Khomeini

 

klik hier om menu te activeren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

''Terugkijkend heeft deze kleding ook zijn positieve kanten gehad...'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

''Ze kijken allemaal met de grootst mogelijke onschuld terug...'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

''Wanneer we een trap oplopen, staan we opeens op het dak van de bazaar...'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Dit is meteen onze vuurdoop met iraans leidingwater...'

 

 

 

 

 

 

 

 

'Dit is voor ons een fantastische gelegenheid meer over Iran en haar bevolking te weten te komen...'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Als ik de camera wil opbergen staat er plots een politie-agent voor mij...'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Jezus is God'...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Amir vertelt ons dan dat de heren mensensmokkelaars zijn...'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'De mannenafdeling voor in de bus wordt met hekken afgescheiden van de vrouwenvleugel...'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'In geen velden of wegen is een grenspost te bekennen...'

 

 

 

 

 

De soepjurk en hoofddoek (epiloog)
Bam, 29 juni 2001 (door M)

Wanneer wij, na precies drie weken in Iran, een tocht maken in de bergen van Kerman, hoef ik mij niet te houden aan de iraanse kledingvoorschriften. Het voelt bijna als een bevrijding dat ik bij het klimmen geen rekening hoef te houden met de lange jas en vooral dat ik de wind in mijn nek, langs mijn oren en door mijn haar kan voelen. Verder...

De truc met de chador
Kerman, 28 juni 2001 (door P)

In de bazaar van Kerman heeft M een paar stalletjes gezien waar ze bijzondere ringen verkopen. Om voorbereid te zijn op een eventuele koop hevelen wij 50.000 rials (ƒ 15,=) over naar de portemonnee van M. Verder...

Tussen Iran en Irak
Yazd, 20 juni 2001 (door M)

We ontmoeten Raed bij de ingang van de bazaar, wanneer Pok daar opnames maakt van een stel bouwvakkers. Hij legt ons wel even uit waar de mannen mee bezig zijn. Vervolgens moeten we met hem mee naar het suikerfabriekje waar hij tot twee maanden geleden in dienst was. Terwijl daar hard gewerkt wordt, vertelt hij ons hoe van zakken met 50 kg. kristalsuiker grote klompen suiker in konische vorm gemaakt worden. Deze klompen gaan naar o.a. theehuizen waar er suikerklontjes van gehakt worden. Verder...

Op bezoek bij de Karimi's
Kashan, 13 juni 2001 (door M)

Een italiaans uitziend mannetje wenkt ons met zich mee te gaan. Uit de stortvloed van woorden herkennen wij chay en sharbat. Het is overduidelijk: hij wil dat wij wat bij hem komen drinken. Volgens goed iraans gebruik slaan wij zijn aanbod tot tweemaal toe af. Wanneer hij blijft aandringen, weten wij dat het echt gemeend is. Graag gaan wij met hem mee. Verder...

Jezus in Iran
Kashan, 12 juni 2001 (door Rob)

Via gate 5 komen wij aan bij de perrons van het treinstation in Teheran. Op spoor 10 staat de trein naar Kashan al gereed, toch mag nog niemand de trein in. Terwijl M aan de praat raakt met een paar meisjes maak ik wat video-opnamen van de trein. Als ik de camera wil opbergen staat er plots een politie-agent voor mij. Verder...

Aan tafel met een apart gezelschap
Teheran, 11 juni 2001 (door M)

Vandaag willen wij eens echt Iraans eten. Dat kan bij een restaurant in de buurt van ons hotel. Helaas, het is dicht. De reden die in Farsikrullen op de deur staat, kunnen wij (nog) niet ontcijferen. Omdat er behalve snackbarvoedsel in deze buurt niets te krijgen is en wij geen zin hebben weer een eind te lopen, gaan wij maar eens kijken wat ons eigen hotel te bieden heeft. En wellicht ontmoeten wij dan nog wat andere reizigers met wie wij ervaringen kunnen uitwisselen. Verder...

Imam Khomeini
Teheran, 11 juni 2001 (door Rob)

Met een taxi rijden wij terug naar het Imam Khomeini plein. Op dit waanzinnig drukke plein in het zuidelijke deel van Teheran komt zowat alles wat gemotoriseerd is samen: bussen, taxi's, brommers, scooters, vrachtwagens. Alles rijdt er dwars door elkaar. De uitlaatgassen zijn bijna niet te harden. Toch moeten wij in deze chaos de straat oversteken want de bus naar het mausoleum van ayatollah Khomeini vertrekt aan de andere zijde van het plein. Oversteken is trouwens een kwestie van durf, veel durf, tot drie tellen en stapje voor stapje terrein proberen te winnen. Het gaat ons elke dag beter af. Verder...

Op naar Iran
Tabriz, 6 juni 2001 (door Rob)

Driemaal zijn wij naar de Iraanse ambassade in Den Haag gegaan voor het benodige visum. De eerste keer om het aanvraagformulier ingevuld in te leveren, vervolgens om het paspoort in te leveren en als laatste om het paspoort weer af te halen. Dat was zeven weken geleden. Vandaag is de dag aangebroken om daadwerkelijk de grens van Iran over te gaan. Verder...

