Zodra
de merenguemuziek ingezet wordt, doen ook de meisjes mee.
Zij weten duidelijk wel hoe ze hun heupen moeten bewegen.
Helaas heeft maar één van de vier kleintjes
de ingestudeerde combinatie in het hoofd. De rest kijkt vooral
af en is daardoor iedere keer net een paar tellen te laat.
Toch krijgen ze een hartelijk applaus. Ze hebben één
groot voordeel: door hun leeftijd vallen ze nog in de categorie
'schattig'.
Dat kan niet gezegd worden van de volwassenen die na hen een
dansje opvoeren. Maar goed, deze amateurdansers zijn niet
de reden dat wij op het Plaza de la Danza zijn neergestreken.
Op dit plein, dat tussen twee van de vele kerken van Oaxaca
ligt, wordt straks in een toneelstuk de geschiedenis van de
Guelaguetza opgevoerd. Omdat, zoals bij alle verschillende
voorstellingen die tijdens dit culturele evenement plaats
vinden, het publiek ver voor aanvangstijd de stoelen bezet,
is er vrijwel altijd een soort van voorprogramma. De ene keer
wat meer geslaagd dan de andere.
Het toneelstuk zelf is een groot succes. Honderden mensen,
inclusief kinderen, doen aan dit spektakel mee. De Guelaguetza
dateert uit de tijd van voor de Spaanse overheersing. Guelaguetza,
wat in het Zapoteeks offer betekent, was de term waarmee de
jaarlijkse ceremonie en viering van Oaxaca beschreven werd.
Door middel van muziek, dans en offers werden de goden van
de regen en de mais geëerd om zo voldoende regenval en
een rijke oogst te verzekeren. Deze ceremonie vond plaats
halverwege de regentijd, omdat het van essentieel belang was
dat het zou blijven regenen. De legende verhaalt, en dit is
ook duidelijk te zien in het toneelstuk, dat op de laatste
dag van de festiviteiten een maagd, die op haar zou lijken,
aan de Godin van de Mais, Centeotl, werd geofferd. Ook
nu nog wordt ieder jaar een Maisgodin gekozen uit 22 meisjes
die de verschillende bevolkingsgroepen van de staat Oaxaca
vertegenwoordigen. Alleen is nu het uiterlijk niet meer zo
belangrijk. Tegenwoordig gaat het om kennis van de gebruiken
en tradities van haar eigen bevolkingsgroep. Wij hebben deze
'miss'-verkiezing bijgewoond en gezien hoe het meest timide
meisje, gekleed in een traditionele zeer wijde tuniek, werd
uitverkoren. Een grote overeenkomst met de bekende missverkiezingen
is dat ook dit meisje in tranen uitbarste. En dat terwijl
er niet eens meer menselijke offers plaats vinden. Haar huidige
taak is het bijwonen van alle feestelijkheden, samen met de
gouverneur van de staat Oaxaca.
De eerste feestelijkheid is al op dezelfde dag. Aan het eind
van de middag wordt er een optocht gehouden waarin alle zeven
regio's van de staat Oaxaca deelnemen. Met veel muziek en
vuurwerk lopen en dansen de deelnemers door de straten van
het centrum, met voorop heel trots de nieuw gekozen godin
Centeotl.
Toen de Spanjaarden in 1521 Mexico veroverden was één
van hun doelen het bekeren van de indiaanse bevolking tot
het katholieke geloof. Ze probeerden de Guelaguetza om te
vormen tot een feest ter ere van de Heilige Carmen, gehouden
op een zondag eind juli. Op de achtereenvolgende twee maandagen
werd het de mensen toegestaan hun oude gebruiken zoals het
uitwisselen van geoogste goederen en cadeaus voort te zetten
en hun nieuwe heersers te eren.
De Maandagen, die nog altijd op een van de heuvels rond Oaxaca
worden gevierd, hebben sinds begin van de vorige eeuw een
ander karakter gekregen. De zeven verschillende regio's van
de staat presenteren zich door middel van klederdracht, muziek
en dans. En het evenement is ongelooflijk populair. Wanneer
om zeven uur 's ochtends de poorten van het speciaal daarvoor
in 1974 gebouwde stadion open gaan, stromen de mensen naar
binnen. Als je na half acht komt aanzetten, zijn alle 6.000
gratis plaatsen voor de voorstelling die pas om 10 uur (!)
