Wereldreizigers te logeren Curaçao, 31 mei 2002 (door Nancy van der Wal ¹)
Het is zeker 32 graden. De airco in mijn auto is al meer dan een jaar kapot. Iedere keer aan het eind van de maand vind ik het zonde om geld uit te moeten geven aan de reparatie van de airco, om halverwege de maand mijzelf ervan te verzekeren dat ik nu aan het eind van de maand echt de airco laat repareren. Zo gaat het dus al maanden. Het is bloedje heet. Bezweet zit ik achter het stuur en rij naar Hato (de luchthaven van Curaçao). Mariselle en Pok, met wie ik nu al maanden intensief email, komen op vakantie, zoals ze dat zelf zeggen. Ja, na al dat wereldreizen ben je op een gegeven moment aan vakantie toe. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen… maar niet heus.Verder...
Wereldreizigers
te logeren Curaçao, 31 mei 2002 (door Nancy van der Wal ¹)
Het is zeker 32 graden. De airco in mijn auto is al meer
dan een jaar kapot. Iedere keer aan het eind van de maand vind
ik het zonde om geld uit te moeten geven aan de reparatie van
de airco, om halverwege de maand mijzelf ervan te verzekeren
dat ik nu aan het eind van de maand echt de airco laat repareren.
Zo gaat het dus al maanden. Het is bloedje heet. Bezweet zit
ik achter het stuur en rij naar Hato (de luchthaven van Curaçao).
Mariselle en Pok, met wie ik nu al maanden intensief email,
komen op vakantie, zoals ze dat zelf zeggen. Ja, na al dat wereldreizen
ben je op een gegeven moment aan vakantie toe. Ik kan me daar
wel iets bij voorstellen… maar niet heus.
Als de geblindeerde deuren van de aankomsthal opengaan, staan
daar Pok en Mariselle zoals ze er twee jaar geleden ook uitzagen.
Niets veranderd, alleen sjouwen ze nu allebei met enorme rugzakken.
Wij
rijden snel naar huis en intussen vertelt Mariselle het avontuur
van Bangkok (zie hun
reisverslag). Hun reis naar Curaçao heeft gelukkig
geen vertraging opgelopen. Het is een goed drie kwartier rijden
naar mijn huis. In twee jaar tijd is er niet veel veranderd.
Het eiland is nog steeds erg droog, het onkruid staat hoog en
op de rustige wegen zie je hier en daar een hongerige geit lopen.
Zolang ze maar niet in mijn tuin komen, vind ik het best. Er
lopen veel van die dieren in onze buurt. Die worden ‘s morgens
door de eigenaar losgelaten in de hoop dat hij ’s avonds weer
hetzelfde aantal mag verwelkomen. De dieren doen zich te goed
aan alle mooie planten en bloemen die door de afrasteringen
van buurtbewoners steken, maar kunnen ook geweldig goed over
de afrastering heen springen of uren lang op twee poten staan
om jouw planten kaal te vreten. Onkruid raken ze alleen aan
als er werkelijk niets anders te vinden is. Een plastic zak
gaat er ook wel in. De ellende is, dat als jouw plant eenmaal
is aangevreten, de plant dood gaat. Zo nu en dan ondergaat een
geit hetzelfde lot. In plaats dat hij ’s avonds volgevreten
thuis komt, ligt hij aan stukken gehakt in een pan, samen met
tomaten, paprika’s, stukjes aardappel en andere kruiden, gaar
te stomen, terwijl op het aanrecht de rijstkoker aan staat en
de kinders ongeduldig staan te trappelen om deze Curaçaose
lekkernij naar binnen te werken: kabritu-stoba.
Curaçao is een lekker eiland om je vakantie door te brengen.
Een tropisch eiland waar je toch duidelijk de invloeden van
Nederland herkent. Willemstad, de hoofdstad, toont panden met
Nederlandse gevels. En er zijn tal van terrasjes met typische
Nederlandse namen zoals Pleincafé Wilhelmina, De Gouverneur
en De Tropen. Mariselle en Pok verkozen echter de Marche Bieuw
(de Oude Markt) boven deze cafeetjes, waar zij aanschoven aan
houten tafels voor een bord gebakken vis met funchi (maïsmeel).