Esfahan

De soepjurk en hoofddoek (epiloog)
Bam, 29 juni 2001 (door M)

Wanneer wij, na precies drie weken in Iran, een tocht maken in de bergen van Kerman, hoef ik mij niet te houden aan de iraanse kledingvoorschriften. Het voelt bijna als een bevrijding dat ik bij het klimmen geen rekening hoef te houden met de lange jas en vooral dat ik de wind in mijn nek, langs mijn oren en door mijn haar kan voelen.

Toch heb ik het zeker niet als een onverdeeld ongenoegen ervaren. Terugkijkend heeft deze kleding ook zijn positieve kanten.
Voordelen van het dragen van een hoofddoek:
- Je hoeft nooit te denken 'mijn haar zit niet goed'. Dat haar zie je namelijk niet.
- Je hoeft minder vaak je haar te wassen. Er komt immers geen stof in.
- De punten die onder je kin hangen zijn goed te gebruiken als doekje voor de mond wanneer smog en/of stof teveel wordt.
- Diezelfde uiteinden kunnen ook goed gebruikt worden om transpiratievocht uit het gezicht weg te vegen.
- Wanneer alleen stinkende toiletten voor handen zijn, schuif je de knoop van de doek in plaats van onder de kin onder de neus, en je ruikt niks meer.

Voordelen van de soepjurk:
- Je hoeft nooit te denken 'wat moet ik aan vandaag?'.
- Op iedere stoep ga je zonder erbij na te denken gewoon zitten. Een vlek meer maakt niet uit, want deze soepjurk heeft toch maar een levensduur van een paar weken.

Dit zo lezende zou je bijna denken dat ik voortaan als Iraanse door het leven wil. Maar het tegendeel is waar. Ik ben blij dat ik mij binnenkort weer naar eigen keuze kan kleden!

Terug naar boven

De truc met de chador
Kerman, 28 juni 2001 (door P)

In de bazaar van Kerman heeft M een paar stalletjes gezien waar ze bijzondere ringen verkopen. Om voorbereid te zijn op een eventuele koop hevelen wij 50.000 rials (ƒ 15,=) over naar de portemonnee van M.

Na het drinken van drie glazen thee gaan wij voor de tweede maal de bazaar in. Omdat je al snel wordt herkend groet iedereen je erg hartelijk. Om de paar seconden klinkt wel: 'hello mister'. Bij het eerste stalletje met ringen ziet M dat het erg grote maten zijn. Bij het tweede stalletje is het niet anders. Licht teleurgesteld besluiten wij terug te gaan naar het hotel waar wij voor 13.00 uur moeten uitchecken. Dan gebeurt er iets bijzonders. let op voor chadors Twee vrouwen, volledig gehuld in chador, komen wel heel dicht bij M in de buurt. Ze staan zelfs een beetje tegen haar aan te duwen. Wij moeten er in eerste instantie allebei een beetje om lachen, want meestal blijven vrouwen uit onze buurt. In tweede instantie begint zich een gevoel van argwaan te ontwikkelen. Als de vrouwen zich langzaam een weg banen door de bazaar vraag ik M of ze niet toevallig in haar tas zijn geweest. De rits die M normaliter altijd aan de voorkant schuift staat inderdaad een klein beetje open. De portemonnee die meestal, behalve vandaag, onderop lag is pleitte. Zonder aarzelen lopen wij de richting uit van de vrouwen. Slim als ze zijn verspreiden ze zich langzaam over de verschillende kraampjes waar ook andere vrouwen met chador staan. Ik kijk ze één voor één aan. Ze kijken allemaal met de grootst mogelijke onschuld terug. Ze dragen stuk voor stuk een grote ouderwetse bril. Dit maakt het herkennen van de dievegges er niet makkelijker op.
En dan nog. Stel dat ik er één herken, wat doe ik dan? Haar vastgrijpen en hard "politie" roepen? Ik vraag mij af wat er dan zou gebeuren. Onthutst besluiten wij het er maar bij te laten zitten. Wellicht moest het vandaag wel gebeuren. De afgelopen vijf weken heeft M nooit meer dan een paar gulden in haar beurs gehad. Omdat haar portemonnee vrijwel nooit wordt gebruikt ligt deze meestal helemaal onderin haar tas. Juist vandaag hebben wij er wat extra geld in gedaan. Het is maar goed dat wij paspoort, creditcard en andere waardevolle papieren altijd opbergen in de moneybelt. Die 15 gulden zullen ons de kop niet kosten. Dat ze maar goed besteed mogen worden (of zijn)!