begint, al bezet. Met ons zagen wij nog vele toeristen, Mexicaanse
en van verder, met drankjes en voedsel onder de arm teleurgesteld
de heuvel maar weer aflopen. Zelfs de mensen, die lang te
voren een duur betaald kaartje van USD 35,= bemachtigd hebben,
staan dan al in rijen om binnen te komen. Naar ons idee is
het geen ramp als je het stadion niet in komt. Het gehele
spektakel dat zo'n drie uur in beslag neemt, wordt namelijk
integraal door de lokale televisie uitgezonden. Natuurlijk
kan zo'n tv-uitzending het sfeertje dat je in het stadion
te midden van al die mensen proeft niet bevatten, maar het
is toch wel heel bijzonder dat in iedere winkel en in ieder
eettentje in Oaxaca de tv aanstaat en iedereen naar het spektakel
kijkt. Daarnaast worden in de week tussen de twee maandagen
elke avond voorstellingen in de openlucht gegeven waarbij
een van de regio's opnieuw zijn kunsten vertoond (zie filmpje).
Het is een mooi volksfestijn. Alhoewel, is het wel voor de
gehele bevolking?
Op de zocalo, het centrale plein in Oaxaca, vragen indiaanse
groeperingen aandacht voor de slechte situatie waarin zij
zich bevinden op het gebied van werk, onderwijs, gezondheidszorg
en mensenrechten. Ik krijg een pamflet in de handen gedrukt
met een uiteenzetting dat met geweld voorkomen wordt dat de
arme, simpele bevolking van Oaxaca deelneemt aan de feestelijkheden
van de Guelaguetza. In hoeverre dit propaganda is, weet ik
niet. Maar meteen moet ik denken aan het moment toen wij 's
ochtends vroeg voor de dichte poorten van het stadion stonden.
De meeste mensen die tevergeefs op de gratis plaatsen afgekomen
waren, bleven daar -ongehinderd- een tijdje hangen. Maar een
groep van een man of tien, duidelijk van indiaanse afkomst,
werd direct weggestuurd door de in grote getale aanwezige
politie. Toeval? Ik weet het niet. Wel is overduidelijk dat
de (kans)armere bevolking vrijwel altijd uit indianen bestaat.
En het zijn inderdaad overwegend mestiezen*) die zowel actief
als passief deelnemen aan de Guelaguetza.
*) Mestiezen zijn Mexicanen van gemengde afkomst,
meestal een mengeling van Spaans en indiaans.
El
Mundial San Cristobal de las Casas, 1 juli 2002 (door Rob)
Vorig jaar zomer kregen we per email het bericht dat 'onze
jongens' onder leiding van Van Gaal, zich schandelijk niet
hadden gekwalificeerd voor het wereldkampioenschap voetbal
in Korea en Japan. Het verwerken van deze kater kostte weinig
moeite. Op reis zou dit voetbalfestijn toch minder intens
beleefd kunnen worden dan in Nederland. Desalniettemin werden
wij regelmatig door mede-reizigers met de neus op de feiten
gedrukt. Opmerkingen als 'Dutchies everywhere, but not ....'
waren aan de orde van de dag.
We zijn nog maar net in Mexico of het sportevenement van het
jaar vangt aan. Nu Nederland er niet bij is ligt het voor
de hand dat we de zijde kiezen van het land waar we momenteel
te gast zijn. Op 9 juni zijn we in San Miguel de Allende,
een schattig koloniaal plaatsje in het hart van Mexico. Op
deze dag spelen 'onze jongens' (Mexico dus), de tweede kwalificatiewedstrijd
tegen Ecuador. Het is een middagwedstrijd wat betekent dat
de match door het tijdsverschil met Korea/Japan om 1.30 's
nachts live wordt uitgezonden, Omdat het zaterdagavond is
besluiten we deze wedstrijd in een lokale bar te gaan kijken.
Om
1.00 uur is het er al een drukte van jewelste. We banen ons
een weg door de jeugdige mensenmassa en stellen ons zodanig
op dat we goed zicht hebben op het enorme televisiescherm.
Tijdens de voorbeschouwingen wordt er vrolijke Latijns-Amerikaanse
muziek gedraaid. Voordat het festijn losbarst bestel ik aan
de bar twee Corona's, duidelijk het meest populaire drankje
in deze gelegenheid. Als het Mexicaanse volkslied wordt gespeeld,
zingt de hele bubs uit volle borst mee met de rechterarm een
halve slag gedraaid op het hart. De stemming is uitbundig
totdat de Ecuadorianen al in de vijfde minuut een doelpunt
scoren. Deze tegenslag wordt razendsnel verwerkt en het enthousiasme
is snel weer op het oude peil. Bij de gelijkmaker in de 28e
minuut breekt de hel los.
Tijdens de rust wordt het geluid van de televisie uitgezet
en wordt er weer populaire Latijns-Amerikaanse muziek opgezet.