Op het menu stond verder natuurlijk de kabritu-stoba, de glibberige
sopi jambo (okersoep) en tutu (een gerecht gemaakt van bonen),
allemaal echte krioyo gerechten (typisch Antiliaanse gerechten).
Zelf konden Mariselle en Pok ook goed kokkerellen en verrasten
mij tot tweemaal toe met de overheerlijke massaman-curry. Een
echte aanrader! Ze dachten een bijzondere currypasta meegenomen
te hebben, helemaal uit Thailand, om diezelfde currypasta (notabene
hetzelfde merk) hier op de schappen van de supermarkt te vinden.
Dat was even balen. Voor mij heel prettig natuurlijk.
Wie een bezoek brengt aan Curaçao mag Bandabou, de westkust
van het eiland, niet overslaan. Aan
die kant is het eiland een stuk groener en Bandabou kent een
groot aantal baaien waar het zeer prettig te vertoeven is. Ook
het Christoffel Park is een bezoekje waard. Op afspraak kan
je hier ‘s morgens heel vroeg naar de witstaarthert kijken.
Er lopen naar schatting zo’n 500 van deze herten in het park.
In het park zijn tevens een groot aantal orchideeën te
zien. Je kunt of met de auto door het park, of te voet. Er zijn
een paar leuke wandelroutes uitgezet. De kans is groot dat wanneer
je in Bandabou rijdt, je grote leguanen ziet. Op hun dooie gemak
steken zij de weg over om, wanneer de auto erg dichtbij komt,
ineens wat hoger op de poten te gaan staan en met een sprint
de kunuku (wildernis) in te verdwijnen.
De baaien op Bandabou zijn vooral in het weekeinde druk bezocht.
Noemenswaardig zijn Knipbaai en Daaibooi. Het water is er kraakhelder
en op veel plaatsen kan je fantastisch snorkelen of duiken.
De vissen zijn erg tam en als je met een zak diepvries doperwten
het water ingaat, eten ze zo uit je hand. Voor kinderen is dit
keer op keer weer een spannende onderneming.
Ook Bandariba kent zijn charme. Dit oostelijk deel van het eiland
is het meest bewoond en bebouwd. Tussen de moderne huizen door
vind je schitterende land- en stadshuizen. Ook Bandariba kent
een paar gezellige stranden, waaronder Barbarabeach en het Seaquariumstrand.
Willemstad bestaat uit twee gedeeltes met in het midden de haveningang
en het binnenwater Schottegat. De ene helft kreeg de naam Punda
en de ander Otrabanda, wat letterlijk ‘de andere kant’ betekent.
Achter Punda ligt de wijk Scharloo, waar sinds kort mijn nieuwe
kantoor is gevestigd. Daar woonde vroeger de joodse elite. Zij
hadden destijds hun winkelpanden in Otrobanda maar verhuisden
later hun winkels naar de Punda-zijde. Scharloo is een bezoekje
waard daar veel van de oude, grote panden zijn gerestaureerd
en er schitterend uitzien. Het merendeel wordt nu gebruikt als
kantoorpand.
Zowel in Punda als in Otrobanda vind je tegenwoordig winkels.
Om van de ene naar de andere kant te komen kunnen voetgangers
gebruik maken van de ‘Swinging Old Lady’, de pontonbrug, die
openzwaait om schepen toegang te bieden tot de haven en de olieraffinaderij
die zich aan het Schottegat bevindt. Als de brug open is, varen
er kleine ferrybootjes om de voetgangers alsnog naar de overkant
te brengen. Rijdend verkeer maakt gebruik van de immens hoge
Julianabrug of kunnen helemaal rond het Schottegat rijden als
zij die hoge brug te eng vinden.
Terwijl ik dit neerschrijf kijk ik uit mijn kantoorraam naar
buiten en zie ik skerchi’s (zeemeeuwen) in de lucht hangen.
Over de oranje daken van de panden in Punda zie ik een enorm
cruiseschip aan de Megapier. Het is een schitterend gezicht.
Wie zegt dat Curaçao saai is…. Vraag het Mariselle en
Pok. Die overwegen om op de terugreis Curaçao nogmaals
aan te doen.
¹
Al jaren is M bevriend met Nancy van der Wal. Tijdens ons
verblijf op Curaçao hebben wij bij haar mogen logeren.
Zij was zo goed om voor ons een stukje te schrijven.