Terug naar boven

Tussen Iran en Irak
Yazd, 20 juni 2001 (door M)

We ontmoeten Raed bij de ingang van de bazaar, wanneer Pok daar opnames maakt van een stel bouwvakkers. Hij legt ons wel even uit waar de mannen mee bezig zijn. Vervolgens moeten we met hem mee naar het suikerfabriekje waar hij tot twee maanden geleden in dienst was. Terwijl daar hard gewerkt wordt, vertelt hij ons hoe van zakken met 50 kg. kristalsuiker grote klompen suiker in konische vorm gemaakt worden. Deze klompen gaan naar o.a. theehuizen waar er suikerklontjes van gehakt worden.

Wanneer we een trap oplopen, staan we opeens op het dak van de bazaar. Vanaf het dak, bestaande uit allemaal lemen koepeltjes, hebben we een aardig uitzicht over de oude stad.
In sneltreinvaart neemt Raed ons mee langs een aantal bezienswaardigheden die wij als onbekenden hier nooit zouden vinden. Zo komen we bij een man die de bovenste laag van pas geknoopte perzische tapijten afscheert en bij een kopersmid. Ook gaan we even op bezoek bij zijn tante, die hij constant 'ant' in plaats van 'aunt' noemt! Ingestorte huis van tanteZij woont in een halfingestort huis in de oude stad. Het lemen dak is in de loop van de tijd niet meer bestand geweest tegen regenbuien. Aan de instorting wordt niets gedaan. Wij vragen ons af hoe lang de rest van het huis nog bewoonbaar is. Voorlopig hebben haar twee kleine kinderen een fantastische speelplaats.
Ook nemen we een kijkje bij een man die met een gigantische molensteen -electrisch aangedreven- henna fijn maalt. Tot slot drinken we een bij de lokalen bijzonder populair drankje gemaakt van dunne sliertjes meel in ijskoud suikerwater. Raed blijft aandringen om bij hem thuis te komen lunchen. Omdat we nieuwsgierig zijn door zijn achtergrond -Raed is irakees- stemmen we in.

In zijn onderhemd zit zijn vader met zijn handen de laatste restjes te eten. Zodra we binnenkomen staat zijn moeder op om voor ons de lunch te bereiden. Raed, 25 jaar oud en al ruim 20 jaar in Iran, woont samen met zijn ouders, vier broers en twee zussen in een appartement net buiten het centrum van Yazd. Raed en zijn familieHeel duidelijk is te zien dat dezefamilie het minder breed heeft.
Wij worden voor de televisie -met illegale schotelantenne- geparkeerd. Wanneer bij het zappen de iraakse zender verschijnt met iraakse muziek, kijkt de hele familie geanimeerd naar het scherm. Even vergeten ze dat er twee gasten zijn.

Drie kwartier later wordt door zijn zusjes opnieuw het plastic tafelkleed op de vloer uitgespreid. Voor Raed, zijn broer Ahmed en ons twee worden borden met dampende rijst, schalen gebakken vis en groenten in het zuur neergezet. Senior komt bij ons zitten om met een wapperende theedoek de vele vliegen te verjagen. Tijdens de lunch komen we steeds meer te weten over de familie.
Aan het begin van de Iran-Irak oorlog, die duurde van 1980 tot 1989, heeft Saddam Hussein besloten iedereen van iraanse afkomst het land uit te zetten. Aangezien de grootvader van Raed in Iran is geboren, zijn alle familieleden die van hem afstammen nu woonachtig in Iran.

In Iran worden de Irakezen wel getolereerd, maar van integratie is absoluut geen sprake. Zo zal Raed nooit met een Iraanse trouwen en voor zijn zusjes zal een irakese man gezocht worden. Irakezen (en ook andere buitenlanders woonachtig en werkend in Iran) moeten 33% van hun salaris afstaan aan de staat. Een huis of een auto kopen is onmogelijk, behalve wanneer het op naam van een Iraniër wordt gezet.

Wat eigenlijk nog veel erger is, is dat er voor Raed geen mogelijkheid is om aan een paspoort te komen. Voor de iraanse overheid is hij een Irakees, en heeft hij geen recht op een iraans paspoort, maar in Irak wordt hij als Iraniër beschouwd. Raed zal nooit de grens van Iran over kunnen en dat geldt ook voor zijn in Iran geboren broertjes en zusjes. Dat zal zelfs gelden voor zijn eventuele kinderen, totdat de iraanse overheid verandering brengt in het huidige beleid. Daar is op korte termijn weinig hoop op.
Vandaag is tot mij doorgedrongen wat het inhoudt om 'staatloos' te zijn.

Terug naar boven

Op bezoek bij de Karimi's
Kashan, 13 juni 2001 (door M)

Een italiaans uitziend mannetje wenkt ons met zich mee te gaan. Uit de stortvloed van woorden herkennen wij chay en sharbat. Het is overduidelijk: hij wil dat wij wat bij hem komen drinken. Volgens goed iraans gebruik slaan wij zijn aanbod tot tweemaal toe af. Wanneer hij blijft aandringen, weten wij dat het echt gemeend is. Graag gaan wij met hem mee.