Aanstekelijk is het liedje waarin vaak 'Mexico, Mexico' voorkomt
(en dan bedoel ik niet het liedje dat door de Zangeres zonder
Naam werd gezongen!). Als de spelers weer het veld opkomen
stopt de muziek en richt iedereen zich weer tot het scherm.
Het gejuich bereikt een absoluut hoogtepunt als de Mexicanen
in de 57e minuut op voorsprong komen. Dan klinkt het eindsignaal.
De vreugde is compleet. Een van de barmannen springt op de
bar met een grote fles tequila in zijn hand. Iedereen die
zich in zijn buurt bevindt en z'n mond openspert, krijgt vanaf
grote hoogte een flinke slok van deze typische Mexicaanse
drank in zijn keel gegoten. Dit ritueel gaat door totdat de
fles leeg is.
Tegen 03.30 uur gaan we langzaamaan richting ons hotel. Onderweg
komen we tientallen luid toeterende auto's tegen waarvan de
jeugdige inzittenden vrolijk wapperen met de vlag van Mexico.
De dag dat Mexico tegen Italie moet spelen bevinden we ons
in Guadalajara. Als de wekker om 05.00 uur afgaat horen we
de regen tegen het raam kletteren. In plaats van op te staan
en in de stad naar de wedstrijd te gaan kijken, draaien we
ons nog eens lekker om. De uitslag (1-1) vernemen we later
in de ochtend van de receptionist. We delen in de vreugde
als hij vertelt dat Mexico door is naar de tweede ronde.
Op 17 juni speelt Mexico tegen de Verenigde Staten. We bevinden
ons dan in het broeierige Lazaro Cardenas, gelegen aan de
Grote Oceaan. Voor de gelegenheid hebben we ons intrek genomen
in een hotel met tv op de kamer, want de 'in-or-out' wedstrijd
wordt om 1.30 am live uitgezonden. Als het eindsignaal heeft
geklonken valt definitief het doek voor de 'tricolores'. Voor
de vijfde maal op rij blijken de Amerikanen te sterk voor
de mannen in het groen. De volgende ochtend merken we op straat
weinig van deze gebeurtenis. Het is alsof de Mexicanen er
toch al vanuit gingen dat de finaleplaats niet voor hun team
is weggelegd. Op zich wel te begrijpen als je bedenkt dat
ze zich 13 maal hebben gekwalificeerd voor het wereldkampioenschap,
maar nooit verder zijn gekomen dan de kwartfinales. Voor ons
dus tijd om op zoek te gaan naar een andere favoriet. Deze
is snel gevonden: Korea met 'onze Guus' als boegbeeld. Guus
is regelmatig in beeld op de Mexicaanse televisie, waarschijnlijk
omdat hij nog steeds een aardig mondje Spaans spreekt.
De dagelijkse uitzendingen rondom het wereldkampioenschap
gaan na de uitschakeling van de Mexicanen met evenveel enthousiasme
verder. Typerend voor de meeste sportzenders is dat de presentatoren
in hetzelfde kostuum zijn gestoken. Zo ook de mannen van 'Deportes',die
gezeten aan een grote tafel een avondvullend programma presenteren.
Voor een komisch tintje komen er dagelijks vaste gasten langs.
Zo is er een als vrouw verklede man, een clown en 'El Compayito',
een pratende hand (zie foto). De clown heeft het voornamelijk
voorzien op Raul, de Mart Smeets van Mexico. Met grote regelmaat
wordt door de clown een mooie schaars geklede blondine tevoorschijn
gehaald. Het is dan aan Raul om bijvoorbeeld stukjes fruit,
die door de clown op diverse 'hete plekjes' van de blondine
zijn gelegd, met zijn mond op te pakken.
Helaas worden de Koreanen op 25 juni verslagen door 'die Mannschaft'.
Als de troostfinale Korea-Turkije wordt gespeeld, zitten wij
in de bus van Puebla naar San Cristobal de las Casas. Meteen
na aankomst om 7.00 am zoeken we een comfortabel hotel om
bij te komen van de vermoeiende nachtelijke rit. In de herhaling
zien we nog net hoe de Turken de Koreanen omarmen en collectief
het uitzinnige publiek bedanken.
Nu we toch in de gelegenheid zijn om op onze kamer naar de
finale te kijken zetten we op 30 juni voor de laatste maal
de wekker om 5.45 am. Omdat er maar één stroompunt
is zetten we met onze dompelaar snel twee kopjes thee. Dan
schakelen we de televisie in voor Amerika-Europa, zoals deze
wedstrijd door 'Deportes' wordt genoemd. In tegenstelling
tot de rest van het tournooi zijn de finalisten geen verrassing.
