Bananenrepubliek
Honduras San Pedro Sula, 25 oktober 2002 (door M)
Op een gegeven moment loopt iedereen het perron af in de richting
waar vandaan de trein moet komen. Wij gaan gauw achter de
meute aan; zij zullen wel weten wat er staat te gebeuren.
Al gauw is het ook ons duidelijk. Velen proberen in de lege,
rijdende treinstellen te springen om zich zo te verzekeren
van een zitplaats. 'Ga maar', roep ik tegen Pok en zie uit
de verte dat hij de laatste wagon inloopt. Verder...
Bananenrepubliek
Honduras San Pedro Sula, 25 oktober 2002 (door M)
Op een gegeven moment loopt iedereen het perron af in de
richting waar vandaan de trein moet komen. Wij gaan gauw achter
de meute aan; zij zullen wel weten wat er staat te gebeuren.
Al gauw is het ook ons duidelijk. Velen proberen in de lege,
rijdende treinstellen te springen om zich zo te verzekeren van
een zitplaats. 'Ga maar', roep ik tegen Pok en zie uit de verte
dat hij de laatste wagon inloopt.
De trein rijdt tot het perron. Dat is ook de plek waar de rails
eindigt. Het korte perron is zo hoog dat het onmogelijk is hier
vanaf de trein in te stappen. Bovenop het perron staat een houten
hokje waar een oude man, heftig zwetend, tweemaal per week kaartjes
verkoopt voor het traject Tela - San Pedro Sula. Het kaartje
zelf is een strookje dun papier waarop, onder elkaar, diverse
bestemmingen zijn gedrukt. De man houdt een metalen lineaal,
waar een punt aan zit, zo langs het papieren strookje dat de
punt naar de aangegeven bestemming wijst en scheurt dan het
strookje af. Op die manier krijgen we kaartjes in handen die
aangeven dat wij naar San Pedro Sula willen, de eindbestemming.
We hebben geluk. Pok heeft een bankje weten te bemachtigen in
een
wagon met beklede, relatief zachte banken. Daarentegen zijn
er ook wagons met alleen houten banken. Helaas heeft de man,
die ons op het perron al zeker een half uur heeft 'vermaakt'
met zijn bekering tot het Christendom, onze wagon verkozen en
blijft met luide stem proberen alle aanwezigen te overtuigen
zijn voorbeeld te volgen. Wanneer de trein zich, ratelend aan
alle kanten, in beweging zet, springt hij er gauw vanaf.
Het is duidelijk dat de trein betere tijden heeft gekend. We
zitten op een bankje en het raam kan open en dicht, maar daar
is dan ook alles mee gezegd. In eerste instantie hebben we het
idee dat de wagon veel hoger is dan gebruikelijk, maar dat lijkt
slechts zo door het ontbreken van bagagerekken. Later op de
reis zullen we er achter komen dat er ook geen verlichting is.
Wel hangt er een bordje met 'Verboden te spugen'. Dat doet ons
terugdenken aan China, waar de trein, in ieder geval de slaapwagons,
zo ongeveer de enige plek was waar niet gespuugd werd.
De term 'bananenrepubliek' voor Honduras is niet zomaar uit
de lucht komen vallen. Aan het eind van de 19e eeuw kregen een
aantal handelaren uit de Verenigde Staten interesse in bananen
-een tot dan in Amerika vrijwel onbekend product- die verbouwd
werden in het vruchtbare noorden. Niet onbelangrijk, van daaruit
kon men in twee dagen naar het zuiden van de Verenigde Staten
varen. Opeenvolgende Hondurese regeringen boden Amerikaanse
ondernemingen, die land wilden kopen met als doel de verbouw
van bananen, aanzienlijke voordelen. Door de enorme grootte
van die bedrijven en hun enorme invloed op de lokale economie
wisten de Amerikanen ook een grote invloed op de politiek af
te dwingen. Nog altijd hebben bedrijven als United Fruit Company
en Standard Fruit Company een groot deel van de Hondurese landbouwgrond
in hun bezit en verbouwen ze het merendeel van de bananen, een
van de belangrijkste exportproducten. De twee bedrijven bezitten
een groot deel van noordelijk Honduras en meerdere stadjes,
havens, banken, spoorwegen en wegen zijn ooit gesticht door
de bananenbedrijven. Destijds waren de spoorwegen het
middel van vervoer om de bananen van de plantages naar de haven
van Puerto Cortes te krijgen. Inmiddels, doordat er nu wel goede
wegen zijn, wordt de trein daar niet meer voor gebruikt.
Wanneer de
trein als het ware danst over de rails en we letterlijk van
links naar rechts, tussen het gangpad en het raam, heen en weer
geslingerd worden, krijgen we heel sterk het idee dat er niet
alleen weinig onderhoud gepleegd wordt aan de treinstellen maar
zeker ook niet aan het spoor. Zou dit middel van vervoer alleen
nog maar 'op' gereden worden en binnen niet al te lange tijd
niet meer bestaan?
Met name de eerste drie uur van de reis rijden we door ongerepte
natuur. De trein gaat zo dicht langs de wilde begroeing (of
groeit het zo dicht langs het spoor?) dat er regelmatig takjes,
blaadjes en insecten naar binnen komen zetten. We komen ook
langs een aantal (aangelegde) bossen van palmbomen, een prachtig
gezicht. De trein lijkt op iedere kruising van plattelandsweggetjes
te stoppen. Een dorp is meestal niet eens te bekennen, maar
toch stapt er altijd wel een paar man uit of in.
De conducteur, niet eens in uniform, komt een aantal keren langs,
met name om kaartjes te verkopen aan zojuist ingestapte mensen.
Hij wordt begeleid door twee mannen met een dubbelloops jachtgeweer.
De één gaat staan op het openlucht balkon naar
de volgende wagon; de ander blijft bij de man met het geld.
Verder komen iedere keer dezelfde verkopers langs. Behalve mensen
met allerlei zoetwaren, bananenchips (de meest gegeten snack,
hoe kan het ook anders) en popcorn loopt er ook een dikke, een
beetje vieze, zwetende man met een metalen emmer met daarin
gekoelde flesjes frisdrank.
Stations zien we nooit, totdat we in de tweede stad van Honduras,
de eindbestemming, aankomen. En dat hebben we pas door als de
trein zich weer in beweging zet, op weg naar het rangeerterrein.
Omdat het een vrij lange trein is, had onze wagon het perron
nog niet bereikt. En aangezien ook in deze stad de trein op
vrijwel iedere willekeurige plek stopte, had niemand van de
laatste wagon door dat we bij het station waren. Dan komt iemand
van het treinpersoneel onze donkere, niet verlichte, coupé
binnen en roept verbaasd dat we niet meer in de trein horen
te zijn. Mij lijkt dat de trein toch nog wel weer een keer kan
stoppen, maar op de lichtsignalen die deze man met zijn zaklantaarn
naar de machinist seint, wordt niet gereageerd. Uiteindelijk
besluit hij om maar naar de machinist toe te lopen. De trein
komt pas piepend tot stilstand wanneer we net het rangeerterrein
oprijden. Zonde, hebben we het enige treinstation dat op onze
weg kwam niet eens kunnen zien.