Even daarvoor hebben wij de moskee, waarin de tombe van Shah Abbas, bezocht. Omdat er een lelijke overkapping op de binnenplaats is gemaakt, gingen wij op zoek naar een plekje waarvandaan een fotogenieker plaatje geschoten kon worden.

Wij lopen door smalle lemen gangetjes totdat wij voor een ijzeren poort staan. Daarachter ligt het huis: rondom een binnenplaats zijn een aantal kamers gesitue
erd. Op de binnenplaats zelf staat een megagroot ijzeren bed waar de familie 's zomers op slaapt. De mooiste kamer wordt voor ons geopend. Wij zouden het de woonkamer noemen. Twee gigantische perzische tapijten bedekken de vloer. Een aantal grote dikke kussens staan hier en daar tegen de muur. Er is aan de kant van de binnenplaats een groot raam.

aan tafel bij de Karimi'sDe plafondventilator wordt aangezet en wij worden, nadat wij onze schoenen hebben uitgedaan, vriendelijk verzocht plaats te nemen. Onze gastheer, die meneer Karimi heet, loopt nog wat heen en weer en roept het één en ander (wat wij niet verstaan) en opeens staat zijn dochter in de kamer met een dienblad met drie glazen limonadesiroop aangelengd met water. Dit is meteen onze vuurdoop met iraans leidingwater. Totnogtoe hebben wij ons beperkt tot mineraalwater uit de fles. Pok heeft zijn bedenkingen, maar de dorst en beleefdheid overwinnen.
Vervolgens worden allerlei schaaltjes met noten en fruit voor ons neergezet. Hoewel wij nauwelijks farsi verstaan is één ding duidelijk: wij MOETEN toetasten.
De dochter, zij heet Zeinab, komt weer binnen, nu met een telefoon in de hand. De stekker wordt in het stopcontact geplugd en Pok krijgt de hoorn in zijn handen gedrukt. Het is een vriendin van Zeinab. Zij is lerares engels en vraagt wat algemene dingen over ons. Nog geen vijf minuten na dit gesprek belt Zeinab haar vriendin weer en na wat overleg is de eer opnieuw aan Pok. Ditmaal worden wij uitgenodigd voor de lunch. Fahimeh, de vriendin, geeft aan dat zij er ook bij zal zijn. Dat maakt het voor ons een stuk interessanter, want met die paar woorden farsi die wij kennen komen wij niet erg ver.

Fahimeh trekt direct na binnenkomst haar zwarte chador *) uit en ook de zwarte jas die zij daaronder aan heeft. De zwarte hoofddoek blijft wel om. Ik zit met veel interesse naar dit ritueel te kijken. Dat de vrouwen in Iran zich moeten houden aan de kledingwetten snap ik, maar een chador wordt niet genoemd in de wet. En in Teheran en Tabriz zag ik vele vrouwen met alleen een lange jas en gekleurde hoofddoek. Hier in Kashan echter heeft iedere vrouw buitenshuis ook een zwarte chador om. En zelfs vele kleine meisjes vanaf zeven jaar zie je met zo'n lap stof om zich heen gevouwen.
Fahimeh legt uit dat in veel met name kleinere plaatsen vrouwen verplicht zijn de chador te dragen, omdat ze anders buiten de gemeenschap vallen. Mogelijk dat zij geen baan als lerares engels aan een middelbare school zou hebben als zij zich niet hield aan deze ongeschreven wet. Persoonlijk hoopt zij zeer zeker dat binnen niet al te lange tijd dit soort verplichtingen tot het verleden behoren.
(Wanneer later een foto gemaakt wordt, doet Fahimeh gauw een gekleurde doek om. Met een zwarte hoofddoek op de foto, dat vindt ze maar niks.)
Zowel Zeinab als Fahimeh, beiden 28 jaar, hebben een uitgesproken mening over uiteenlopende zaken van zowel binnen Iran als daarbuiten. Dit is voor ons een fantastische gelegenheid meer over Iran en haar bevolking te weten te komen.

Met al ons geklets vliegt de tijd voorbij. De zoon des huizes, een 23-jarige student, komt binnen met net gekocht vers brood. Naar gebruik moeten wij, de gasten, daar als eersten een stukje van af breken. Inmiddels kan ook de lunch geserveerd worden. Mevrouw Karimi heeft al die tijd in de keuken gestaan.
Op de perzische tapijten wordt een tafelkleed uitgespreid. Wij krijgen allemaal een bordje en vork en lepel. Op het kleed komt te staan: grote schalen heerlijke rijst, gestoofde kip met in de saus wat gebakken friet, sla met komkommer, fantastische aubergine en natuurlijk het brood. Ook zijn er lekkere aardappelkoekjes waar rijst aan kleeft. Verse kruiden worden los van de rest zo in de mond gedaan. Meneer Karimi doet het wel even voor! Verder wordt voor iedereen een glaasje dugh (yoghurt aangelengd met water) ingeschonken en ook zijn er schaaltjes met yoghurt waarin kleine stukjes komkommer. Het is allemaal absoluut heerlijk. Ik zit echt te genieten, maar meneer Karimi vindt het niet genoeg en schept nog maar eens voor mij op. In de yoghurt strooit hij zout. Wanneer Pok vertelt dat wij daar vaak suiker in doen, trekken zij allemaal een vies gezicht. Yoghurt met suiker, dat kan echt niet.
Na de lunch worden wij alleen gelaten: wij MOETEN rusten! Pok valt al snel in slaap en ik probeer in deze tijd een bedankzinnetje in farsi uit mijn hoofd te leren.
Maar wij mogen nog niet weg. Na de siësta krijgen wij eerst nog thee en stukken verse meloen. Pas tegen zes uur laten zij ons gaan.
Wij mogen niets bijdragen.