Met een kopje thee en een semi-vers broodje in de hand kijken
wij naar de verrichtingen van de beide teams. Als na de doelpunten
van Ronaldo in Brazilië en Japan de samba wordt ingezet,
dimmen wij het licht en draaien ons nog even om.
Acapulco. De stad die de grootvader van Mexico's badplaatsen
wordt genoemd. Bij de naam Acapulco herinner ik mij twee dingen:
een rondvaart op een boot met een heuse piraat en een man die
hoog vanaf een rots in ondiep water dook.
Blijkbaar hebben deze twee evenementen grote indruk op me gemaakt
toen ik als klein meisje samen met mijn moeder en broer voor
de eerste keer Mexico bezocht.
Nu, 28 jaar later, ben ik opnieuw in Acapulco. Dat deze plaats
voor velen een magische klank heeft, kan ik mij niet voorstellen
wanneer ik door het oude gedeelte van de stad loop en vooral
een sfeer van vergane glorie opsnuif. Ook het gedeelte met de
torenhoge hotels onderscheidt zich niet. Wel heeft Acapulco
een mooi zandstrand aan een zee met heerlijk hoge golven.
Voor de magie zoeken we het -letterlijk- wat hogerop. Met een
Volkswagen Kever, de standaardtaxi van Mexico, gaan we naar
La Quebrada, de rots waar sinds 1934 dagelijks mannen vanaf
duiken. Wanneer we op het uitkijkpunt staan, is het alsof er
een oude film afgedraaid wordt. Recht voor ons de hoge rots
met bovenop een klein kapelletje, eigenlijk niet veel meer dan
een altaar. Tussen
de heuvel waar wij op staan en de rots een smalle kloof met
diep daar beneden de zee, waarin gedoken wordt. Ik kan het me
allemaal herinneren. Er is één groot verschil:
destijds was het al donker, nu om 19.30 uur zal het eerste optreden
van de avond bij daglicht plaats vinden. Met een fakkel in de
hand komen vijf jonge mannen, slechts gekleed in zwembroek,
de trap aflopen. Achter elkaar duiken ze vanaf onze kant het
water in. We kunnen hun kunsten nauwelijks zien en ik begin
sterk te twijfelen, ze moeten toch vanaf de rots tegenover ons
duiken? Niet alleen ik ben teleurgesteld, ook de andere toeschouwers
hebben hun bedenkingen of ze wel moeten applaudiseren.
Dan zien we dat die stipjes daar beneden in het water tegen
de rots op beginnen te klauteren. Eén man klimt helemaal
naar boven, de anderen blijven iets verder dan halverwege tegen
de wand geleund staan. De man bovenop staat stil bij het altaar,
doet zijn gebeden en kust het Mariabeeld. Dan is het tijd voor
de show. De eerste die gaat duiken steekt zijn handen naar voren,
kijkt heel geconcentreerd naar het water beneden hem (zouden
ze dan echt de golven tellen om goed terecht te komen in het
ondiepe water, zoals mijn moeder destijds beweerde?) en maakt
een prachtige zweefduik (zie filmpje).
De toeschouwers durven pas in hun handen te klappen, wanneer
zijn hoofd boven het wateroppervlak verschijnt. De tweede duik
vanaf 25 meter hoogte verloopt net zo. Dan volgt er een simultaanduik.
Eén van de heren lijkt eerst even te twijfelen en verandert
van plek. Part of the show? Nadat hardop afgeteld wordt, zweven
ze gelijktijdig door de lucht en maken een perfecte duik. En
dan is het tijd voor de klap op de vuurpijl: de duik vanaf 45
meter. De man die op eenzame hoogte heeft staan wachten, gaat
nogmaals naar het kapelletje, slaat achter elkaar een paar kruisjes,
loopt naar de plek vanwaar hij zal gaan springen en verzoekt
het publiek aanmoedigend in de handen te klappen. Na een kort
moment van concentratie zet hij zich af en maakt al zwevende
een salto. Met een plons komt hij neer in het water.
Alsof het nog niet genoeg inspanning is geweest, moeten de heren
opnieuw klimmen. Om terug te komen op de plek vanwaar ze in
eerste instantie het water ingedoken zijn. Onder luid geapplaudiseer
komen ze weer boven.
Het was zonder meer een groot spektakel, ook al heb ik het idee
dat de show meer indruk op me maakte toen ik hem voor het eerst
zag als 8-jarig meisje.
Ook de boottocht met de piraat kan nog steeds gemaakt worden,
maar ik weet zeker dat de piraat van toen veel enger was.