De volgende dag brengen wij een groot boeket bloemen, door de plaatselijke bloemist bestrooid met glitters, naar de kapperszaak van meneer Karimi. En opnieuw wil hij ons meenemen naar zijn huis. Maar wij moeten verder. De bus naar Esfahan wacht.

Noot: wij hebben niets overgehouden aan het drinken van Iraans leidingwater.

*) Een chador is een lange lap stof, meestal zwart, die vrouwen over hun hoofddoek en jas om zich heen slaan. Zij moeten hun tent (=letterlijke vertaling van chador) met twee handen vasthouden. Bijzonder onhandig, want zo kunnen zij niets anders meedragen (zoals bijvoorbeeld boodschappen of een kind). Daarom wordt de doek vaak ook tussen de tanden geklemd.

Terug naar boven

Jezus in Iran
Kashan, 12 juni 2001 (door Rob)

Via gate 5 komen wij aan bij de perrons van het treinstation in Teheran. Op spoor 10 staat de trein naar Kashan al gereed, toch mag nog niemand de trein in. Terwijl M aan de praat raakt met een paar meisjes maak ik wat video-opnamen van de trein. Als ik de camera wil opbergen staat er plots een politie-agent voor mij.

Hij probeert mij duidelijk te maken dat hij mijn paspoort wil zien. Omdat ik dat niet zie zitten doe ik net alsof ik het niet begrijp. Ik toon hem ons treinkaartje. Hij schudt nee en roept: "card, card!", waarop ik hem een stukje papier laat zien waarop iemand onze namen in Farsi heeft geschreven. Dan zie ik hem denken dat het allemaal geen zin heeft, hij wijst op mijn camera en gebaart dat fotograferen is verboden.

Als wij de coupé binnen komen zitten er al twee in het zwart gehulde vrouwen, moeder en dochter. Taboe doorbrekend neem ik plaats naast de dochter en M naast mij. De twee stoelen tegenover ons worden ingenomen door twee mannen. Als de trein zich, slechts tien minuten later dan gepland, in beweging zet opent de man tegenover mij zijn attachékoffertje. Hij haalt een zilveren kettinkje tevoorschijn waaraan een kruisje bengelt en hangt dit met zorg om zijn nek. Ik sla het gade. Qua uiterlijk doet hij mij denken aan Bob de Rooy, maar dan zonder dat vette haar. Zijn rechter oog heeft een rood vlekje. De twee mannen starten een conversatie met elkaar. Dan wijst de man tegenover M op de Lonely Planet die op mijn schoot ligt. Hij spreekt een paar woorden Engels. Zijn beroep is machinist en hij woont in Kashan.

Bob tegenover mij is zendeling en zijn missiepost is in Kashan. Tot tweemaal toe vertelt hij dat zijn werk heel gevaarlijk is. Over een paar jaar gaat hij naar Afghanistan want "ook daar is Jezus". Hij neemt weer zijn attachékoffer op schoot en haalt er ditmaal een walkman met ingebouwde speakers uit. Hij drukt op de play button en houdt het apparaat aan mijn oor: gezang van zijn "ecclesia". Dan draait hij het bandje om en krijg ik de latijnse versie van "Stille Nacht" te horen. Ik knik vriendelijk en hoop stiekem dat wij snel Kashan binnen rijden. Dan grijpt Bob naar zijn hals en maakt zijn ketting los. Hij pakt mijn hand en geeft het kettinkje aan mij. Hoe ik ook probeer dit uitermate goed bedoelde gebaar af te wenden, Bob wil er niets van weten. Ik voel mij erg opgelaten, zeker als M discreet achter de Lonely Planet in de lach schiet. Daar zit ik dan in een absoluut Moslim-land met een Christelijk kruisje.

Een zucht van verlichting (niet stichtelijk bedoeld!) gaat door mij heen als wij even later Kashan binnen rijden. Wij laten onze medepassagiers eerst uitstappen. Op het perron staat Bob ons te wenken hem te volgen. De machinist heeft inmiddels zijn Paykan gehaald en staat ons al op te wachten. Zowel de twee vrouwen als wij krijgen van hem een lift aangeboden. Wij nemen afscheid van Bob. Zijn laatste woorden zal ik nooit vergeten: "Jezus is God".

Terug naar boven

Aan tafel met een apart gezelschap
Teheran, 11 juni 2001 (door M)

Vandaag willen wij eens echt Iraans eten. Dat kan bij een restaurant in de buurt van ons hotel. Helaas, het is dicht. De reden die in Farsikrullen op de deur staat, kunnen wij (nog) niet ontcijferen. Omdat er behalve snackbarvoedsel in deze buurt niets te krijgen is en wij geen zin hebben weer een eind te lopen, gaan wij maar eens kijken wat ons eigen hotel te bieden heeft. En wellicht ontmoeten wij dan nog wat andere reizigers met wie wij ervaringen kunnen uitwisselen.

Hier in Teheran zitten wij in een echt budgethotel (Hotel Mashad). De kamer meet nauwelijks 2x3 meter. Er passen twee eenpersoonsbedden in en dan kan de deur nog net open. Toiletten en douche zijn op de gang. Op het dak van het hotel is een hokje gefabriceerd waar een keukentje en twee tafels in passen. Er is ook een terras bestaande uit twee afgedankte bedden met wat oude dekens. Uitzicht: andere daken met alleen maar troep. De keuken biedt vandaag niet veel keus: in de koeling staat een vreemd vleesmengsel dat opgebakken wordt en omelet met tomaat. Alles wordt in campingpannetjes opgediend. Wij bestellen van beiden een portie. In afwachting gaan wij op het dak zitten met een glaasje thee. Op het ene bed zitten drie Iraniërs te genieten van het opgebakken vlees.

Amir en de rest van de hotelgasten

Wij worden uitgenodigd aan te schuiven maar bedanken voor de eer. Al snel komt Amir bij ons zitten. Amir, een 18-jarige jongen uit Afghanistan, is bijzonder geïnteresseerd in alles wat met Nederland te maken heeft. Hij heeft een ticket waarmee hij over precies een week naar Schiphol zal vliegen. Een oudere broer van hem, die al vijf jaar in Amsterdam woont, heeft een visum voor hem weten te regelen. Doel van de reis is geen kort familiebezoek maar permanent verblijf. Wij vragen hem wat hij verwacht van Nederland. Het enige wat hij daarop weet uit te brengen is: "I'll be happy!". Vanzelfsprekend probeer ik hem een beetje voor te bereiden op wat hem te wachten staat, maar hij is niet onder de indruk. Het leren van wat Nederlandse woorden stelt hij wel op prijs. In zijn schriftje staat al: "Marco Borsato, Anouk, Beatrix en Kok"!

Als wij bijna klaar zijn met eten, schuift een andere hotelgast bij ons aan tafel. Hij is straatverkoper - zonder vergunning - van muziekcassettes. Met drukke gebaren vertelt hij hoe zwaar zijn leven is, met name wanneer hij de politie moet afkopen. Even later krijgen wij ook nog gezelschap van twee keurig geklede Pakistani. Wanneer wij ook hun aanbod om mee te eten afslaan staan zij erop dat wij tenminste een glaasje thee meedrinken. Hoewel het een gezellig geheel is vertrekken zij direct na de maaltijd. Amir vertelt ons dan dat de heren mensensmokkelaars zijn....

Wij hoopten medereizigers te ontmoeten, maar dat wij aan tafel zouden zitten met een straatverkoper, een toekomstig asielzoeker en twee mensensmokkelaars, nee, dat hadden wij niet kunnen bedenken. Ik weet nu wel waarom de Pakistani zo graag wilden weten wanneer Turkije lid wordt van de Europese Gemeenschap!

Terug naar boven

Imam Khomeini
Teheran, 11 juni 2001 (door Rob)

Met een taxi rijden wij terug naar het Imam Khomeini plein. Op dit waanzinnig drukke plein in het zuidelijke deel van Teheran komt zowat alles wat gemotoriseerd is samen: bussen, taxi's, brommers, scooters, vrachtwagens. Alles rijdt er dwars door elkaar. De uitlaatgassen zijn bijna niet te harden. Toch moeten wij in deze chaos de straat oversteken want de bus naar het mausoleum van ayatollah Khomeini vertrekt aan de andere zijde van het plein. Oversteken is trouwens een kwestie van durf, veel durf, tot drie tellen en stapje voor stapje terrein proberen te winnen. Het gaat ons elke dag beter af.

Bij een klein stalletje koop ik acht biljetjes voor nog geen kwartje. In het hotel hadden wij gezien dat bus 139 naar het mausoleum gaat. De inzittenden van bus 149 verzekeren ons dat ook deze bus naar het mausoleum zal gaan, waarop wij instappen. Ik voor en M achter. Ja, apartheid in Zuid-Afrika is alweer enige tijd geleden afgeschaft, hier bestaat het nog in zekere zin! De mannenafdeling voor in de bus wordt met hekken afgescheiden van de vrouwenvleugel. Het kan dus voorkomen dat er voor in de bus nog zitplaatsen zijn terwijl er achter in de bus moet worden gestaan.

Eigenlijk zouden wij vandaag het museum van moderne kunst bezoeken, ware het niet dat dit museum voor de tweede achtereenvolgende dag gesloten is. Gisteren vanwege een nationale feestdag (geboortedag van Mohammed), waarvan er overigens tallozen zijn in Iran en vandaag wordt de laatste hand gelegd aan de tijdelijke expositie van Armeense kunst. Morgen nog maar eens proberen.

De bewolking heeft langzaam aan de smog boven Teheran verdrongen. Net als wij bij het mausoleum aankomen begint het zacht te regenen. Op zich best prettig, ook de temperatuur is nu ietsje gedaald. Het valt ons op dat twaalf jaar na het overlijden van de ayatollah (4 juni 1989) het mausoleum nog steeds niet af is. Toch is er op deze werkdag geen bouwvakker te bekennen. Zal het ooit afkomen? Bij het naderen van de ingang passeren wij talloze Iraniërs onder een met stalen buizen en golfplaten gecreëerde overdekking. Er is een aparte ingang voor mannen en vrouwen. Na het uittrekken van onze schoenen betreden wij het mausoleum. De ruimte doet aan als een grote hal. De auteur van de Lonely Planet omschreef deze ruimte niet geheel ten onrechte als een schaatsbaan zonder ijs. Een van de mooiere elementen is wellicht de marmeren vloer, maar die is dan weer grotendeels bedekt met perzische tapijten. Overal hangen slierten met gekleurde lampen die niet zouden misstaan op een doorsnee tuinfeest.

Als ook M de ruimte binnenkomt lopen wij naar het groenverlichte glazen kamertje links van het midden. Hier staat de graftombe van de ayatollah. Aan alle zijden staan mensen apathisch naar de sobere tombe te kijken. Op de vloer aan de binnenzijde liggen ontelbare bankbiljetten op een hoop. Om het geheel beter in ons op te kunnen nemen, gaan wij zomaar ergens op het tapijt zitten. Ook hier zijn weer talloze groepjes aan het picknicken. Hier en daar liggen mannen languit een tukkie te doen. Kinderen spelen erop los. Conform de laatste wil van de ayatollah is het mausoleum meer een recreatieruimte geworden dan een moskee. Ook wat dit betreft heeft ayatollah Khomeini zijn zin gekregen.

Terug naar boven

Op naar Iran
Tabriz, 6 juni 2001 (door Rob)

Driemaal zijn wij naar de Iraanse ambassade in Den Haag gegaan voor het benodige visum. De eerste keer om het aanvraagformulier ingevuld in te leveren, vervolgens om het paspoort in te leveren en als laatste om het paspoort weer af te halen. Dat was zeven weken geleden. Vandaag is de dag aangebroken om daadwerkelijk de grens van Iran over te gaan.

In alle vroegte togen wij met onze rugzakken naar de plek waar de dolmus vanuit Dogubeyazit naar de grens met Iran vertrekken. Het busje vult zich snel met louter mannen. Gedurende de rit van een half uur blijft de besneeuwde top van de berg Ararat prominent in beeld. Het busje passeert een lange stoet wachtende vrachtwagens. Op het punt waar de bus niet verder kan worden wij gesommeerd uit te stappen. Het is voor ons nog niet helemaal duidelijk waar wij naar toe moeten. Een wachtende trucker ziet onze vragende blik en wijst ons de richting. Wij bevinden ons nog steeds op een waanzinnig grote parkeerplaats. In geen velden of wegen is een grenspost te bekennen.

Na een wandeling van zo'n 10 minuten komen wij bij wat gebouwtjes aan. Ook zien wij de ons inmiddels bekende vlag van Iran wapperen. Voor M is hier het moment aangebroken om zich te verbergen achter de lange blauwe jas en hoofddoek, die zij bovenin de rugzak standby heeft gehouden. Ik help M de rugzak omhangen en schiet vreselijk in de lach. M, gehuld in een stijve lange blauwe jas, met hoofddoek en een rugzak om....! Een geüniformeerde man gebaard ons naar binnen te gaan. Wij zijn nog steeds op Turks grondgebied. Binnen volgen wij het ijzeren hekje tot bij het loket. De beambte neemt onze paspoorten in en zet een grote stempel bij het visum dat er in Antalya is ingeplakt. Na het intypen van wat gegevens in zijn computer krijgen wij onze paspoorten terug. Niet ver van het loket is een deur waar wij doorheen moeten. De deur leidt naar een grote ruimte vol wachtende mensen. Langs de muren zitten op koude stenen bankjes van top tot teen gesluierde vrouwen. De meesten in effen zwart, een enkeling in het zwart met speelse grijze stippen. De ruimte zelf ademt een sfeer van vergane glorie. Daar waar het plafond niet bladdert zijn drie pasteltinten waar te nemen. De marmeren zuil in het midden heeft zijn beste tijd lang geleden gehad. De verlichting bestaat uit een ronde TL en een kale grote peer. Twee ventilators hangen werkloos aan het plafond. De schakelaars lijken elk moment van de muur te vallen. Twee mannen zijn hun jassen, broeken en truien aan het volproppen met pakjes sigaretten die zij goedkoop in Iran hebben gekocht en waarschijnlijk met een kleine winst in Turkije kunnen verkopen. Onder het bescheiden portret van Khomeini is een stalen deur waarvoor een groepje mannen staat te wachten. Ik sluit mij bij hen aan. Er gebeurt weinig. Door het kleine niet geblindeerde ruitje zie ik af en toe een militair in een kaki uniform. Na een half uur gaat de deur open en springt iedereen op. De geüniformeerde man deelt een stapel paspoorten uit. Opgelucht pakken deze mensen hun spullen en verdwijnen door de deur. Ik begrijp hieruit dat wij eerst onze paspoorten moeten afgeven aan deze man. Zo gezegd, zo gedaan. Met onze paspoorten in de hand sluit de man de poort. Een half uur later wordt de deur weer geopend. Ik herken de rode kleur van onze paspoorten in zijn hand. Als hij mij wenkt verder te komen pakken wij onze rugzakken. De wachtende menigte voor de deur splitst zich in tweeën, zodat er een gang van ruimte voor ons ontstaat. Wij krijgen onze paspoorten terug waarin een exit formulier is gelegd. Althans, dat maken wij ervan want het woord "exit" is het enige woord dat niet in Farsi is geschreven.

Via een kleine binnenplaats komen wij aan bij de Iraanse douane. Hier ziet het er allemaal een stuk beter uit. Voor wij het weten staan wij buiten. Geen verdere formaliteiten en geen bagagecontrole. Voor de zekerheid vraag ik nog of het visum vanaf vandaag dertig dagen geldig is. De dame achter de balie knikt instemmend. Dit betekent dat wij helemaal geen verlenging hoeven aan te vragen, zoals wij oorspronkelijk dachten!

Buiten worden wij aangesproken door een jongeman van een jaar of 25. Hij wil geld wisselen maar biedt een slechte koers, nl. 7.000 Rial voor een dollar terwijl de gangbare koers 8.000 Rial is. Ook de taxirit naar Tabriz wil hij wel regelen voor 150.000 Rial. Wij willen slechts 100.000 betalen. Dit spel gaat zo een tijdje door totdat hij uiteindelijk ingaat op ons bod. Wij worden gemaand plaats te nemen in een goudbruine Buick. Bij het minste of geringste toetert onze chauffeur. Dit gaat zo een tijdje door tot de toeter aan één stuk door een hees geluid blijft produceren. Onze bestuurder zet zijn sloep aan de kant en trekt de moterkap open. Hij rommelt aan wat kabeltjes tot de toeter er abrupt mee stopt. Ter voorbereiding op de lange rit slaat hij bij een winkeltje nog wat sigaretten in. Ook wordt de tank nog even volgegooid. Helaas konden wij niet zien hoeveel moest worden afgerekend maar dat kan nooit veel zijn geweest. Wij menen een bedrag van vijf cent per liter te hebben opgevangen!

De berg Ararat verdwijnt langzaam uit ons zicht. Het eerste stuk van de rit hebben wij een mooi uitzicht over de bergen. Dan begint het wat eentoniger te worden. De thermometer die wij standaard bij ons hebben geeft een temperatuur aan van 35 graden. Na ruim een uur rijden vraagt onze chauffeur of wij thee willen. Aangezien mijn benen wel even gestrekt mogen worden zeg ik ja. Wij komen aan bij een soort van wegrestaurant. De chauffeur regelt een potje thee. Bij elke slok neemt hij een suikerklontje tussen zijn bruine tanden. Dit ritueel wordt verstoord door de jongens van het restaurant die hem iets toeroepen. Hij springt op en loopt snel naar buiten. Van onder de moterkap begint zich een rookpluim te ontwikkelen. Hij opent de klep en giet met een bekertje water over de ventilator die zich dit luid sissend laat welgevallen. Een minuut of vijftien later vertrekken wij weer.

Vlak voor Tabriz stoppen wij bij een klein winkeltje. De chauffeur zegt dat dit vrienden van hem zijn die geld wisselen tegen een goede koers. Aangezien wij toch nog een tijdje in Iran zullen zijn besluiten wij hierop in te gaan. Onze chauffeur wordt vriendelijk begroet en ook ik krijg een ferme handdruk en.... een snoepje. Dan stapt er nog een man de winkel binnen met een flink pakket bankbiljetten. Het grootste biljet in Iran heeft een waarde van 10.000 rial, omgerekend f3,30. Het wisselen van 100 dollar levert dus een pakket biljetten op met de dikte van een kaartspel! Met de zakken vol papier laten wij ons afzetten bij hotel Morvarid. Ik haal het pakket papier weer uit mijn zak en geef de chauffeur de afgesproken 100.000 rial plus een flinke fooi. Drie honderd kilometer in een taxi voor 33 gulden, waar krijg je dat nog tegenwoordig?

Terug naar boven